Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiseres sub 1] B.V.,
2.
[eiseres sub 2] B.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 5;
- de incidentele conclusie met producties 1 t/m 4;
- de incidentele conclusie van antwoord.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde een incident in een civiele zaak waarin eiseressen verzet hadden ingesteld tegen een verstekvonnis. Bij het verstekvonnis van 30 april 2025 waren eiseressen hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een geldsom, incassokosten en proceskosten.
Eiseressen stelden dat zij op 25 augustus 2025 bekend waren geworden met het verstekvonnis, waardoor hun verzetdagvaarding van 15 september 2025 tijdig zou zijn. Gedaagde betwistte dit en stelde dat de verzettermijn reeds op 6 augustus 2025 was aangevangen, omdat eiseressen toen een betalingsregeling voorstelden aan de executerend deurwaarder, wat een daad van bekendheid met het verstekvonnis en de tenuitvoerlegging vormde.
De rechtbank oordeelde dat de verzettermijn inderdaad op 6 augustus 2025 was begonnen, omdat de reactie van eiseressen op de executerend deurwaarder voldoende blijk gaf van bekendheid met het verstekvonnis en de executie daarvan. Hierdoor was de verzetdagvaarding van 15 september 2025 te laat uitgebracht en werden eiseressen niet-ontvankelijk verklaard in hun verzet.
Eiseressen werden veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, begroot op €842,00, te vermeerderen met wettelijke verhogingen bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: Eiseressen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzet wegens te late dagvaarding.