Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 27 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort geding procedure vordert eiseres ontruiming van een kantoorruimte en betaling van een huurachterstand van €12.303,35 wegens niet-betaling door gedaagde. Gedaagde verschijnt niet, waardoor verstek wordt verleend. De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een spoedeisend belang en dat het zeer waarschijnlijk is dat de vordering in een bodemprocedure wordt toegewezen.
De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op een week na betekening van het vonnis, zodat gedaagde voldoende tijd heeft om de ruimte te ontruimen. De huurachterstand wordt toegewezen evenals een gebruiksvergoeding van €3.061,18 per maand tot ontruiming, een contractuele boete van €300 per maand en een schadevergoeding voor misgelopen huurpenningen tot zes maanden na ontruiming, verminderd met eventuele herverhuur.
De gevorderde wettelijke handelsrente wordt afgewezen omdat deze een dubbele vergoeding zou vormen naast de boete. De gevorderde advocaatkosten van €3.500 worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een uitzonderlijke situatie. Wel worden buitengerechtelijke incassokosten van €910,03 toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen een week en betaling van huurachterstand, boete, schadevergoeding en incassokosten; advocaatkosten worden afgewezen.