ECLI:NL:RBMNE:2026:4664

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
UTR 26/2010
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22.1 OwArt. 22.2 OwArt. 15.2.1 OmgevingsplanArt. 8.0a lid 2 Besluit kwaliteit leefomgevingArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling omgevingsvergunning voor buitenplanse activiteit bouwen twee woningen

Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen heeft verleend voor het bouwen van twee geschakelde woningen op een perceel in Huizen. Eisers, bewoners van aangrenzende percelen, maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden beroep in tegen het besluit dat hun bezwaren ongegrond verklaarde.

De rechtbank stelde vast dat twee van de eisers niet-ontvankelijk waren omdat zij het bezwaar niet correct hadden ingediend of hun identiteit niet tijdig hadden bekendgemaakt. Het beroep van de overige drie eisers werd inhoudelijk beoordeeld. Zij voerden aan dat het college onterecht de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) procedure had gevolgd in plaats van een wijziging van het omgevingsplan, en dat het bouwplan in strijd zou zijn met het welstandsbeleid.

De rechtbank oordeelde dat het college terecht de bopa-procedure heeft toegepast en dat het bouwplan niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, mede gelet op het positieve advies van de welstandscommissie. De rechtbank wees de beroepsgronden af en verklaarde het beroep van de drie eisers ongegrond, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft.

Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen en de vergunning blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/2010

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2026 in de zaak tussen

1.
[eiser 1]en
[eiseres]
2.
[eiser 2]
3.
[eiser 3],
4.
[eiser 4]
allen uit [plaats] , eisers,
(gemachtigde: [eiser 1] )
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen(het college), verweerder
(gemachtigde: mr. T.M.H. van Zundert).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[derde belanghebbende]uit [plaats] , vergunninghouder.

Inleiding

Deze zaak gaat over de omgevingsvergunning die het college aan vergunninghouder heeft verleend voor het bouwen van twee geschakelde woningen op het adres [adressen] in [plaats] (het perceel).
Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend met het besluit van 25 september 2025.
Eisers wonen op de naastgelegen percelen. Zij hebben tegen de verlening van de omgevingsvergunning bezwaar gemaakt, omdat zij het niet eens zijn met het bouwplan. Met het besluit van 30 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft het college de bezwaren ongegrond verklaard en is de verleende omgevingsvergunning in stand gelaten.
Eisers hebben vervolgens beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft gereageerd met een verweerschrift. Vergunninghouder heeft ook schriftelijk gereageerd.
De rechtbank heeft het beroep op 29 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser [eiser 1] was aanwezig die tevens als gemachtigde van de andere eisers optreedt. Hij heeft zich laten bijstaan door [A] . Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook is vergunninghouder verschenen, bijgestaan door advocaat
mr. N. Lubach.

Het toetsingskader

1. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Voor het perceel van vergunninghouder geldt het ‘Omgevingsplan gemeente Huizen’ (het omgevingsplan). Dat omgevingsplan bestaat onder meer uit een tijdelijk deel: de voorheen vastgestelde bestemmingsplannen en de omgevingsplanregels van rechtswege (de bruidsschat). [1] Op het perceel was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan ‘Dorp’ (het bestemmingsplan) van kracht.
2. Het bouwplan van vergunninghouder voldoet niet aan het omgevingsplan, omdat het bouwvlak een kwartslag is gedraaid van dwars op de straat naar evenwijdig aan de straat. [2] Het college heeft voor het bouwplan daarom een omgevingsvergunning verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa). Hiermee kan worden afgeweken van de regels uit het omgevingsplan, mits het college voldoende motiveert dat hiermee nog steeds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. [3]

Het oordeel van de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of het college op goede gronden de omgevingsvergunning heeft verleend. Zij doet dat aan de hand van de gronden van eisers.
Ontvankelijkheid van het beroep van een aantal eisers
4. Voordat de rechtbank overgaat tot de inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden, stelt de rechtbank eerst vast dat eiseres [eiseres] het bezwaarschrift tegen het besluit van 25 september 2025 niet mede heeft ondertekend. In beginsel kan iemand alleen tegen een besluit beroep instellen, als zij hiertegen eerst bij het college bezwaar heeft gemaakt. [4] Dit betekent dat voor eiseres [eiseres] geen beroep open stond tegen het bestreden besluit.
5. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de identiteit van eiser [eiser 4] niet binnen de beroepstermijn bekend is gemaakt. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), moet de identiteit van degene die beroep heeft ingesteld vóór afloop van de beroepstermijn bekend zijn. [5] In dit geval liep de beroepstermijn tot en met 13 maart 2026. De identiteit van eiser [eiser 4] bleek pas uit de machtigingen die eiser [eiser 1] op 10 april 2026 aan de rechtbank heeft gestuurd. De beroepstermijn van zes weken was dus toen al verstreken. Volgens eveneens vaste rechtspraak van de Afdeling leent een dergelijk verzuim zich niet voor herstel.
6. De rechtbank verklaart het beroep ingesteld door eisers [eiseres] en [eiser 4] daarom niet-ontvankelijk. Het beroep ingesteld door de andere eisers kan in deze zaak wel inhoudelijk worden beoordeeld. Dat gaat de rechtbank hierna doen.
Het toepassen van de bopa-procedure
7. Eisers stellen allereerst dat het college in het bestreden besluit niet is ingegaan op het in bezwaar aangevoerde standpunt dat in dit geval een wijziging van het omgevingsplan de aangewezen procedure was. Volgens eisers heeft de toepassing van de bopa-procedure voor het aangevraagde bouwplan, waarbij het bouwvlak wordt gedraaid en verplaatst, tot gevolg dat méér vergunningvrij kan worden gebouwd dan bij een wijziging van het omgevingsplan. Zij stellen dat hierdoor circa 45 m² extra vergunningvrij kan worden bebouwd. Op de zitting hebben eisers verder toegelicht dat de bopa-procedure er volgens hen toe leidt dat eerst met een omgevingsvergunning kan worden gebouwd overeenkomstig het gedraaide en verplaatste bouwvlak. Daarna kan volgens hen voor de vergunningvrije bouwmogelijkheden weer worden teruggevallen op het oorspronkelijke bestemmingsplan, dat aan de achterzijde van het perceel extra mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen biedt. Deze extra vergunningvrije bouwmogelijkheden doen zich volgens eisers niet voor als voor het aangevraagde bouwplan de wijzigingsprocedure van het omgevingsplan zou zijn gevolgd. Ter onderbouwing van hun standpunt wijzen eisers op de eerder in bezwaar ingebrachte vergelijkende situatietekening. Volgens eisers is het college in het bestreden besluit niet op deze tekening ingegaan.
8. De rechtbank overweegt dat het college een omgevingsplanactiviteit die in strijd is met het omgevingsplan op twee manieren kan toelaten: door het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bopa of door het omgevingsplan te wijzigen. [6] Een omgevingsvergunning voor een bopa is projectgebonden en wordt verleend op aanvraag. Omdat vergunninghouder ervoor heeft gekozen een omgevingsvergunning voor een bopa aan te vragen, moest het college naar het oordeel van de rechtbank op die aanvraag beslissen en was het college niet gehouden in plaats daarvan een procedure tot wijziging van het omgevingsplan te volgen.
9. De door eisers gestelde mogelijkheid dat de gekozen procedure na realisering van het bouwplan leidt tot ruimere vergunningvrije bouwmogelijkheden, maakt dit niet anders. Nog daargelaten dat eisers het door hen gestelde verschil in vergunningvrije bouwmogelijkheden met de overgelegde situatietekening niet inzichtelijk hebben gemaakt, vormt dit op zichzelf geen grond die het college aanleiding had moeten geven om de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bopa af te wijzen. Daarbij heeft het college toegelicht dat de aanvraag betrekking heeft op het deel van het hoofdgebouw dat buiten het bestemde bouwvlak valt. De bij- en aanbouwen blijven volgens het college binnen de regels van het omgevingsplan. Dat in het bestreden besluit niet specifiek op de situatietekening is ingegaan, leidt naar het oordeel van de rechtbank ook niet tot een ander oordeel. Het college heeft op de zitting toegelicht dat de situatietekening pas na de hoorzitting in bezwaar is overgelegd, maar dat daarvan wel kennis is genomen. De tekening heeft het college echter geen aanleiding gegeven om tot een ander standpunt te komen, omdat daaruit niet inzichtelijk is gemaakt welke extra vergunningvrije bouwmogelijkheden volgens eisers zouden ontstaan. De rechtbank kan deze toelichting volgen. Voor zover eisers nog wijzen op de interne e-mail van het afdelingshoofd Omgeving van de gemeente van 1 oktober 2024, leidt ook dat niet tot een ander oordeel. In deze e-mail worden slechts de mogelijke procedures besproken. Hieruit volgt niet dat het college de aanvraag anders had moeten beoordelen. De beroepsgrond slaagt niet.
De redelijke eisen van welstand
10. Eisers voeren verder aan dat de omgevingsvergunning is verleend in strijd met het geldende welstandsbeleid voor het beschermd dorpsgezicht. Volgens eisers heeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (de welstandscommissie) geen zelfstandig oordeel gegeven over de in het welstandsbeleid geldende criteria met betrekking tot open verkaveling en doorzichten en de plaatsing van bijgebouwen, bij voorkeur uit het zicht. Volgens eisers heeft de welstandscommissie niet gemotiveerd waarom in dit geval van het welstandsbeleid wordt afgeweken.
11. De rechtbank stelt vast dat de welstandscommissie meerdere keren heeft geadviseerd over het bouwplan. Uiteindelijk heeft de welstandscommissie op 30 januari 2025 positief geadviseerd over het aangepaste plan. De welstandscommissie concludeert dat het bouwplan voldoet aan de redelijke eisen van welstand en aan de aanvullende welstandseisen voor het beschermd dorpsgezicht. Voorop staat dat het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting behoeft, tenzij een tegenadvies wordt overgelegd van een ander deskundig te achten persoon of instantie. Een andere uitzondering doet zich voor als het welstandsadvies naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college het niet zonder meer aan zijn oordeel over de welstand ten grondslag mocht leggen. [7]
12. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de welstandscommissie geen eigen welstandsbeoordeling heeft gemaakt aan de hand van de toepasselijke criteria uit de geldende welstandsnota. Dit is ook af te leiden uit de door haar voorgestelde aanpassingen op de eerdere aanvraag en die vervolgens zijn overgenomen in het aangepaste bouwplan. Uit de welstandsadviezen blijkt verder dat er overleg is geweest met de stedenbouwkundige, waarbij is ingegaan op de inpasbaarheid en de situering van de voorgestelde kavelopzet in de omgeving. Daarbij geldt volgens vaste rechtspraak dat de welstandscommissie haar advies moet baseren op de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt, dan wel, als het bouwplan daarvan afwijkt, op de bouwmogelijkheden waaraan het college planologische medewerking wil verlenen. [8] Het college is in dit geval bereid voor het bouwplan een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het omgevingsplan ten behoeve van de situering van de woningen op het perceel en ook de raad heeft daar positief over besloten. Deze bereidheid moet, anders dan eisers stellen, wel degelijk bij de welstandstoets worden gerespecteerd en kan dus op zichzelf geen grond vormen voor een negatief welstandsoordeel. Eisers hebben ook geen advies van een deskundige overgelegd ter weerlegging van het positieve welstandsadvies. Het college heeft het positieve welstandsadvies naar het oordeel van de rechtbank mogen overnemen dat het bouwplan niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand. De beroepsgrond slaagt niet.

De conclusie en gevolgen

13. Het beroep ingesteld door eisers [eiseres] en [eiser 4] is niet-ontvankelijk. Het beroep ingesteld door eisers [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] is ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep van eisers [eiseres] en [eiser 4] niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep van eisers [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3]
ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. de Snoo, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Azmi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 22.1 en 22.2 van de Ow.
2.Dit is in strijd met artikel 15.2.1, onder a, van het omgevingsplan.
3.Artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
4.Op grond van artikel 7:1, eerste lid, en artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2562, r.o. 2.1.
6.Een nadere toelichting daarop is te vinden op https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/omgevingsplanactiviteit/buitenplanse-omgevingsplanactiviteit/keuze-bopa-wijziging-omgevingsplan.
7.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1527, r.o. 17.2.
8.Zie r.o. 17.4 van de hiervoor aangehaalde uitspraak.