Woongroen vordert betaling van huurachterstanden en servicekosten van haar huurder, die de huurverhogingen van 1 juli 2024 en 1 juli 2025 niet heeft voldaan. De huurder voert verweren aan over het onderhoud van de regenpijp en een lekkende boiler, die zij als reden ziet om niet te betalen. De kantonrechter oordeelt dat de huurverhogingen rechtsgeldig zijn en dat de huurder deze moet betalen, ondanks het betwisten van ontvangst van de aanzeggingen. De onderhoudsverplichtingen van Woongroen strekken zich niet uit tot de boiler, die eigendom is van Eneco, en de regenpijp wordt door de VVE onderhouden.
De vordering tot betaling van de servicekosten wordt afgewezen omdat de huurder een verrekening mag toepassen met te veel betaalde bedragen uit voorgaande jaren. Daarnaast wijst de kantonrechter de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten af omdat het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden oneerlijk en onredelijk bezwarend is voor de consument.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van €478,71 met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het ook bij hoger beroep direct kan worden uitgevoerd.