5.3Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
Op 5 juni 2023 zijn agenten naar de [straat] in [plaats] gegaan in verband met een overlastmelding. Ter plaatse troffen zij de verdachte aan en gingen met hem in gesprek. Tijdens dit gesprek, waarin de verdachte een verwarde indruk maakte, verklaarde hij uit eigen beweging dat er een explosief in zijn boot lag. De agenten zijn vervolgens met de verdachte naar zijn boot gegaan. In de boot werd daadwerkelijk een explosief aangetroffen, provisorisch opgeslagen in een plastic koeltas. Het explosief is nader onderzocht, waaruit bleek dat het een geïmproviseerde pijpbom betrof, bestaande uit een metalen pijp van circa 24 centimeter en een ontsteker opgebouwd uit twee tegen elkaar geplakte vuurwerksterretjes. De pijp was gevuld met een pyrotechnisch mengsel. Gebleken is dat de constructie geschikt was om een ontploffing teweeg te brengen, waarbij tot op meerdere meters afstand gevaar bestond voor ernstig tot dodelijk lichamelijk letsel.
Door het openlijk en onzorgvuldig voorhanden hebben van een zelfgemaakt explosief heeft de verdachte aanzienlijke veiligheidsrisico’s genomen. Het gevaar dat hierdoor is ontstaan, behoeft geen verdere toelichting. Explosieven zoals dit vormen bovendien een groot en groeiend probleem in de samenleving. Het aantal explosies is de afgelopen jaren significant gestegen. De verdachte wordt niet verweten dat hij een explosie heeft veroorzaakt, maar het bezit van een explosief maakt hem wel onderdeel van het maatschappelijke probleem en brengt een reëel gevaar voor anderen met zich. Het in omloop zijn van dit soort explosieven draagt bij aan gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers en in de samenleving als geheel. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank houdt rekening met het strafblad van de verdachte van 29 september 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte ten tijde van de pleegdatum niet eerder was veroordeeld. De rechtbank zal het strafblad daarom niet in strafverzwarende dan wel strafmatigende zin meewegen.
Verder houdt de rechtbank rekening met rapportages en schriftelijke aanvullingen daarop van Reclassering Nederland van 5 december 2023, 30 oktober 2024, 26 november 2024 en 29 oktober 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte kampt met psychische problemen en verslavingsproblematiek, die eveneens als risicofactoren worden gezien, en dat hij momenteel via een zorgmachtiging gedwongen wordt behandeld. Tevens wordt gerapporteerd dat de verdachte ten tijde van het voorhanden hebben van het explosief symptomen vertoonde die op de rand van een psychose lagen. De reclassering heeft de verdachte omschreven als een sociale man, en zij heeft de indruk dat hij anderen niet bewust in gevaar wilde brengen.
De getuigen-deskundigen beiden werkzaam als verpleegkundige bij Forensisch FACT van GGZ Friesland, hebben op de zitting een toelichting gegeven op hun behandelrelatie met de verdachte. Zij behandelen de verdachte in het kader van een zorgmachtiging die op 7 juli 2025 voor één jaar is afgegeven. De deskundigen omschrijven het huidige behandeltraject als zeer goed. Hoewel de verdachte op bepaalde momenten overmand kan worden door wanen of emoties, kunnen deze vervolgens op een later moment goed met hem worden besproken. Momenteel verblijft de verdachte in zijn eigen woning en ontvangt hij twee keer per week huisbezoeken. Ook krijgt de verdachte medicatie via een depot, eenmaal per vier weken. De verdachte heeft in het verleden vaker zorg- en rechterlijke machtigingen gehad, maar heeft eerder ook op vrijwillige basis contact gezocht met de ggz.
Anders dan de verdediging heeft bepleit, gaat de rechtbank niet uit van verminderde toerekeningsvatbaarheid. Er is geen gedragskundig onderzoek naar de psychische gesteldheid van de verdachte verricht. De rechtbank beschikt over onvoldoende informatie om vast te stellen dat de verdachte lijdt aan een stoornis, dat er een causaal verband bestaat tussen deze stoornis en zijn handelen, en dat de stoornis zodanig is dat deze het volledig toerekenen van het feit in de weg staat. Wel houdt de rechtbank bij de strafmaat rekening met de beschikbare informatie die hiervoor is besproken, waaruit volgt dat de verdachte bekend is met psychische problematiek, waaronder psychotische episoden, waarvoor hij al langere tijd onder behandeling staat.
Redelijke termijn
De rechtbank overweegt dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De eerste daad van vervolging is van 6 juni 2023 (de datum van inverzekerinsstelling) en de uitspraak in deze zaak vindt plaats op 18 februari 2026. Dat betekent in beginsel dat de redelijke termijn met acht maanden is overschreden, maar de rechtbank zal in dit geval uitgaan van een overschrijding van vier maanden. De reden hiervoor is dat de inhoudelijke behandeling eerder stond gepland op 5 november 2025, maar dat de verdachte toen niet is verschenen en zijn advocaat daarom heeft verzocht om aanhouding. De rechtbank weegt de overschrijding van de redelijke termijn in strafmatigende zin mee.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van het explosief is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
De rechtbank ziet aanleiding om van dit oriëntatiepunt af te wijken. De rechtbank houdt namelijk in strafmatigende zin rekening met het feit dat de verdachte zelf melding heeft gemaakt bij de politie van het voorhanden hebben van het explosief. Daarmee is een ernstig ongeval, met mogelijk aanzienlijke schade en ernstig dan wel dodelijk letsel, voorkomen. Verder houdt de rechtbank in strafmatigende zin rekening met de hiervoor vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn en met de psychische problematiek van de verdachte, die ten tijde van het feit aanwezig was en ook nu nog bestaat. De rechtbank acht het op dit moment belangrijker dat de verdachte de juiste zorg ontvangt en blijft ontvangen, dan dat hij opnieuw wordt gedetineerd. De rechtbank is met de officier van justitie en de advocaat van oordeel dat het passend is om de door de reclassering in oktober 2024 geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden aan de hierna op te leggen straf.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen op, met aftrek van het voorarrest, waarvan 155 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank verbindt de volgende bijzondere voorwaarden aan deze proeftijd:
- ambulante behandeling;
- controle op het gebruik van drugs om het middelengebruik te monitoren;
- meldplicht bij de reclassering;
De volledige tekst van de aan de proeftijd verbonden voorwaarden is opgenomen onder de beslissing in paragraaf 7.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.