Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.Het verloop van de procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 6
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, een warmtebedrijf, vordert dat gedaagde, een vastgoedbedrijf, aansprakelijk wordt gesteld voor het niet doorleggen van een kettingbeding bij de doorverkoop van onroerend goed. Het kettingbeding hield in dat exclusief warmte, koude en warm tapwater door eiseres geleverd zouden worden en dat deze verplichting moest worden doorgelegd aan nieuwe eigenaren.
De rechtbank beoordeelt dat de koopovereenkomst tussen de rechtsvoorganger van eiseres en gedaagde niet expliciet de panden omvatte waarvoor het kettingbeding zou gelden. Ook in de akte van levering werden deze panden niet genoemd, wat het standpunt van gedaagde ondersteunt dat zij niet gehouden was het beding door te leggen.
Daarnaast is vastgesteld dat de leverings- en leegstandsovereenkomst tussen eiseres en gedaagde pas na de doorverkoop van de panden is gesloten, waarbij eiseres op de hoogte was van de verkoop en het standpunt van gedaagde dat het beding niet gold voor deze panden. Hierdoor kon deze overeenkomst niet leiden tot een verplichting tot doorlegging.
De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en veroordeelt haar tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en veroordeelt haar in de proceskosten.