Uitspraak
1.De procedure
2.De beoordeling
- de opeisbaar geworden eindejaarsuitkering over 2025;
- tijdig zijn salaris met ingang van januari 2026 en tot het einde van de arbeidsovereenkomst;
- bij het einde van de arbeidsovereenkomst een vergoeding voor de opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen
genotenvaste
jaarlooninclusief
vakantiebijslagaan [eiser] verschuldigd. Omdat de vakantietoeslag/-bijslag over 2025 nog niet is genoten [2] , wijst de kantrechter de gevorderde eindejaarsuitkering toe ter grootte van 2% van het in 2025 genoten vast bruto jaarloon exclusief vakantiebijslag. Van deze betaling moet [gedaagde] ook een deugdelijke salarisspecificatie verstrekken.