ECLI:NL:RBMNE:2026:535

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
C/16/605561 / KG ZA 26-17
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen SR Vastgoed tegen Rabobank in kort geding kredietovereenkomst

In deze kortgedingprocedure vordert SR Vastgoed B.V. tegen Coöperatieve Rabobank U.A. een beslissing met betrekking tot een kredietovereenkomst. De voorzieningenrechter heeft de zaak op 18 februari 2026 mondeling behandeld, waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht en vragen van de rechter zijn beantwoord.

Na afweging van de ingebrachte stukken, waaronder dagvaarding, producties, conclusies van antwoord en pleitnota's, heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van SR Vastgoed afgewezen. Tevens is SR Vastgoed veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 2.101,00, met een verzuimboete en wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Het vonnis is op 19 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J.A. Schuman. De schriftelijke motivering van het vonnis zal uiterlijk op 4 maart 2026 worden verstrekt.

Uitkomst: De vorderingen van SR Vastgoed worden afgewezen en zij wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/605561 / KG ZA 26-17
Vonnis in kort geding van 19 februari 2026
in de zaak van
SR VASTGOED B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: SR Vastgoed,
advocaten: mr. J.H. Burger en mr. P.M. Trooster,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
te Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaten: mr. R.M. Vermaire en mr. R.E. de Groot.

1.De procedure

1.1.
De voorzieningenrechter beschikt over de volgende stukken:
- de dagvaarding en 22 producties,
- de conclusie van antwoord en 5 producties,
- de pleitnota van SR Vastgoed
- de pleitnota van Rabobank.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 18 februari 2026 plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en op vragen van de voorzieningenrechter en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft gezegd dat vandaag het vonnis in verkorte vorm wordt uitgesproken. De schriftelijke uitwerking daarvan volgt uiterlijk op 4 maart 2026.
1.4.
De beslissing luidt zoals hieronder bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

[Hier volgt de nog te verstrekken schriftelijke uitwerking.]

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
wijst de vorderingen af
3.2.
veroordeelt SR Vastgoed tot betaling van de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na betekening. Als SR Vastgoed niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 98,- extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.3.
veroordeelt SR Vastgoed tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaar dit vonnis wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman als voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G. Delissen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.