In deze civiele procedure stond centraal of de eisende partij de leningsovereenkomst van de verwerende partij had ondertekend. De rechtbank had een deskundigenonderzoek bevolen om deze vraag te beantwoorden. Na het tussenvonnis van 14 mei 2025 startte de deskundige zijn onderzoek, maar beide partijen weigerden mee te werken en reageerden niet op verzoeken om aanvullend onderzoeksmateriaal.
De deskundige verzocht meerdere malen om uitstel en aanvullende informatie, maar zonder resultaat. De kantonrechter besloot daarop de deskundige van zijn taak te ontheffen en stelde de gemaakte kosten vast, die door de verwerende partij gedragen moeten worden. Het restant van het voorschot wordt aan de verwerende partij terugbetaald.
Omdat de verwerende partij niet heeft meegewerkt, kon niet worden vastgesteld dat de eisende partij de leningsovereenkomst had ondertekend. Daarom worden alle vorderingen van de verwerende partij, inclusief rente en incassokosten, afgewezen. Het verstekvonnis van 13 maart 2024 wordt vernietigd, behalve de veroordeling tot betaling van nakosten. De verwerende partij wordt veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure.