8.3Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten.
Verdachte heeft [slachtoffer] , een machinist bij de NS, in zijn gezicht geslagen, alleen omdat deze verdachte aansprak op het feit dat verdachte over het spoor van perron naar perron liep. De rechtbank acht dit een kwalijk feit: [slachtoffer] sprak verdachte enkel aan op zijn gevaarlijke gedrag en heeft dat moeten bekopen met letsel in zijn gezicht . Ook heeft hij hierdoor angst gekregen bij het uitoefenen van zijn werkzaamheden.
Verder heeft verdachte een elektrische fiets en een fatbike gestolen. Dergelijke feiten zorgen voor overlast en financiële schade bij de benadeelden.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte kennisgenomen van:
- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 13 november 2025, waaruit volgt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor vermogensdelicten;
- een reclasseringsadvies van Tactus verslavingszorg van 4 december 2025, opgemaakt door A.R. de Frens, reclasseringswerker.
Uit het rapport van de reclassering blijkt, samengevat, het volgende.
De reclassering ziet directe verbanden met het delictgedrag op de levensgebieden 'middelengebruik en verslaving' , 'financiën', 'sociaal netwerk' en zijn 'psychosociale
functioneren'. Bij verdachte is op vrijwel alle levensgebieden sprake van instabiliteit. Verdachte is al langdurig verslaafd aan cocaïne. In periodes van gebruik is verdachte vaak slecht bereikbaar voor de reclassering, komt hij zijn afspraken niet na en is hij sneller geagiteerd of agressief in contact met hulpverlening. De reclassering heeft in het verleden meerdere malen trajecten uitgestippeld voor verdachte. Echter lukt het verdachte niet om zich langdurig te conformeren aan de daarin gestelde voorwaarden. Sinds 2023 zijn zes pogingen gedaan om verdachte in een klinische setting te behandelen. Geen van deze pogingen heeft geleid tot blijvende gedragsverandering: verdachte kwam meermaals niet of te laat aan in de kliniek of vertrok na middelengebruik binnen de kliniek of incidenten. Hulpverlening binnen een ambulant kader of gericht op gecontroleerd gebruik bleek de afgelopen jaren niet toereikend en stopte het delictgedrag niet. Hoewel verdachte in detentie tot op heden abstinent is van middelengebruik, is hem dit helaas in een setting met meer vrijheid nog niet gelukt. Tactus Reclassering is van mening dat een strikter kader, met een stok achter de deur, zoals de onvoorwaardelijke isd-maatregel biedt, noodzakelijk is om het patroon van middelengebruik en delictgedrag te kunnen doorbreken. Het middelengebruik en het psychosociale functioneren worden als de belangrijkste criminogene factoren gezien.
De risico’s op recidive, letsel en op onttrekken aan voorwaarden worden ingeschat als hoog.
De reclassering adviseert om verdachte een onvoorwaardelijke isd-maatregel op te leggen
Mevrouw R. Nobel heeft ter zitting het reclasseringsadvies toegelicht.
Verdachte is opnieuw aangemeld bij [kliniek] voor een klinische opname. [kliniek] heeft verdachte geaccepteerd en op de wachtlijst gezet. Ook binnen het kader van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel is een klinische opname bij bijvoorbeeld [kliniek] mogelijk. Het kader van een ISD-maatregel zorgt ervoor dat verdachte, indien hij tijdens zijn opname een terugval in middelengebruik krijgt en om die reden uit de kliniek ontslagen wordt, niet op straat komt te staan. De P.I. waar verdachte uiteindelijk voor een ISD-maatregel geplaatst zal worden zal zelf een plan maken, een traject uitzetten en bepalen of zij een klinische opname nodig vinden en zo ja, bij welke kliniek dit zal zijn.
De op te leggen maatregel
De rechtbank stelt vast dat verdachte, gelet op zijn justitiële verleden en de huidige bewezenverklaring, voldoetaan alle voorwaarden voor het opleggen van de ISD-maatregel. Bewezen is verklaard dat verdachte misdrijven heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel justitiële documentatie van 13 november 2025 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan deze feiten ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, te weten op 23 juli 2025 tot een gevangenisstraf van 1 maand, op 14 mei 2025 tot een gevangenisstraf van 1 maand en op 26 september 2024 tot een gevangenisstraf van 5 maanden.
De in dit vonnis bewezen verklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage van de reclassering, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten. De rechtbank is niet gebleken van redenen om deze maatregel niet op te leggen.
Ook is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van de ISD-maatregel uit de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers van het Openbaar Ministerie. Verdachte valt namelijk onder de definitie van stelselmatige dader. Hij is immers een persoon van 18 jaar of ouder die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich opgemaakt zag worden voor meer dan tien misdrijffeiten, waarvan ten minste één misdrijf in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit. De door de verdediging bepleite nadere voorwaarde van een maximum aan openstaande vrijheidsstraffen geldt onder de thans geldende richtlijn niet.
De rechtbank acht oplegging van de ISD-maatregel passend en geboden. De vervolgvraag is of die in onvoorwaardelijke of voorwaardelijke vorm moet worden opgelegd.
Aan verdachte is in een eerder toezicht (onder andere) een klinische opname opgelegd, die voortijdig is afgebroken. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij nu inziet dat hij zijn leven een andere wending moet geven en dat hij bereid is mee te werken aan een klinische opname en andere op te leggen voorwaarden. Verdachte heeft dit eerder ook aan de reclassering aangegeven en heeft een uitgebreide motivatiebrief geschreven aan [kliniek] om daar weer toegelaten te worden. Dit is voor de reclassering aanleiding geweest om verdachte opnieuw aan te melden voor een klinische opname bij [kliniek] , waarvoor verdachte inmiddels een intake heeft gehad en nu op de wachtlijst staat.
Uit hetgeen door de reclasseringswerker ter zitting naar voren is gebracht, volgt dat zij niet met zekerheid kan aangeven of verdachte, indien aan hem een onvoorwaardelijke ISD-maatregel wordt opgelegd, op deze wachtlijst blijft staan. Niet uitgesloten kan worden dat de Penitentiaire Inrichting waar verdachte in dat geval geplaatst zal worden, een andere visie heeft, of dat een aanmelding door de Penitentiaire Inrichting bij [kliniek] ertoe zal leiden dat hij zijn plaats op de wachtlijst verliest.
De rechtbank constateert dat aan verdachte niet eerder een ISD-maatregel is opgelegd. Gelet op zijn ter terechtzitting uitgesproken motivatie om zijn leven te beteren, is de rechtbank bereid verdachte een (laatste) kans te geven in de vorm van een voorwaardelijke ISD-maatregel. Bijkomend voordeel daarvan is dat de plek van verdachte op de wachtlijst bij [kliniek] daarmee, zoveel mogelijk, lijkt te worden veiliggesteld.
De rechtbank zal dus een voorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaar aan verdachte opleggen, met een proeftijd van twee jaar. Aan de proeftijd verbindt de rechtbank als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en het meewerken aan een klinische behandeling.
De rechtbank benadrukt dat de op te leggen voorwaardelijke ISD-maatregel een allerlaatste kans is voor verdachte om te laten zien dat hij met de geboden hulp en begeleiding geen overlast meer veroorzaakt voor de maatschappij en geen nieuwe strafbare feiten meer pleegt.