ECLI:NL:RBMNE:2026:473

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
16.289548.24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38z Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in schietpartij Dronten met dodelijk slachtoffer en zwaargewonden

Op 9 september 2024 vond in Dronten een schietpartij plaats waarbij drie slachtoffers werden geraakt, waarvan één overleed en twee zwaargewond raakten met blijvende beperkingen. De verdachte werd beschuldigd van medeplegen en medeplichtigheid aan moord en pogingen tot moord, alsmede openlijke geweldpleging.

De rechtbank beoordeelde uitgebreid de camerabeelden en verklaringen. Er was geen bewijs dat de verdachte wist van het vuurwapen van de medeverdachte of dat zij bewust en nauw samenwerkte bij de schietpartij. Haar handelingen, zoals het roepen van 'maté' en het slaan van een slachtoffer, werden niet als voldoende gewichtige bijdrage aan het schieten aangemerkt. Ook ontbrak een vooropgezet plan.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen omdat de verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen, medeplichtigheid en openlijke geweldpleging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.289548.24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 13 februari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ,
verblijvende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zittingen van 12, 13 en 16 januari 2026. Het onderzoek is gesloten op 13 februari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M.M.L. Kalsbeek;
  • de advocaat van de verdachte: mr. T.P.A.M. Wouters, advocaat te Amsterdam
  • de tolk S.M.R. Debarida, geregistreerd en beëdigd tolk in de taal Papiamento;
  • de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , bijgestaan door mr. L.C. van Leeuwen, advocaat te Leiden;
  • de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , bijgestaan door mr. A.J. Korff, advocaat te Den Haag;
  • de nabestaanden [nabestaande 1] , [nabestaande 2] , bijgestaan door mr. V.H. Hammerstein, advocaat te Amsterdam;
  • de nabestaande [nabestaande 3] , bijgestaan door mr. L. Noordanus, advocaat te Lelystad;
  • [A] , [B] en [C] , medewerkers Slachtofferhulp Nederland, en [D] , slachtoffercoördinator Openbaar Ministerie;
  • de deskundige [deskundige] , psychiater;
  • [medeverdachte] , hierna te noemen: [medeverdachte] , de medeverdachte in de gelijktijdig behandelde maar niet gevoegde zaak met parketnummer 16-289232-24, en zijn advocaat: mr. A.J. Admiraal, advocaat te Amsterdam.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij, samengevat:
op 9 september 2024 in Dronten:
feit 1 primair: samen met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 5] van het leven heeft beroofd,
subsidiair: medeplichtig is geweest aan de moord op [slachtoffer 5] ;
feit 2 primair: samen met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade heeft geprobeerd om [slachtoffer 2] van het leven te beroven,
subsidiair: medeplichtig is geweest aan de poging tot moord op [slachtoffer 2] ,
feit 3 primair: samen met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] van het leven te beroven,
subsidiair: medeplichtig is geweest aan de poging tot moord op [slachtoffer 1] ,
feit 4: samen met een ander openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] .
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage 1 bij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1.
Het standpunt van de officier van justitieDe officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 heeft gepleegd. Ten aanzien van feit 4 moet de verdachte worden vrijgesproken van het onderdeel schoppen.
De officier van justitie eist dat aan de verdachte een gevangenisstraf van vijftien jaar wordt opgelegd. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om aan de verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, zodat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden kunnen worden toegepast na de gevangenisstraf.
Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat bij een veroordeling voor de feiten 1 tot en met 3 de gevangenneming van de verdachte zal worden bevolen.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De advocaat heeft integrale vrijspraak bepleit.
De advocaat heeft over het medeplegen aangevoerd dat er geen sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking. De verdachte heeft geen intellectuele of materiële bijdrage geleverd aan de handelingen van de medeverdachte. Evenmin kan worden vastgesteld dat de verdachte opzet heeft gehad op hetzij een nauwe en bewuste samenwerking, hetzij de verschillende gronddelicten.
Medeplichtigheid aan de moord op [slachtoffer 5] en aan de pogingen tot moord op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] kan ook niet worden bewezen. Het opzet van de verdachte was niet gericht op het gronddelict, ook niet in voorwaardelijke zin. Zij wist immers niet dat er een wapen aanwezig was, er bestond geen vooropgezet plan en zij had met [medeverdachte] besproken dat hij alleen maar met de buren zou gaan praten.
Ook openlijke geweldpleging kan volgens de verdediging niet worden bewezen. De verdachte heeft geen voldoende significante bijdrage geleverd aan het geweld tegen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2] . Het geweld was van te korte duur om daarvan te kunnen vaststellen dat de verdachte bewust is geweest van, laat staan opzet heeft gehad op, enige vorm van samenwerking bij het geweld tegen [slachtoffer 2] . Daarbij wist de verdachte niet dat [slachtoffer 2] door een kogel was geraakt toen zij haar sloeg. Tot slot heeft het geweld dat door [medeverdachte] werd uitgeoefend zo’n onvoorzienbare wending genomen, dat ook om die reden niet kan worden gesteld dat de verdachte opzettelijk en in vereniging geweld heeft gepleegd.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 tot en met 4 niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken.
Inleiding
Deze strafzaak gaat over de schietpartij die op 9 september 2024 aan de [straat] in Dronten heeft plaatsgevonden. Bij de schietpartij heeft medeverdachte [medeverdachte] met 14 schoten 3 slachtoffers geraakt, te weten [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . De heer [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) is door de schoten van medeverdachte [medeverdachte] overleden. Mevrouw [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) en de heer [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) bleven zwaargewond achter. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de slachtoffers met een intens verdriet leven en diep geraakt zijn door de gebeurtenissen. Het gemis van [slachtoffer 5] is indringend weergegeven in de slachtofferverklaring zoals voorgedragen door zijn zus. Ook zijn de beperkingen waar [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] mee moeten (leren) leven indringend naar voren gekomen.
Bij ieder strafproces is het aan het Openbaar Ministerie om aan de hand van de bewijsmiddelen in een procesdossier aan te geven welk strafbaar feit iemand kan worden verweten en waarom dat zo is. In de strafzaak tegen de verdachte komt het er in de kern op neer dat de rechtbank moet beoordelen of de verdachte kan worden verweten dat zij een strafrechtelijk verwijtbare bijdrage (in de vorm van medeplegen, dan wel medeplichtigheid) heeft geleverd aan de schietpartij, terwijl zij (feitelijk) niet de schoten heeft gelost. Ook moet worden beoordeeld of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. Voor de beoordeling van deze vragen – en alle daarbij behorende vervolgvragen – is het allereerst van belang om vast te stellen wat er feitelijk is gebeurd (kort) vóór en ten tijde van de schietpartij. De rechtbank zal hieronder daarom uiteenzetten wat er te zien is op de camerabeelden van de schietpartij.
De camerabeelden – eigen waarneming rechtbank
Van de schietpartij zijn camerabeelden in het dossier, omdat de deurbel van zowel de verdachten als de slachtoffers een camera heeft. Hierop neemt de rechtbank het volgende waar. [slachtoffer 2] parkeert haar auto voor haar huis. De verdachte is in de deuropening van haar huis te zien en zij zegt dat ‘ze’ (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , althans de buren) er zijn. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] stappen uit de auto, [slachtoffer 5] blijft in de auto zitten. [medeverdachte] loopt vanaf zijn woning naar de stoep. Zijn jas valt over de bovenkant van zijn broek. [medeverdachte] vraagt of [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] iets te zeggen hebben tegen hem, want de hele tijd… ( [medeverdachte] maakt zijn zin niet af). De verdachte vult hierop aan dat er ieder weekend ruzie wordt gezocht wanneer ‘ [slachtoffer 5] ’ (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 5] ) er is. Hierna praten [slachtoffer 2] en de verdachte door elkaar. [slachtoffer 2] geeft aan dat ze geen ruzie moeten maken. Wanneer [slachtoffer 1] vanaf de deur van de woning van [slachtoffer 2] de kant op beweegt van [medeverdachte] , trekt [medeverdachte] het vuurwapen, laadt het door en richt op [slachtoffer 1] . In een fractie van een seconde loopt de verdachte op dat moment in versnelde pas naar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toe en schreeuwt ‘maté’ (Papiamento voor ‘dood hem/haar’). Terwijl [medeverdachte] met zijn vuurwapen op [slachtoffer 1] richt, springt [slachtoffer 2] vóór [slachtoffer 1] , wordt door het eerste schot van [medeverdachte] geraakt en valt op de grond. Dit schot valt nagenoeg gelijktijdig met de kreet ‘maté’ van de verdachte. Ook nadat [medeverdachte] zijn eerste schot heeft gelost roept de verdachte ‘maté’. [medeverdachte] loopt dan naar de auto waarin [slachtoffer 5] zit en lost meerdere schoten in de auto. Ondertussen buigt de verdachte zich schreeuwend over [slachtoffer 2] en maakt slaande bewegingen. [medeverdachte] loopt weg van de auto van [slachtoffer 2] en langs een andere geparkeerde auto heen. [medeverdachte] herlaadt dan zijn wapen. [slachtoffer 1] loopt naar de om hulp roepende [slachtoffer 5] , de verdachte loopt schreeuwend achter hem aan. [medeverdachte] loopt vervolgens om de auto van [slachtoffer 2] heen en schiet enkele malen op [slachtoffer 5] . Hierna loopt [medeverdachte] terug naar zijn woning, terwijl de verdachte schreeuwend en scheldend bij [slachtoffer 2] blijft staan, totdat [medeverdachte] haar zegt dat ze naar binnen moet gaan.
Is er sprake van medeplegen?
Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat komt vast te staan dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte] en de verdachte. Wanneer een gezamenlijke uitvoering niet kan worden vastgesteld, kan er alsnog sprake zijn van medeplegen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de rechtbank kan vaststellen dat de verdachte wist van het plan voor de uitvoering van de schietpartij. Ook kan er sprake zijn van medeplegen wanneer een bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit van voldoende gewicht is. Daarbij geldt een zogeheten dubbel opzetvereiste. Er moet zowel opzet zijn op de onderlinge samenwerking met [medeverdachte] , als opzet op de schietpartij.
De officier van justitie meent dat bewezen kan worden dat de verdachte een (strafbare) medepleger van de schietpartij is. Volgens de officier wist zij van het vuurwapen van [medeverdachte] , is zij samen met [medeverdachte] doelbewust een dodelijke confrontatie met de slachtoffers aangegaan, heeft zij [medeverdachte] aangespoord te schieten, heeft zij [slachtoffer 1] geïntimideerd en [slachtoffer 2] geslagen en heeft zij zich op geen enkele manier van het handelen van [medeverdachte] gedistantieerd, laat staan geprobeerd hem tegen te houden. Voor de bewezenverklaring heeft de officier van justitie met name gewezen op de camerabeelden in het dossier.
Vooropgesteld moet worden dat er in het procesdossier geen bewijsmiddel is waaruit volgt dat de verdachte wist dat [medeverdachte] een vuurwapen had aangeschaft of dat zij wist dat hij ten tijde van de schietpartij een vuurwapen bij zich droeg. Hier komt bij dat zowel de verdachte als [medeverdachte] steeds hebben ontkend dat de verdachte enige vorm van wetenschap hierover had. [medeverdachte] heeft immers in de kern en bij herhaling verklaard dat hij aan niemand had verteld dat hij een vuurwapen had gekocht, en ook dat hij niet had gezegd dat hij vlak voor de schietpartij een vuurwapen bij zich had gestoken. De verdachte heeft ook altijd ontkend dat zij hier enige wetenschap van had. Bij deze stand van zaken kan uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat de verdachte wel wetenschap van het vuurwapen van [medeverdachte] zou hebben gehad. Dit temeer nu op grond van de camerabeelden niet valt vast te stellen dat het vuurwapen kort vóór de schietpartij zichtbaar voor de verdachte moet zijn geweest. Op basis van de beelden is het immers aannemelijk dat het vuurwapen niet zichtbaar was, omdat de jas van [medeverdachte] over zijn broeksband hing.
De vervolgvraag die dan moet worden beantwoord is of de rechtbank op basis van de camerabeelden kan vaststellen dat de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd bij de schietpartij. De officier van justitie is uitgebreid ingegaan op de camerabeelden en wat daarop volgens haar te zien zou zijn. Anders dan het Openbaar Ministerie stelt de rechtbank vast dat de verdachte feitelijk geen daadwerkelijke bijdrage, dan wel een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd bij de uitvoering van de schietpartij. Zoals hierboven weergegeven bij de eigen waarneming van de rechtbank kan op basis van de camerabeelden worden vastgesteld dat de verdachte heeft staan schreeuwen, en toen [slachtoffer 2] op de grond lag heeft zij haar meerdere keren geslagen. Dit zijn geen uitvoeringshandelingen van het schieten, maar ook geen bijdrage van voldoende gewicht bij de schietpartij. Daar komt bij dat de camerabeelden voor meerdere uitleg vatbaar zijn en dat de uitleg die de verdediging aan de camerabeelden geeft niet kan worden uitgesloten. In zo’n geval is er een ander (objectief) bewijsmiddel nodig waardoor kan worden vastgesteld dat de ene uitleg (van het Openbaar Ministerie) gevolgd moet worden en de andere uitleg (van de verdediging) niet. Er is echter in dit dossier geen bewijsmiddel dan wel aanwijzing waardoor de rechtbank kan vaststellen dat de uitleg die het Openbaar Ministerie daaraan wil geven de juiste is.
Ten slotte kan de rechtbank niet vaststellen dat het roepen van ‘maté’ een bijdrage heeft gehad aan wat [medeverdachte] heeft gedaan, te weten: het schieten. Van een startsein tot het schieten door [medeverdachte] kan naar het oordeel van de rechtbank geen sprake zijn, omdat de verdachte ‘maté’ roept wanneer [medeverdachte] zijn wapen al heeft getrokken. Bovendien valt haar kreet nagenoeg op de seconde samen met het moment waarop [medeverdachte] begint te schieten. Ook kan niet worden vastgesteld dat het nogmaals roepen van ‘maté’ heeft bijgedragen aan de volgende schoten. De verdachte heeft verklaard dat zij niet wist dat [medeverdachte] een vuurwapen had en ook niet heeft gezien dat hij met een vuurwapen heeft geschoten. Uit de camerabeelden blijkt dat de verdachte zich globaal schuin achter [medeverdachte] bevond toen hij voor het eerst met het vuurwapen richtte. Hierdoor is niet vast te stellen dat de verdachte het wapen op dat moment heeft gezien of moest kunnen zien, waardoor ook niet kan worden vastgesteld dat de eerste kreet ‘maté’ daar een reactie op was. Bij dit oordeel is verder van belang dat [medeverdachte] consistent heeft verklaard dat hij niet heeft meegekregen wat de verdachte riep.
Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte] niet is komen vast te staan, omdat er geen bewijsmiddelen in het dossier voorhanden zijn die een dergelijk oordeel kunnen dragen. Haar aanwezigheid ter plaatse, het roepen van ‘maté’, het schreeuwen tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , het slaan van [slachtoffer 2] en het gegeven dat zij niet heeft ingegrepen, vormen, ook tezamen, geen bijdragen van voldoende gewicht aan het schieten door [medeverdachte] . Anders dan de officier van justitie stelt, is ook niet gebleken van een vooropgezet plan om de slachtoffers te doden. Er is geen bewijsmiddel in het procesdossier waaruit dit volgt. Zowel de verdachte als [medeverdachte] hebben steeds verklaard dat de bedoeling van het treffen met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] was, dat zij een gesprek wilden aangaan over de overlast. Deze verklaring wordt ook door een objectief bewijsmiddel ondersteund, te weten door de camerabeelden waaruit volgt dat de verdachte en [medeverdachte] (op hun manier) proberen een gesprek te starten over ruzie zoeken in het weekend wanneer de buren bezoek hebben van [slachtoffer 5] . Hierna volgt echter de snelle escalatie. Hoe dat ook zij, een vooropgezet plan is niet bewezen maar daar is ook een objectieve contra-indicatie voor aangetroffen in het procesdossier. Samengevat is niet gebleken dat de verdachte opzet heeft gehad op het gronddelict en op een nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte] . De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het onder 1 tot en met 3 primair tenlastegelegde.
Is er sprake van medeplichtigheid?
Voor medeplichtigheid moet kunnen worden vastgesteld dat de verdachte behulpzaam zou zijn geweest bij het plegen van de schietpartij. Medeplichtigheid kan ook worden vastgesteld indien vaststaat dat zij gelegenheid, middelen of inlichtingen daartoe zou hebben verschaft, waardoor het door [medeverdachte] begane feit is bevorderd en/of vergemakkelijkt. Het opzet moet gericht zijn op het bevorderen en/of vergemakkelijken van een door een ander begaan misdrijf én (al dan niet in voorwaardelijke vorm) op het gronddelict.
Voor de beoordeling van medeplichtigheid is in deze zaak in grote lijnen doorslaggevend wat hierboven al ten aanzien van het medeplegen is overwogen. Zo is niet komen vast te staan dat de verdachte wetenschap had van het vuurwapen bij [medeverdachte] , en lijkt de schietpartij eerder voort te komen uit een plotselinge escalatie. Ook uit de overige bewijsmiddelen in het dossier volgt niet dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de schietpartij, waarvoor van doorslaggevend belang is dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist van het vuurwapen en rekening moest houden met de mogelijkheid dat [medeverdachte] zou gaan schieten. Voorts kan uit de vastgestelde feitelijkheden ten aanzien van de verdachte, te weten haar aanwezigheid bij de schietpartij, het roepen van ‘maté’ en het niet ingrijpen, niet worden afgeleid dat zij opzet heeft gehad op het behulpzaam zijn bij de schietpartij.
De verdachte wordt daarom ook van het onder 1 tot met 3 subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken.
Is er sprake van openlijk geweld in vereniging?
Voor een bewezenverklaring van openlijke geweld in vereniging is vereist dat de verdachte opzet heeft gehad op het in vereniging plegen van openlijk geweld en daaraan ook een voldoende significante bijdrage heeft geleverd.
Niet ter discussie staat dat er op 9 september 2024 door [medeverdachte] (hevig) geweld is gebruikt tegen [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Ook staat vast dat de verdachte geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer 2] door haar in het gezicht te slaan. Dit heeft zij immers ook zelf zo verklaard. De vraag is of de verdachte samen met de medeverdachte openlijk geweld in vereniging heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] .
De verdachte heeft steeds verklaard dat zij niet wist dat [slachtoffer 2] gewond was toen zij haar sloeg. De verdachte dacht dat [slachtoffer 2] uit angst op de grond was gaan liggen. Ze zag ook geen bloed in de buurt van [slachtoffer 2] . Ook voor de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , die meteen na de schietpartij naar [slachtoffer 2] toe gingen, was in eerste instantie niet duidelijk dat zij door een kogel was geraakt. [getuige 1] dacht dat zij dekking had gezocht en [getuige 2] dacht dat [slachtoffer 2] was gestruikeld. In zoverre bevestigen de getuigen de lezing van de verdachte op dit punt. Omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat de verdachte wist dat [slachtoffer 2] was neergeschoten, is haar opzet op het geweld ‘in vereniging’ niet bewezen. Haar opzet was wel gericht op geweld, namelijk het slaan van [slachtoffer 2] , maar niet op een gewelddadig optreden
samen met [medeverdachte]tegen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 1] .
Ten overvloede merkt de rechtbank op (in lijn met de verdediging) dat de ernst van het door de verdachte uitgeoefende geweld tegen [slachtoffer 2] -enkele klappen- ver af staat van het schieten met een vuurwapen door [medeverdachte] . Ook om die reden is het - zonder nader bewijs - niet vast te stellen dat de verdachte het opzet heeft gehad op enige vorm van samenwerking in dit geweld tegen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1] .
Omdat niet is bewezen dat de verdachte opzet heeft gehad op het in vereniging plegen van geweld wordt de verdachte vrijgesproken van de aan haar ten laste gelegde openlijke geweldpleging (feit 4). Het handelen van de verdachte zou wel kunnen worden gekwalificeerd als mishandeling tegen [slachtoffer 2] , maar dat heeft de officier van justitie niet tenlastegelegd dus kan de rechtbank het ook niet bewezen verklaren.
Verzoek bevel gevangenneming
Gelet op de beslissing van de rechtbank, integrale vrijspraak, wordt het verzoek van de officier van justitie tot gevangenneming van de verdachte afgewezen.

4.Vordering benadeelde partij

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [nabestaande 1] , [nabestaande 2] en [nabestaande 3] hebben zich gesteld als benadeelde partijen en hiertoe vorderingen tot schadevergoeding ingediend.
De rechtbank spreekt de verdachte integraal vrij. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vordering.
De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partijen en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.

5.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 t/m 4 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [nabestaande 1] , [nabestaande 2] en [nabestaande 3]
  • verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vordering;
  • bepaalt dat de benadeelde partijen en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.F. Hammerle, voorzitter, mrs. A. Blanke, en V.A. Groeneveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Tressel als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging tenlastegelegd dat:
(in de zaak met parketnummer 16.289548.24)

1 primair:

zij op of omstreeks 9 september 2024 te Dronten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 5] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door meermalen (van dichtbij) met een vuurwapen kogels in de richting van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 5] af te vuren, en die [slachtoffer 5] in het hoofd en/of lichaam te raken, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] is overleden,

subsidiair:
[medeverdachte] op of omstreeks 9 september 2024 te Dronten, althans in Nederland, [slachtoffer 5] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door meermalen (van dichtbij) met een vuurwapen kogels in de richting van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 5] af te vuren, en die [slachtoffer 5] in het hoofd en/of lichaam te raken,
tengevolge waarvan die [slachtoffer 5] is overleden, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 9 september 2024 te Dronten, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door:
- die [medeverdachte] te vertellen dat die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] gearriveerd zijn en/of

aanwezig zijn op de betreffende plek, en/of

- wetenschap van het vuurwapen te hebben en/of die [medeverdachte] een vuurwapen In zijn bezit

te laten hebben en/of te laten gebruiken, en/of

- opjuttend te schreeuwen, en/of
- een of meermalen "maté" (vertaling: dood hem/haar) te roepen, en/of
- “hoe bedoel je, wie denk je wel niet dat je bent" te roepen, nadat die [slachtoffer 1] probeert die

[medeverdachte] tegen te houden, en/of

- die [slachtoffer 1] uit de buurt te houden van die [medeverdachte] terwijl die [medeverdachte] zijn wapen herlaadt,

2 primair:

zij op of omstreeks 9 september 2024 te Dronten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, meermalen (van dichtbij) met een vuurwapen kogels In de richting van het hoofd en/of de borst en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft afgevuurd, en die [slachtoffer 2] in de borst en/of het lichaam heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet Is voltooid,

subsidiair:
[medeverdachte] op of omstreeks 9 september 2024 te Dronten, althans in Nederland, ter uitvoering van het door die [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk en
met voorbedachten rade van het leven te beroven, meermalen (van dichtbij) met een vuurwapen kogels in de richting van het hoofd en/of de borst en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft afgevuurd, en die [slachtoffer 2] in de borst en/of het lichaam heeft geraakt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 9 september 2024 te Dronten, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door:
- die [medeverdachte] te vertellen dat die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] gearriveerd zijn en/of

aanwezig zijn op de betreffende plek, en/of

- wetenschap van het vuurwapen te hebben en/of die [medeverdachte] een vuurwapen in zijn bezit

te laten hebben en/of te laten gebruiken, en/of

- opjuttend te schreeuwen, en/of
- een of meermalen "maté" (vertaling: dood hem/haar) te roepen, en/of
- "hoe bedoel je, wie denk je wel niet dat je bent" te roepen, nadat die [slachtoffer 1] probeert die

[medeverdachte] tegen te houden, en/of

- die [slachtoffer 1] uit de buurt te houden van die [medeverdachte] terwijl die [medeverdachte] zijn wapen herlaadt,

3 primair:

hij op of omstreeks 9 september 2024 te Dronten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, meermalen (van dichtbij) met een vuurwapen kogels in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft afgevuurd, en die [slachtoffer 1] in het lichaam heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

subsidiair:
[medeverdachte] op of omstreeks 9 september 2024 te Dronten, althans in Nederland, ter uitvoering van het door die [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk en
met voorbedachten rade van het teven te beroven, meermalen (van dichtbij) met een vuurwapen kogels In de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft afgevuurd, en die [slachtoffer 1] in het lichaam heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 9 september 2024 te Dronten, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door:
- die [medeverdachte] te vertellen dat die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] gearriveerd zijn en/of

aanwezig zijn op de betreffende plek, en/of

- wetenschap van het vuurwapen te hebben en/of die [medeverdachte] een vuurwapen in zijn bezit

te laten hebben en/of te laten gebruiken, en/of

- opjuttend te schreeuwen, en/of
- een of meermalen "maté" (vertaling: dood hem/haar) te roepen, en/of
- "hoe bedoel je, wie denk je wel niet dat je bent" te roepen, nadat die [slachtoffer 1] probeert die [medeverdachte] tegen te houden, en/of
- die [slachtoffer 1] uit de buurt te houden van die [medeverdachte] terwijl die [medeverdachte] zijn wapen herlaadt,
4:
zij op of omstreeks 9 september 2024 te Dronten, althans in Nederland, openlijk, te weten op de [straat] , In elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , door:
- [medeverdachte] te vertellen dat die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] gearriveerd zijn

en/of aanwezig zijn op de betreffende plek, en/of

- opjuttend te schreeuwen, en/of
- een of meermalen "maté" (vertaling: dood hem/haar) te roepen, en/of
- meermalen (van dichtbij) met een vuurwapen kogels in de richting van het hoofd en/of de

borst en/of het lichaam van die [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] af te vuren, en die [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] in het hoofd en/of de borst en/of het lichaam te raken, en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan en/of te schoppen, en/of
- "hoe bedoel je, wie denk je wel niet dat je bent" te roepen, nadat die [slachtoffer 1] probeert die

[medeverdachte] tegen te houden, en/of

- die [slachtoffer 1] uit de buurt te houden van die [medeverdachte] terwijl die [medeverdachte] zijn wapen herlaadt.