ECLI:NL:RBMNE:2026:4522
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangakkoord bij schuldsanering ondanks verzet schuldeiser
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 9 juni 2026 het verzoek van een schuldenaar tot vaststelling van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet. De schuldenaar had een schuldregeling aangeboden waarbij hij een vermogen van €3.190,40 inbracht, wat een uitkering van 4,6% aan de concurrente schuldeisers oplevert. Tien van de elf schuldeisers stemden in met het akkoord, maar één schuldeiser, een verhuurder met een vordering van €19.097,51 (39,25% van de totale schuld), weigerde in te stemmen vanwege een huurachterstand en twijfels over de inspanningsverplichting van de schuldenaar.
De rechtbank oordeelde dat het aangeboden akkoord het maximaal haalbare is gezien de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, die een PW-uitkering ontvangt en onder beschermingsbewind staat. De rechtbank vond dat de weigering van de schuldeiser niet redelijk was, mede omdat de overige schuldeisers wel instemden en het akkoord gunstiger is dan een wettelijke schuldsaneringsregeling, waarbij de schuldeisers waarschijnlijk niets zouden ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de schuldenaar om zijn schulden te saneren zwaarder weegt dan het belang van de weigeraar en beveelt de schuldeiser om in te stemmen met het akkoord. Hierdoor komt het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet meer aan de orde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen acht dagen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een schuldeiser in te stemmen met het dwangakkoord en wijst het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord toe.