ECLI:NL:RBMNE:2026:512

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
UTR 24/7473
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.A.J. Woutersen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens ontbreken besluit bij verwijderen geveltuin gemeente Utrecht

Eiser, bewoner van een bovenwoning in Utrecht, maakte bezwaar tegen de mededeling van de burgemeester dat de geveltuin voor zijn huis zou worden verwijderd. De burgemeester verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het ging om een mededeling van een feitelijke handeling en niet om een besluit in de zin van de Awb.

Eiser stelde dat de geveltuin niet zonder zijn toestemming mocht worden verwijderd omdat het pand eigendom is van de Vereniging van Eigenaars (VvE) en dat er alternatieven waren voor het oplossen van het vochtprobleem van zijn benedenbuurman. Tevens verzocht hij om schadevergoeding wegens onrechtmatige verwijdering.

De rechtbank oordeelde dat het zelfbeheerbeleid van de gemeente Utrecht burgers toestaat geveltuinen aan te leggen en te onderhouden zonder vergunning of besluit van de gemeente. Dit beleid betreft een feitelijke handeling en schept geen rechten of plichten. De mededeling over het verwijderen van de geveltuin is daarmee geen besluit en dus niet vatbaar voor bezwaar of beroep.

De rechtbank kon daarom niet inhoudelijk oordelen over de rechtmatigheid van de verwijdering en wees het beroep af. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Eiser kan zijn civiele rechtsbescherming zoeken als hij schade heeft geleden.

Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard omdat de mededeling over het verwijderen van de geveltuin geen besluit is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was.

Uitspraak

aRECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7473

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de burgemeester van de gemeente Utrecht, de burgemeester

(gemachtigde: mr. D. Rietberg).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de mededeling van de burgemeester dat de geveltuin voor eisers huis wordt verwijderd. Eiser vindt dat de geveltuin niet mocht worden verwijderd en heeft daarom bezwaar gemaakt tegen de mededeling. Dat bezwaar is door de burgemeester niet-ontvankelijk verklaard omdat het gaat om een mededeling dat een feitelijke handeling wordt uitgevoerd, namelijk het verwijderen van de geveltuin. De mededeling is daarmee geen besluit [1] en eiser kan daar dus geen bezwaar tegen maken. Eiser is het daar niet mee eens en heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de mededeling dat de geveltuin wordt verwijderd een besluit is waartegen eiser in beroep kan bij de bestuursrechter.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de mededeling geen besluit is. Eisers bezwaar tegen de mededeling is daarom door de burgemeester terecht niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser woont in een bovenwoning en heeft in 2018 samen met de eigenaar van de benedenwoning, die de benedenwoning verhuurt, de gemeente verzocht om een geveltuin voor hun pand aan te leggen. De geveltuin is in 2019 aangelegd.
2.1.
In augustus 2024 verzoekt de eigenaar van de benedenwoning om de geveltuin te laten verwijderen. De burgemeester stuurt eiser vervolgens per e-mail de mededeling dat de gemeente de geveltuin gaat verwijderen. De geveltuin wordt op 24 september 2024 verwijderd.
2.2.
Eiser is het niet eens met de verwijdering en maakt bezwaar tegen de mededeling. Met het besluit van 10 oktober 2024 op het bezwaar van eiser heeft de burgemeester dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard (het bestreden besluit).
2.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de burgemeester. Tijdens deze zitting is de behandeling van de zaak geschorst om de burgemeester de gelegenheid te geven om een aantal vragen over de bevoegdheid tot het verwijderen van de geveltuin te beantwoorden.
2.4.
De burgemeester heeft vervolgens de vragen schriftelijk beantwoord en eiser heeft daarop schriftelijk inhoudelijk gereageerd en verklaard behoefte te hebben aan een tweede zitting. Deze tweede zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de burgemeester.

Beoordeling door de rechtbank

Is de mededeling een besluit?
3. Eiser stelt – kort samengevat – dat de burgemeester de geveltuin niet had mogen verwijderen op basis van het verzoek van zijn benedenbuurman. Eiser stelt namelijk dat het gehele pand eigendom is van de Vereniging van Eigenaars (VvE) waarin eiser en zijn benedenbuurman zitten. Daarom had voor het verwijderen van de geveltuin ook toestemming van eiser moeten worden gevraagd. Daarnaast was het volgens eiser niet nodig om de geveltuin te verwijderen om het schimmel/vochtprobleem, dat zijn benedenbuurman in zijn woning had, op te lossen. Volgens eiser waren er andere oplossingen mogelijk. Eiser verzoekt verder om een schadevergoeding omdat hij vindt dat de geveltuin onrechtmatig door de gemeente is verwijderd. Eiser heeft veel tijd en moeite gestoken in het onderhoud van de geveltuin en heeft de plantjes die daarin stonden zelf betaald. Tijdens de tweede zitting heeft eiser nog aangevuld dat het zelfbeheerbeleid van de gemeente ten tijde van het plaatsen van de geveltuin nog niet van kracht was. Daarnaast heeft hij wel degelijk een aanvraag tot het nemen van een besluit gedaan via het initiatievenfonds waaruit de geveltuin kon worden gesubsidieerd.
3.1.
De burgemeester vindt dat de mededeling geen besluit is, maar een aankondiging dat de gemeente een feitelijke handeling gaat verrichten, namelijk het verwijderen van de geveltuin. Daartegen staat geen bezwaar open.
3.2.
De rechtbank benadrukt allereerst dat zij geen oordeel kan geven over of de vraag of de geveltuin terecht is verwijderd door de gemeente. De rechtbank oordeelt alleen of de gemeente het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk heeft mogen verklaren omdat er geen sprake is van een besluit in bestuursrechtelijke zin.
3.3.
De rechtbank stelt vervolgens vast dat er een zelfbeheerbeleid [2] bestaat voor het aanleggen van geveltuinen in de gemeente Utrecht. Tijdens de tweede zitting heeft de gemachtigde van de burgemeester toegelicht dat dit beleid ook gold ten tijde van het aanleggen van de geveltuin. De rechtbank heeft geen aanleiding om daaraan te twijfelen. Het zelfbeheerbeleid houdt in dat burgers zonder toestemming van de gemeente geveltuinen mogen aanleggen als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Het beheer van de openbare ruimte is normaliter een publieke taak van de gemeente, maar met dit beleid worden burgers van de gemeente Utrecht betrokken bij dat beheer. Onder zelfbeheer wordt verstaan het vrijwillig onderhouden/overnemen van het beheer van delen in de openbare ruimte door derden. Het openbare karakter van het object, in dit geval de stoep, blijft gehandhaafd. Zelfbeheer gebeurt op vrijwillige basis, dus zonder dwang of financiële vergoeding voor de gewerkte uren. Met dit zelfbeheerbeleid wordt bepaald dat voor het openbreken van de straat voor de aanleg van een geveltuin geen vergunning nodig is. Dat betekent dus ook dat er geen besluit wordt genomen over de aanleg van een geveltuin, omdat er geen vergunning of toestemming van de gemeente nodig is. Burgers worden slechts feitelijk betrokken bij het beheer van de openbare ruimte.
3.4.
De rechtbank oordeelt dat het feitelijk betrekken van burgers bij het beheer van de openbare ruimte niet op een rechtsgevolg is gericht. De gemeente is eigenaar en beheerder van de openbare ruimte en betrekt met hun beleid de burger in de uitvoer van hun publieke taak. Dit beleid schept geen rechten of plichten voor burgers. Zij hebben hiermee niet het recht op een geveltuin in de openbare ruimte, maar zij worden slechts toegestaan te helpen met het beheer van die openbare ruimte. Het betrekken van burgers bij dit beheer van de openbare ruimte is een feitelijke handeling en geen besluit in bestuursrechtelijke zin.
3.5.
Omdat het betrekken van burgers in het beheer van de openbare ruimte geen besluit is in bestuursrechtelijke zin, is het niet meer betrekken van burgers bij dat beheer dat ook niet. Dat betekent ook dat de mededeling tot het verwijderen van de geveltuin niet op een rechtsgevolg is gericht. Dit is een mededeling dat niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan voor het betrekken van de burger in het beheer van de openbare ruimte en dat daarom de geveltuin zal worden verwijderd. De mededeling dat de geveltuin wordt verwijderd, is dus slechts een mededeling dat er een feitelijke handeling wordt uitgevoerd.
3.6.
Eiser stelt dat hij subsidie heef gekregen voor de geveltuin en dat er daarom sprake is van besluiten tot aanleg en verwijdering van de geveltuin. Het ontvangen van een subsidie voor de geveltuin betekent echter niet dat de feitelijke aanleg of verwijdering van de geveltuin een op rechtsgevolg gericht besluit wordt. Die subsidiering en de daadwerkelijke aanlegging van de geveltuin moeten los van elkaar worden gezien.
3.7.
De rechtbank concludeert dat het bezwaar van eiser tegen de mededeling terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat de mededeling geen besluit is. Om bezwaar te kunnen maken, moet er namelijk sprake zijn van een besluit en dat is de mededeling niet.
3.8.
Op de zittingen is nog besproken dat het pand eigendom is van de VvE en eiser dus, als lid van de VvE, ook om toestemming had moeten worden gevraagd voor het verwijderen van de geveltuin. Omdat het verwijderen van de geveltuin een feitelijke handeling is en geen besluit is waartegen eiser in beroep kan bij de bestuursrechter, kan de rechtbank dus ook niet beoordelen of de geveltuin terecht is verwijderd.
3.9.
Ten slotte heeft eiser op de tweede zitting gezegd dat hij vindt dat het speelveld tussen burger en overheid niet gelijk is en dat het voor hem weken heeft gekost om deze zaak goed voor te bereiden. De rechtbank heeft gezien dat het eiser tijd heeft gekost om zich goed voor te bereiden op deze zaak, maar merkt daarover op dat eiser de rechtsbescherming die hij zoekt, gelet op het voorgaande, niet bij de bestuursrechter kan vinden. Als eiser vindt dat de burgemeester de geveltuin onrechtmatig heeft verwijderd en hij daardoor schade heeft geleden, kan eiser daarvoor terecht bij de civiele rechter.
3.10.
Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en eiser voor het verwijderen van de geveltuin geen rechtsbescherming kan vinden bij de bestuursrechter. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding ook af. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiser het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.J. Woutersen, rechter, in aanwezigheid van J.M.J. Kooistra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.In de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.het Actieplan zelfbeheer van Groen van 23 februari 2023 van de gemeente Utrecht.