ECLI:NL:RBMNE:2026:4859
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na te late beslissing UWV op bezwaar toegewezen
Verzoekster diende op 7 april 2026 beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar van 29 augustus 2025 tegen een besluit van 28 juli 2025. Het UWV nam op 13 april 2026 alsnog een beslissing op het bezwaar, waarna verzoekster het beroep introk en een vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling en stelde vast dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen. Het UWV erkende bovendien de te late beslissing en stemde in met het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht, en bepaalde dat het UWV het griffierecht van € 54,- aan verzoekster moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 24 juni 2026.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van € 54,- aan verzoekster.