ECLI:NL:RBMNE:2026:4909

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
C/16/613652 / FZ RK 26-529
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 WvggzArt. 3:3 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging op basis van zelfbindingsverklaring bij weigering medicatie en zorg

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 26 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie om een zelfbindingsverklaring van betrokkene om te zetten in een zorgmachtiging. Betrokkene, geboren in 1965, had op 21 juli 2025 een zelfbindingsverklaring opgesteld waarin hij voorwaarden stelde voor verplichte zorg bij psychische achteruitgang, met name bij manisch psychotische klachten.

De officier van justitie verzocht de machtiging omdat betrokkene zijn medicatie niet inneemt, zichzelf verwaarloost en geen contact meer heeft met hulpverleners. Betrokkene verzocht afwijzing en wilde de zelfbindingsverklaring opheffen, maar de rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden van de zelfbindingsverklaring en artikel 3:3 Wvggz Pro was voldaan.

De rechtbank stelde vast dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De toegewezen zorgmachtiging omvat onder meer bewegingsbeperkingen, medicatietoediening en opname. De machtiging geldt tot 26 december 2026 en is mondeling uitgesproken door rechter D. van Bloemendaal.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden op basis van de zelfbindingsverklaring en de weigering van betrokkene om medicatie en zorg te accepteren.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/613652 / FZ RK 26-529
Datum uitspraak: 26 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende en verblijvende in [woonplaats] ,
advocaat mr. O. Bolluijt.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 juni 2026, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [A] , als GZ-psycholoog verbonden aan GGz Centraal;
  • [B] , als GZ-psycholoog verbonden aan GGz Centraal.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de zelfbindingsverklaring om te zetten naar een zorgmachtiging, voor de duur van zes maanden.

3.De beoordeling

3.1.
Betrokkene heeft op 21 juli 2025 een zelfbindingsverklaring opgesteld, die geldig is tot 25 juli 2027. Bij de zelfbindingsverklaring is een verklaring van wilsbekwaamheid bijgevoegd. In de zelfbindingsverklaring heeft betrokkene de voorwaarden opgenomen waarin verplichte zorg mag worden verleend. Betrokkene heeft dit als volgt beschreven:
“Als ik niet meer in staat ben om zelf beslissingen te nemen door mijn psychische
gezondheid en dit een gevaar wordt voor anderen, dan wel voor mijzelf.
Ik denk hierbij vooral aan manisch psychotische klachten. Ik denk dan dat ik weet hoe de wereld in elkaar grijpt en dat daarom alles wat op mijn pad komt voorbestemd is. Ik werk niet meer mee aan de hulp die ik nodig heb, ik weiger mijn medicatie omdat ik dan denk dat ik het zelf veel beter kan en de ander niet nodig heb. Ik verwaarloos
mezelf, eet slecht, douche nauwelijks meer en begin te ruiken.
Ik wil dan dat mijn hulpverleners een week lang proberen contact met mij te zoeken om in gesprek te gaan en mij op andere gedachten te brengen. Als ik dit een week lang
afhou, dan wil ik graag dat er ingegrepen wordt met een opname.”
“Mocht ik aan het decompenseren zijn, wil ik graag, dat er eerst met mij een gesprek is waarin dit document (zelfbindingsverklaring) en het zorgplan (21-07-2025) ter tafel komen en de zorg besproken wordt die ik op dat moment nodig heb. Als ik deze zorg weiger en ik me gedraag zoals hierboven beschreven mag er overgegaan worden tot verplichte zorg zoals opname op een gesloten afdeling (HIC) onder de voorwaarden die in het zorgplan van datum 21-07-2025 genoemd zijn, dan wel verplichte ambulante zorg. Ik zou dan graag willen dat de medicatie weer opgestart wordt, omdat ik weet dat dit mij kan ondersteunen om weer in herstel te komen”
3.2.
De officier van justitie heeft een verzoek tot een zorgmachtiging ingediend nu betrokkene geen zorg accepteert. Betrokkene neemt zijn medicatie niet in en is niet meer in contact met de hulpverlening.
3.3.
Door en namens betrokkene is om afwijzing van het verzoek gevraagd. Betrokkene herkent zich niet in de diagnose dan wel het nadeel dat wordt beschreven. Betrokkene heeft ook aangegeven dat hij de zelfbindingverklaring wil opheffen. Hij heeft hierover een mail gestuurd naar de hulpverlening.
3.4.
De rechtbank is van oordeel dat er aan de voorwaarden zoals benoemd in zelfbindingsverklaring is voldaan en verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Er wordt aan de voorwaarden van 3:3 Wvggz voldaan. Betrokkene weigert zijn medicatie en denkt dat het daardoor beter met hem gaat. Verder verwaarloost hij zichzelf (slecht eten, nauwelijks douchen). Daarnaast is hij niet meer in contact met de hulpverleners, ondanks meerdere pogingen hiertoe. Betrokkene is voorgehouden dat dit precies de situatie is die is opgenomen in de zelfbindingsverklaring en dat beaamt hij.
3.5.
Er is op dit moment geen mogelijkheid van zorg op vrijwillige basis (artikel 3:3 onder Pro a Wvggz). Betrokkene werkt daar niet aan mee, want hij vindt dat niet nodig.
3.6.
Ook zijn er geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
3.7.
In het verzoekschrift is, op grond van de zelfverbindingsverklaring en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz Pro te mogen verlenen. Het gaat om:
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
  • opnemen in een accommodatie.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.7. staan kunnen worden toegepast;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 december 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 door mr. D. van Bloemendaal, rechter, in aanwezigheid van W.P.J. Rubingh, griffier en op schrift gesteld op 1 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.