Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser 1]en
[eiseres]
[eiser 2]
[eiser 3],
[eiser 4]
[derde belanghebbende]uit [plaats] , vergunninghouder.
Rechtbank Midden-Nederland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen heeft verleend voor het bouwen van twee geschakelde woningen op een perceel in Huizen. Eisers, bewoners van aangrenzende percelen, maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden beroep in tegen het besluit dat hun bezwaren ongegrond verklaarde.
De rechtbank stelde vast dat twee van de eisers niet-ontvankelijk waren omdat zij het bezwaar niet correct hadden ingediend of hun identiteit niet tijdig hadden bekendgemaakt. Het beroep van de overige drie eisers werd inhoudelijk beoordeeld. Zij voerden aan dat het college onterecht de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) procedure had gevolgd in plaats van een wijziging van het omgevingsplan, en dat het bouwplan in strijd zou zijn met het welstandsbeleid.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht de bopa-procedure heeft toegepast en dat het bouwplan niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, mede gelet op het positieve advies van de welstandscommissie. De rechtbank wees de beroepsgronden af en verklaarde het beroep van de drie eisers ongegrond, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen en de vergunning blijft in stand.