ECLI:NL:RBMNE:2026:579

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/16/578940 / HL RK 24-51
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16.123 lid 4 Omgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling prijs onroerende zaken en kostenveroordeling in zaak tussen gemeente Utrecht en verweerder

In deze civiele zaak tussen het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht en verweerder B.V. heeft de rechtbank Midden-Nederland op 11 februari 2026 een beschikking gegeven over de prijsvaststelling van onroerende zaken en de kostenverdeling.

De procedure omvatte onder meer een deskundigenrapport, akten van partijen over waardebepaling en kosten, en correspondentie waarin partijen hun instemming met het deskundigenadvies bevestigden. De rechtbank stelde de prijs van de percelen kadastraal bekend in de gemeente Utrecht vast op € 22.500.000,00, conform het definitieve deskundigenadvies.

Daarnaast veroordeelde de rechtbank het College tot betaling van de kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand van verweerder ter hoogte van € 67.191,50 exclusief btw, het door verweerder betaalde griffierecht van € 9.825,00, en de kosten van de door de rechtbank benoemde deskundigen van € 99.122,71 inclusief btw.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door de drie rechters. Hiermee is het gezamenlijke verzoek van partijen gehonoreerd en is de financiële afwikkeling van de procedure geregeld.

Uitkomst: De rechtbank stelt de prijs van de onroerende zaken vast op € 22.500.000 en veroordeelt het College tot betaling van diverse kosten aan verweerder.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/578940 / HL RK 24-51
Beschikking van 11 februari 2026
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE UTRECHT,
zetelend te Utrecht,
verzoekende partij,
hierna te noemen: het College,
advocaat: mr. H.A. Bijkerk,
tegen
[verweerder] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
advocaten: mr. S.W. Derksen en mr. P.V. Kleijn.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenbeschikking van 4 oktober 2024;
- de akte van het College inzake de waardebepaling van 1 november 2024 met producties 1 tot en met 5;
- de akte van [verweerder] inzake de waardebepaling van 1 november 2024 met producties 1 tot en met 4;
- het conceptdeskundigenrapport van 3 april 2025 met bijlagen 1 en 2;
- het definitief deskundigenrapport van 7 juli 2025 met bijlagen 1 en 2;
- de akte van [verweerder] met betrekking tot de gemaakte kosten van juridische en overige deskundige bijstand;
- de brief van het College van 15 januari 2026 met het verzoek de prijs van de onroerende zaken vast te stellen overeenkomstig het definitief deskundigenadvies;
- de e-mail van [verweerder] van 16 januari 2026 waarin zij schrijft akkoord te gaan met de inhoud van de brief van het College van 15 januari 2026;
- de kostenopgave van de rechtbankdeskundigen van 19 januari 2026;
- de reactie van het College op de kosten van de rechtbankdeskundigen van 28 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is een datum voor deze eindbeschikking bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Overeenkomstig het gezamenlijke verzoek van partijen zal de rechtbank de prijs voor de onroerende zaken conform het definitieve deskundigenadvies vaststellen op
€ 22.500.000,00.
2.2.
In artikel 16.123 lid 4 Omgevingswet is bepaald dat de kosten van de gerechtelijke procedure, het deskundigenadvies en de redelijkerwijs door de vervreemder voor rechtsbijstand en andere deskundige bijstand gemaakte kosten ten laste komen van de verzoeker.
2.3.
Het College heeft verklaard akkoord te zijn met de kostenopgave van [verweerder] van 7 januari 2025. Dit betekent dat er € 67.191,50 exclusief btw aan kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand wordt toegewezen.
2.4.
Het College zal verder worden veroordeeld om het door [verweerder] betaalde griffierecht van € 9.825,00 aan haar te vergoeden.
2.5.
De rechtbankdeskundigen hebben hun kosten begroot op € 99.122,71 inclusief btw. Het College heeft verklaard akkoord te zijn met deze kosten en zal worden veroordeeld tot betaling daarvan.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt de prijs van de percelen kadastraal bekend gemeente Utrecht, sectie [letter] , nummers [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer] op € 22.500.000,00;
3.2.
veroordeelt het College tot betaling aan [verweerder] van € 67.191,50 exclusief btw aan kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand;
3.3.
veroordeelt het College tot betaling aan [verweerder] van het door haar betaalde griffierecht van € 9.825,00;
3.4.
veroordeelt het College tot betaling van de kosten van de door de rechtbank benoemde deskundigen van € 99.122,71 inclusief btw;
3.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Wegen, mr. R.J. Praamstra en
mr. G.J. Baken en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
5274