ECLI:NL:RBMNE:2026:590

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
11669399 MC EXPL 25-2458 RD/960
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:758 BWArt. 6:96 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling en geschil over oplevering en meerwerk bij plaatsing keuken

De zaak betreft een geschil tussen een BV en een consument over de levering, plaatsing en oplevering van een keuken. De BV vordert betaling van openstaande facturen en meerwerk, terwijl de consument betwist dat het werk volledig en conform offerte is uitgevoerd.

De kantonrechter oordeelt dat de keuken op 21 november 2023 is opgeleverd, ondanks enkele restpunten. De consument had bij oplevering de kleur van de werkbladen moeten controleren en is daarom aansprakelijkheid voor een vermeend verkeerde kleur kwijtgeraakt. De restpunten zoals een missende beugel en slecht sluitende deuren moeten nog worden opgelost, waardoor €1.000 terecht is opgeschort.

Betaling van meerwerk wordt deels toegewezen: de Quooker kraan en nisaanpassing worden erkend, maar kosten voor bestekbakken worden toegewezen terwijl kosten voor een tussenstaander en stopcontacten worden afgewezen. De consument mag €1.415,70 verrekenen wegens te veel berekende paneeldeuren. Voor een extra hoge kast in de bijkeuken moet de consument betalen.

De kantonrechter veroordeelt de consument tot betaling van in totaal €13.120,27 plus wettelijke rente en €906,20 aan buitengerechtelijke incassokosten. Proceskosten van €2.589,78 worden eveneens aan de consument opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €13.120,27 plus rente en incassokosten, met afwijzing van enkele betwiste posten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
zaaknummer: 11669399 MC EXPL 25-2458 RD/960
Vonnis van 11 februari 2026
inzake
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [eiseres] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. B.C.H. Kolfschoten,
tegen:
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties, van 17 april 2025;
- de conclusie van antwoord met producties.
1.2.
De kantonrechter heeft een mondelinge behandeling bepaald. Deze is op
2 oktober 2025 in Lelystad gehouden. Namens [eiseres] is [A] verschenen met
mr. A.D. Scherpenzeel als gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht. De griffier heeft daar aantekeningen van gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] heeft voor [gedaagde] een keuken gemaakt, geleverd en geplaatst. De offerte vermeldt een totaalbedrag van € 62.500,00.
2.2.
Bij facturen van 8 januari 2024 heeft [eiseres] in totaal € 33.415,90 inclusief BTW aan [gedaagde] in rekening gebracht. De facturen moesten op 15 januari 2024 en 22 januari 2024 betaald zijn.
2.3.
Bij e-mail van 10 januari 2024 schrijft [gedaagde] onder andere het volgende aan [eiseres] :

Met betrekking tot een aantal posten die jij als meerwerk wil factureren:
  • In de werkplaats heb je mij 2 extra bestekbakken cadeau gedaan – ik zie dat je ze nu wel in rekening wil gaan brengen
  • De tussenstaander tot op de grond die je als meerwerk in rekening wilt brengen stond gewoon in de tekening die ik via [B] van jou op 30 juni per mail kreeg (jij stond in de Cc). Op 28 juli heb ik je die tekening ook nog een keer teruggestuurd voor de zekerheid. Ik weet niet waarom jullie die tussenstaander in een latere versie van de tekening ineens niet meer bleek te staan - dat heb ik toen over het hoofd gezien.
  • Het maken van de stopcontacten stond gewoon in de offerte (een na laatste post)
Met betrekking tot de granieten bladen: in de kerstvakantie wilden [C] en ik langs [bedrijf] gaan om het juiste blad aan te wijzen. Omdat het buiten voortdurend nat was en de platen bij hun buiten staan hebben we dat niet kunnen doen, omdat je dan niet kunt zien hoe hij er droog uitziet. We hopen dat heel binnenkort alsnog te kunnen gaan doen, nu het weer weer droog is.
Graag wil ik je attenderen op een aantal dingen die nog niet helemaal goed zijn in de keuken, wil je me laten weten wanneer je deze punten kunt komen afmaken:
  • De beugel voor de vaatwasser die is kwijtgeraakt bij het uitpakken/installeren mist nog steeds. Daardoor kan het front er niet goed op, wat niet alleen lelijk is maar ook heel vervelend werkt omdat de deur vanzelf dichtklapt. Ook staat de vaatwasser nu niet goed vast, waardoor vocht aan het eind van het programma nu onder het blad komt en mogelijk het houtwerk van de kastjes aantast
  • De deur van de koelkast sluit niet goed en een van de scharnieren is scheef gemonteerd
  • De lade voor de vuilnisbakken sluit niet helemaal lekker
2.4.
[gedaagde] heeft op 30 januari 2024 € 18.521,22 aan [eiseres] betaald.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan haar te voldoen € 17.070,41 (bestaande uit € 14.894,68 aan hoofdsom, € 1.251,78 aan rente tot 17 april 2025 en € 923,95 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 17 april 2025 tot de voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
[eiseres] stelt dat hij de overeengekomen werkzaamheden heeft uitgevoerd. [gedaagde] moet de facturen van 8 januari 2024 dan ook volledig voldoen.
3.3.
[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering. Hij brengt naar voren dat hij alles heeft betaald waar [eiseres] recht op heeft. [gedaagde] voert aan:
  • dat niet het juiste werkblad door [eiseres] is geleverd;
  • dat er nog restpunten door [eiseres] opgelost moeten worden;
  • dat er door [eiseres] ten onrechte meerwerk in rekening wordt gebracht;
  • dat er door [eiseres] te veel paneeldeuren in rekening worden gebracht;
  • dat er in de offerte ten onrechte twee hoge kasten in de bijkeuken zijn opgenomen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter gaat ervan uit dat partijen een overeenkomst van aanneming van werk hebben gesloten.
De oplevering
4.2.
[eiseres] stelt dat de keuken op 21 november 2023 aan [gedaagde] is opgeleverd. [gedaagde] weerspreekt dit. De keuken was op die datum volgens hem niet klaar. Bij een oplevering wordt bovendien, aldus [gedaagde] , een rapport opgemaakt dat voor akkoord wordt ondertekend.
4.3.
De oplevering markeert het moment van overgang van het risico en voor mogelijke onduidelijkheden aangaande het werk van [eiseres] op [gedaagde] . De aannemer is ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.
4.4.
De oplevering en haar rechtsgevolgen zijn geregeld in artikel 7:758 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor oplevering van een door een aannemer tot stand gebracht werk is nodig dat de aannemer te kennen geeft dat het werk klaar is om te worden opgeleverd. Hij maakt daarmee kenbaar dat hij het werk ter beschikking van de opdrachtgever stelt en dat de opdrachtgever het werk, al dan niet onder voorbehoud, kan aanvaarden. Na de aanvaarding wordt het werk als opgeleverd beschouwd. Weigering kan alleen plaatsvinden indien sprake is van gebreken van dien aard dat deze in de weg staan aan oplevering en ingebruikneming.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat de keuken op 21 november 2023 aan [gedaagde] is opgeleverd. De keuken was op die datum, ondanks een aantal nog uit te voeren werkzaamheden, geschikt voor normaal gebruik. [gedaagde] heeft niet weersproken dat hij de keuken op die dag met een monteur van [eiseres] heeft bekeken. [gedaagde] heeft bij deze oplevering geen opmerkingen gemaakt over de kleur van de werkbladen, spatrand en vensterbanken. Pas toen zijn echtgenote thuis kwam constateerde zij dat deze in de verkeerde kleur waren geleverd. Zeker nu [gedaagde] naar eigen zeggen zoveel waarde hecht aan de goede kleur van de werkbladen, spatrand en vensterbanken en hij ook goed op de hoogte was van de (te donkere) kleur Impala gezoet, had van hem verwacht mogen worden dat hij bij de oplevering goed op de door [eiseres] geleverde en gemonteerde kleur bladen had gelet. Ter zitting heeft hij verklaard dat de afwijkende kleur hem bij de oplevering niet is opgevallen en dat hij zich niet kon herinneren welk blad hij en zijn echtgenote hadden uitgezocht. Dit komt voor risico van [gedaagde] .
4.6.
De oplevering is vormvrij. Het opmaken van een schriftelijke oplevering is niet noodzakelijk om tot een oplevering in de zin van artikel 7:758 BW Pro te komen.
4.7.
Omdat het werk op 21 november 2023 aan [gedaagde] is opgeleverd, is [eiseres] op dat moment ontslagen van de aansprakelijkheid voor de mogelijk verkeerd geleverde bladen. Dat de echtgenote van [gedaagde] later constateerde dat de kleur mogelijk niet correct was, maakt dit niet anders.
Het werkblad
4.8.
[gedaagde] stelt dat [eiseres] verkeerde werkbladen, spatrand en vensterbanken heeft geleverd. In plaats van Impala geborsteld is door [eiseres] Impala gezoet geleverd en gemonteerd. [gedaagde] weet echter zeker dat hij en zijn echtgenote niet voor Impala gezoet hebben gekozen, omdat zij deze kleur in hun vorige huis hadden en zij deze kleur te donker vonden.
4.9.
Naar het oordeel van de kantonrechter is niet vast komen te staan dat [eiseres] verkeerde werkbladen, spatrand en vensterbanken aan [gedaagde] heeft geleverd. [eiseres] heeft ter onderbouwing van haar vordering gesteld dat [A] , [gedaagde] en zijn echtgenote op
15 augustus 2023 bij [bedrijf] natuurstenenbladen hebben uitgezocht. Dat [gedaagde] en zijn echtgenote toen voor Impala gezoet hebben gekozen, onderbouwt [eiseres] aan de hand van zijn eigen stelling, de opdracht die [bedrijf] op 15 augustus 2023 aan de steenhouwerij heeft gegeven en de verklaringen van [bedrijf] van 23 november 2023 en
23 augustus 2024. Hieruit blijkt dat [gedaagde] voor Impala gezoet heeft gekozen. [gedaagde] heeft deze verklaringen niet voldoende onderbouwd weerlegd. Zijn enkele betwisting is onvoldoende en een verklaring van zijn echtgenote ontbreekt. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat [gedaagde] voor de kleur Impala gezoet heeft gekozen en dat [eiseres] de juiste werkbladen, spatrand en vensterbanken heeft geleverd en gemonteerd.
4.10.
Bovendien is onder 4.5 door de kantonrechter beslist dat de keuken op 21 november 2023 aan [gedaagde] is opgeleverd en dat hij toen de kleur niet aan de orde heeft gesteld. [gedaagde] had tijdens de oplevering redelijkerwijs kunnen en moeten constateren dat de foutieve werkbladen, spatrand en vensterbanken geleverd zijn. Door dit na te laten is [eiseres] ontslagen van de aansprakelijkheid voor het eventuele gebrek in de kleur.
4.11.
Gelet op het bovenstaande moet [gedaagde] € 9.266,42 aan [eiseres] betalen. Dit bedrag zal dan ook toegewezen worden.
De restpunten
4.12.
[gedaagde] heeft betaling van € 1.000,00 opgeschort omdat [eiseres] volgens hem de volgende restpunten nog moet uitvoeren:
  • de missende beugel van de vaatwasser;
  • de slecht sluitende deur van de koelkast;
  • de slecht sluitende lade voor de vuilnisbakken.
4.13.
[eiseres] heeft de door [gedaagde] genoemde punten niet gemotiveerd weersproken. Zij heeft weliswaar aangevoerd dat [gedaagde] de vaatwasser zelf heeft gekocht en dat zij [gedaagde] heeft willen helpen met het bestellen van de beugel, maar dit ontslaat haar niet van een deugdelijke montage van de vaatwasser. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat de restpunten nog door [eiseres] uitgevoerd moeten worden. [gedaagde] heeft betaling van € 1.000,00 dan ook terecht opgeschort. [eiseres] heeft opschorting van betaling weliswaar uitgesloten in haar algemene voorwaarden, maar dit kan zij de consument [gedaagde] niet tegenwerpen. De gevorderde betaling van dit bedrag zal dan ook afgewezen worden.
Het meerwerk
4.14.
[eiseres] maakt aanspraak op betaling van € 2.165,90, inclusief BTW voor meerwerk. Deze kosten zijn in rekening gebracht voor het leveren van een Quooker kraan en twee bestekbakken, het aanpassen van de nis van de hoge kasten, het maken van een nieuwe tussenstaander en het voorbereiden van twee stopcontacten.
4.15.
[gedaagde] erkent dat hij voor de Quooker kraan en het aanpassen van de nis moet betalen. De hiervoor in rekening gebrachte bedragen tot een totaal van € 1.222,10, inclusief BTW, zullen dan ook toegewezen worden.
4.16.
[gedaagde] is van mening dat de bestekbakken hem door [eiseres] cadeau zijn gedaan. De tussenstaander en de stopcontacten staan volgens hem al in de offerte en zijn dus niet als meerwerk aan te merken. Bij de montage bleek de staander niet tot de grond te komen. Dit heeft [eiseres] hersteld, maar [gedaagde] wil niet voor de montage betalen.
4.17.
[eiseres] voert aan dat zij de bestekbakken niet cadeau heeft gedaan. Als dit het geval was geweest dan had zij ze voor € 0,00 op de factuur gezet. Met betrekking tot de staander voert zij aan dat [gedaagde] aanvankelijk de staander niet tot op de grond wilde hebben. Later wilde hij dat wel. [eiseres] heeft voor deze wijziging kosten in rekening gebracht. Met betrekking tot de stopcontacten voert [eiseres] aan deze niet op de offerte stonden. Het was extra werk waarvoor betaald moet worden.
4.18.
De kantonrechter overweegt als volgt. De enkele stelling van [gedaagde] dat hij de bestekbakken cadeau heeft gekregen is onvoldoende om hiervan uit te kunnen gaan. Hij zal dan ook voor deze bestekbakken € 363,00, inclusief BTW, aan [eiseres] moeten betalen. Met betrekking tot de staander blijkt uit de e-mails van 30 juni 2023 en 28 juli 2023 en de bijbehorende tekeningen dat daarin sprake is van een staander tot op de grond. Op dit punt kan [eiseres] dan ook geen meerwerk aan [gedaagde] in rekening brengen. Dat dit mogelijk niet goed is uitgevoerd, maakt dit niet anders. Op de offerte van 17 april 2023 staat verder vermeld dat de voorbereidingen voor de elektra werkzaamheden kosteloos als service uitgevoerd zullen worden. [eiseres] heeft onvoldoende onderbouwd waarom dit niet voor de nu in rekening gebrachte werkzaamheden met betrekking tot de stopcontacten zou gelden. De gevorderde betaling voor de stopcontacten zal dan ook afgewezen worden.
4.19.
Gelet op het bovenstaande zal aan meerwerk € 1.585,10, inclusief BTW, toegewezen worden.
De paneeldeuren
4.20.
[eiseres] heeft in de offerte 47 paneeldeuren opgenomen. Volgens [gedaagde] zijn er 41 geleverd. Dit betekent volgens hem dat er € 1.415,70 te veel wordt berekend.
4.21.
[eiseres] voert aan dat de 6 minder geleverde deurtjes als korting van de offerte zijn gehaald.
4.22.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] onvoldoende heeft onderbouwd dat de 6 deurtjes als korting op de offerte zijn opgenomen. Dit temeer nu het als korting gegeven bedrag niet overeenkomt met het bedrag dat voor 6 deurtjes zou gelden. [gedaagde] mag dan ook € 1.415,70 verrekenen met het nog door hem te betalen bedrag.
De kasten
4.23.
[eiseres] stelt dat er voor de bijkeuken in totaal drie hoge kasten zijn geleverd. Het dressoir in de bijkeuken, dat eerst in de offerte stond, moest een hoge kast worden. Voor deze kast moet [gedaagde] betalen.
4.24.
[gedaagde] voert aan dat er, conform de offerte, twee hoge kasten en een dressoir zijn geplaatst. Meerwerk is dan ook niet aan de orde.
4.25.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] voor dit meerwerk moet betalen. In de offerte van 17 april 2023 heeft [eiseres] voor de bijkeuken een dressoir en 2 hoge kasten opgenomen. Op 17 augustus 2023 is de offerte aangepast en is het dressoir vervangen door een hoge kast. Hiervoor is een meerprijs van € 1.875,00, exclusief BTW, opgenomen. De enkele stelling van [gedaagde] dat het dressoir gehandhaafd is, is onvoldoende om hier van uit te gaan. De tekeningen van 30 juni 2023 en 28 juli 2023, waarop een dressoir in de bijkeuken is opgenomen, kunnen niet als onderbouwing dienen omdat de wijziging daarna is doorgevoerd. [gedaagde] zal dan ook nog € 2.268,75, inclusief BTW, aan [eiseres] moeten betalen.
Slotsom
4.26.
Gelet op het bovenstaande moet [gedaagde] in totaal nog € 13.120,27, inclusief BTW, aan [eiseres] betalen. Dit bedrag zal onderstaand toegewezen worden.
De rente en de kosten
4.27.
De gevorderde rente over de hoofdsom is als onderstaand toewijsbaar.
4.28.
De vordering met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is. Daarom moet kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De algemene voorwaarden bevatten in de artikelen 14.3 en 14.4 een incassokostenbeding. Het is een beding dat is bedoeld om in meerdere overeenkomsten te worden gebruikt en waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. Omdat [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of dit beding oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Het beding wijkt niet ten nadele van [gedaagde] af van de wettelijke regeling die zonder dat beding zou gelden. Het beding is daarom niet oneerlijk en staat niet aan toewijzing van incassokosten in de weg. Wel moet beoordeeld worden of aan het beding (en daarmee ten minste aan de eisen van de wet), is voldaan. [eiseres] heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De gevorderde vergoeding is hoger dan het tarief dat volgens het Besluit past bij de toe te wijzen hoofdsom. Dat is het gevolg van een omstandigheid die zich na het versturen van de aanmaning heeft voorgedaan. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. Daarom zal een bedrag van € 906,20 worden toegewezen.
4.29.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 120,78
- griffierecht € 1.461,00
- nakosten € 144,00
- salaris gemachtigde €
864,00(2 punten x tarief € 432,00)
totaal € 2.589,78

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 13.120,27, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vervaldatum tot de voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 906,20 aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 2.589,78, waarin begrepen € 864,00 aan salaris gemachtigde. De proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.