ECLI:NL:RBMNE:2026:4495

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
19 juli 2026
Zaaknummer
11990418 \ UC EXPL 25-9613
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:271 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen bij geschil over aanneming van werk wegens onvoldoende onderbouwing

De Stichting Apostolic Center (SAC) en [gedaagde] sloten een aannemingsovereenkomst voor het realiseren van kantoorruimtes en een toiletgroep. SAC vorderde terugbetaling van €3.500 wegens niet uitgevoerde werkzaamheden, terwijl [gedaagde] in reconventie €1.301,50 vorderde wegens niet betaalde werkzaamheden.

Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de communicatie tussen partijen onduidelijk was, mede door de communicatiebeperking van [gedaagde]. De kantonrechter constateerde dat de afspraken over de omvang en prijs van de werkzaamheden onvoldoende concreet waren vastgelegd, en dat de overgelegde Whatsappberichten en verklaringen geen duidelijkheid boden.

De facturen en eindafrekening van [gedaagde] waren inconsistent, met onduidelijkheid over de btw-toepassing en de afgesproken bedragen. Partijen kozen er ook niet voor om een deskundige in te schakelen om de redelijke tegenprestatie vast te stellen.

Daarom wees de rechtbank de vorderingen van SAC en [gedaagde] af wegens onvoldoende onderbouwing. Beide partijen werden veroordeeld tot betaling van hun eigen proceskosten, die zij aan de wederpartij moesten vergoeden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van beide partijen af wegens onvoldoende onderbouwing en veroordeelt hen tot betaling van hun eigen proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11990418 \ UC EXPL 25-9613
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
STICHTING APOSTOLIC CENTER,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: SAC,
gemachtigde: Ansbertus Juridische Diensten B.V.,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: De Rechtsagent B.V..

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 november 2025, met 6 producties,
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 26 januari 2026, met 3 producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte van SAC van 27 mei 2026, met productie 7.
1.2
De mondelinge behandeling (zitting) vond plaats op 4 juni 2026 op de locatie van de rechtbank in Utrecht. Daarbij was [A] aanwezig namens SAC met gemachtigde mr. G.A. Martha. [gedaagde] en zijn vrouw [B] waren digitaal (ieder via een eigen verbinding en op afstand van elkaar) via Teams aanwezig. [B] heeft tijdens de mondelinge behandeling, voor zover dat via de beperkte communicatieve verbinding, voor [gedaagde] getolkt. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Na de zitting hebben partijen de mogelijkheid gekregen om er onderling uit te komen en uiterlijk op 10 juni 2026 aan de kantonrechter te laten weten of dit is gelukt. Met partijen is besproken dat als zij er onderling niet uitkomen, de kantonrechter uitspraak doet.
1.3
Partijen hebben geen schikking bereikt. Daarom wijst de kantonrechter vandaag vonnis.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] heeft onder andere verschillende kantoorruimtes gemaakt in het bedrijfsgebouw van SAC. Omdat [gedaagde] volgens SAC niet alle afgesproken werkzaamheden heeft verricht, heeft zij de aannemingsovereenkomst die partijen hebben gesloten buitengerechtelijk voor een deel ontbonden en vordert zij dat [gedaagde] € 3.500,00 aan haar terugbetaalt. [gedaagde] erkent dat hij een deel van de afgesproken werkzaamheden niet heeft verricht, maar heeft die al gecrediteerd. Hij wil die werkzaamheden ook niet meer uitvoeren omdat de andere afgesproken werkzaamheden die hij wel heeft uitgevoerd nog niet volledig zijn betaald. In reconventie vordert [gedaagde] daarom € 1.301,50 van SAC. Zowel de vorderingen van SAC als die van [gedaagde] worden afgewezen omdat ze onvoldoende onderbouwd zijn.

3.De standpunten en vorderingen van partijen

3.1
Tussen SAC en [gedaagde] staat vast dat zij een overeenkomst van aanneming van werk hebben gesloten. Dit is de grondslag van de vorderingen in conventie en in reconventie. Partijen verschillen van mening over wat de afspraken uit die overeenkomst waren.
3.2
SAC heeft aangevoerd dat [gedaagde] voor een vaste prijs van € 5.000,00 inclusief btw vier geventileerde en geïsoleerde kantoren met inbouwspotjes zou realiseren in de nieuwe kantoorruimte van SAC in [plaats] , die op dat moment nog bestond uit één grote bedrijfsruimte van ongeveer 100m2. SAC heeft de aanbetaling hiervoor van € 1.700,00 contant aan [gedaagde] betaald. Later zijn volgens SAC afspraken gemaakt over aanvullende werkzaamheden. [gedaagde] zou volgens SAC bijvoorbeeld voor een vast bedrag van € 2.500,00 een toiletgroep realiseren in de bedrijfsruimte.
3.3
SAC stelt dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst, omdat hij niet alle afgesproken werkzaamheden heeft verricht. Daarom heeft SAC naar eigen zeggen de aannemingsovereenkomst buitengerechtelijk gedeeltelijk ontbonden en vordert zij dat [gedaagde] € 3.500,00 aan haar terugbetaalt. [1] Dit bedrag bestaat volgens SAC uit € 2.000,00 voor niet uitgevoerde werkzaamheden aan de gerealiseerde kantoorruimtes en € 1.500,00 voor de niet afgemaakte toiletgroep. Daarnaast vordert SAC een verklaring voor recht dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst en dat SAC daarom de overeenkomst buitengerechtelijk mocht ontbinden. In de dagvaarding heeft SAC niet toegelicht welke afgesproken werkzaamheden volgens haar niet door [gedaagde] zijn verricht. Uit wat op de mondelinge behandeling is besproken en de brief van 20 augustus 2025 die namens SAC aan [gedaagde] is verzonden blijkt dat het volgens SAC om de volgende werkzaamheden gaat:
1. Ruimten en verlichting:
• Flex Office 1: stroomafwerking niet voltooid, 2 lichtschakelaars niet geplaatst, 2 spots niet geplaatst
• Flex Office 2: stroomafwerking niet voltooid, 2 lichtschakelaars niet geplaatst, 2 spots niet geplaatst
• Office voorzitter: stroomafwerking niet voltooid, 3 lichtschakelaars niet geplaatst, 6 spots niet geplaatst
• Podcast studio: stroomafwerking niet voltooid, 2 lichtschakelaars niet geplaatst, 6 spots niet geplaatst
2. Luchttoevoer:
• De afwerking van de luchttoevoer naar de vier genoemde ruimten is niet uitgevoerd.
3. Toiletruimten:
a. Drie nieuwe toiletten zouden worden gerealiseerd; dit is niet gebeurd.
b. Het bestaande toilet zou worden afgebroken en voorzien van nieuwe fontein, kraan en spiegel; dit is niet uitgevoerd.
c. De oude wastafel zou worden vervangen door een kleinere variant met nieuwe kraan en spiegel; dit is niet uitgevoerd.
d. De muren van de toiletruimte zouden worden afgewerkt met PVC; dit is niet uitgevoerd.
3.4
[gedaagde] erkent dat hij een deel van de overeengekomen werkzaamheden niet heeft verricht omdat hij voortdurend discussie had met SAC over de aanpak en uitvoering van het werk. [gedaagde] voert aan dat hij deze werkzaamheden heeft gecrediteerd op zijn eindafrekening van 9 juli 2025 en SAC daar dus niet voor heeft betaald. Alle andere afgesproken werkzaamheden heeft [gedaagde] naar eigen zeggen wel uitgevoerd en hij stelt dat hij daarvoor minder betaald heeft gekregen dan waar hij recht op had. Als onderbouwing hiervoor verwijst hij naar de eerste offerte, de factuur van 4 juni 2025, de offerte van 19 juni 2025 en de eindafrekening. Op de eindafrekening brengt [gedaagde] € 6.836,50 (incl. btw) in rekening voor de post
“4 kamer kantoor scheidingswand incl isolatie materiaal 1 muur 9 meter”en € 1.815,00 (incl. btw) in rekening voor de post
“Bovenkant wandmuur 3x isolatie keuken en 2 scheidingwand bij keuken en 1 hoek incl materiaal”.In totaal komt dit neer op € 8.651,50 (incl. btw). Daarop heeft hij € 200,00 in mindering gebracht voor de niet aangebrachte spotjes en niets in rekening gebracht voor de werkzaamheden die hij al heeft verricht aan de toiletgroep. Partijen zijn het erover eens dat SAC € 7.150,00 aan [gedaagde] heeft betaald voor de verrichte werkzaamheden. Dit bedrag heeft [gedaagde] in mindering gebracht op zijn eindfactuur. In totaal blijft dan € 1.301,50 (incl. btw) [2] over. [gedaagde] vordert in reconventie betaling van dit bedrag.

4.De beoordeling

4.1
De vorderingen van SAC (in conventie) en de vorderingen van [gedaagde] (in reconventie) hangen zo sterk met elkaar samen, dat zij hierna samen worden behandeld.
De vorderingen in conventie van SAC worden afgewezen
4.2
De door SAC gevorderde verklaring voor recht en betaling van € 3.500,00 worden afgewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden daarom ook afgewezen.
4.3
Voor een geslaagd beroep op (gedeeltelijke) ontbinding door SAC is onder meer nodig dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst met SAC. SAC heeft mede gelet op de betwistingen van [gedaagde] onvoldoende onderbouwd gesteld wát precies de afspraken waren tussen partijen en wat partijen over en weer van elkaar mochten verwachten. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen wat de verplichtingen van [gedaagde] waren, laat staan of hij hierin tekort is geschoten en dat SAC op basis daarvan recht heeft op een terugbetaling (en hoe hoog die terugbetaling dan zou moeten zijn). Hierna wordt dit toegelicht.
De communicatie tussen partijen
4.4
Vanwege de onduidelijkheid over de inhoud van de aannemingsovereenkomst heeft de kantonrechter tijdens de zitting, waarvoor twee uur is uitgetrokken, geprobeerd om vast te stellen wat partijen hebben afgesproken. Dat is niet gelukt. Pas op de zitting werd duidelijk dat [gedaagde] (die toen in Marokko verbleef en via Teams aanwezig was) doof is, voornamelijk communiceert door middel van gebarentaal en via liplezen probeert te begrijpen wat zijn gesprekspartner zegt. [gedaagde] praat moeizaam en ondanks dat hij zijn best doet om zijn boodschap over te brengen, heeft de kantonrechter op de zitting moeten constateren dat bij het maken van mondelinge afspraken daardoor het risico bestaat dat partijen langs elkaar heen communiceren zonder dat echt duidelijk is wat er is afgesproken. SAC heeft hier tegenin gebracht dat partijen elkaar ondanks de communicatiebeperking van [gedaagde] goed hebben begrepen, omdat de afspraken via Whatsapp werden bevestigd. Dat dit zo is kan de kantonrechter nergens uit afleiden. Het tegendeel lijkt eerder waar. Dat volgt bijvoorbeeld uit dit gedeelte van de Whatsappberichten tussen [A] (aangeduid als ‘ [Whatsappnaam] ’) die handelde namens SAC en [gedaagde] (aangeduid als ‘ [Whatsappnaam] ’):
“(…)
6/11/25, 16:24 - [Whatsappnaam] : Kost 309,90 euro totaal
6/11/25, 16:24 - [Whatsappnaam] : Heb tijd voor niks 2 uurtje bezig hier k word gek man
6/11/25, 16:25 - [Whatsappnaam] : Totaal voor ?
6/11/25, 16:25 - [Whatsappnaam] : Alle 4 deur
6/11/25, 16:25 - [Whatsappnaam] : Deur kost 94 euro tog
6/11/25, 16:26 - [Whatsappnaam] : Ik kom straks dan praten we verder is moeilijk zoo communiceren
6/11/25, 16:31 - [Whatsappnaam] : Nee 1 deur
6/11/25, 16:31 - [Whatsappnaam] : Ik zei toch 1 deur met kozijnen 309,90 euro per stuk
6/11/25, 16:31 - [Whatsappnaam] : Ik heb neem 1 deur met kozijnen totaal 309,90 euro
6/11/25, 16:32 - [Whatsappnaam] : Deze is duur raam en kozijn metaal past dit
6/11/25, 16:33 - [Whatsappnaam] : De deur kost 94 zei je.
En in je vorige bericht zei je kozijn kosten rond 60 euro
6/11/25, 16:33 - [Whatsappnaam] : 60 euro is hout maar past niet deur
6/11/25, 16:33 - [Whatsappnaam] : Ik vindt het zoo moeilijk communiceren
(…)”
De Whatsappberichten
4.5
Uit de Whatsappberichten die SAC zonder (duidelijke) toelichting als onderbouwing heeft overgelegd volgt niet dat er concrete afspraken zijn gemaakt over wat [gedaagde] precies voor welk bedrag in de bedrijfsruimte zou maken en welke materialen daarbij gebruikt zouden moeten worden. Er is weliswaar in de Whatsappberichten te lezen dat SAC en [gedaagde] het over bepaalde kantoorruimtes in de bedrijfsruimte hebben, maar niet over het materiaal waarmee en de manier waarop die ruimtes zouden worden gerealiseerd. Bovendien lijkt er op enig moment ineens gesproken te worden over isolatie en een te realiseren podcaststudio, terwijl er eerst alleen gesproken werd over drie te realiseren kantoren. In de Whatsappberichten is wat betreft de aanneemsom enkel te lezen dat SAC en [gedaagde] het hebben gehad over een bedrag van € 5.000,00, maar partijen verschillen ook van mening of dit bedrag inclusief of exclusief btw was. Onduidelijk is gebleven of bedoeld is dat de tegenprestatie volledig inclusief of exclusief btw was. [3]
4.6
In de Whatsappberichten is verder te lezen dat SAC en [gedaagde] herhaaldelijk discussie hadden over (aanvullende) werkzaamheden die SAC gedaan wilde hebben zoals stuken, het plaatsen van kozijnen en deuren, het isoleren en geluiddicht maken van de kantoren en de kosten daarvan, maar welke (prijs)afspraken zij daar uiteindelijk over hebben gemaakt volgt niet uit die berichten en is ook niet op een andere manier duidelijk geworden. SAC heeft over de discussies over de (prijs van de) aanvullende werkzaamheden nog toegelicht dat zij een beperkt budget had, maar dat betekent niet zonder meer dat zij er (daarom) vanuit mocht gaan dat deze, kennelijk steeds uitdijende, werkzaamheden binnen de eerste, onduidelijke, opdracht vielen en dus niet extra in rekening konden worden gebracht door [gedaagde] .
De akte van SAC
4.7
SAC heeft als onderbouwing ook een verklaring van een vrijwilliger van SAC ( [C] ) overgelegd. Anders dan SAC stelt volgt uit deze verklaring ook niet welke werkzaamheden [gedaagde] moest verrichten en voor welke prijs. In de verklaring staat bijvoorbeeld dat het enige tijd geleden is dat [gedaagde] werkzaamheden heeft verricht en [C] zich niet kan herinneren ‘voor hoeveel [gedaagde] de klus zou klaren’.
Conclusie in conventie
4.8
Vanwege het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de vorderingen van SAC dusdanig onvoldoende zijn onderbouwd dat ze moeten worden afgewezen. Aan een (algemene) bewijsopdracht komt de kantonrechter dan ook niet toe.
De vordering in reconventie van [gedaagde] wordt afgewezen
4.9
[gedaagde] is van mening dat hij meer werk heeft verricht dan waar hij voor is betaald. In reconventie vordert hij daarom € 1.301,50 (zie 3.4). De vordering in reconventie van [gedaagde] wordt afgewezen omdat deze onvoldoende onderbouwd is. Ook voor deze vordering geldt dat onduidelijk is wat [gedaagde] en SAC hebben afgesproken en/of wat zij op grond daarvan over en weer mochten verwachten. In aanvulling op wat hierover in conventie al is overwogen wordt dit als volgt toegelicht.
De factuur, offertes en eindafrekening
4.1
In het dossier zit een factuur, offertes en een eindafrekening van [gedaagde] . Uit deze stukken volgt niet wat [gedaagde] en SAC hebben afgesproken over de betaling. Pas in de eindafrekening brengt [gedaagde] btw in rekening, terwijl hij in zijn eerdere factuur/offertes rekende met 0% btw. De gemachtigde van [gedaagde] heeft op de zitting aangevoerd dat dit zo is gedaan omdat, als de kantonrechter het goed begrijpt, [gedaagde] bereid was om zijn uren inclusief btw te berekenen, maar over de materialen die hij inkocht wel de btw vergoed wilde hebben. Dat lijkt niet onlogisch, maar dat dit op deze manier is afgesproken met SAC volgt nergens uit.
4.11
Op de eindafrekening rekent [gedaagde] ineens wél btw over zijn uren, maar dat hij dit (later) met SAC heeft afgesproken kan nergens uit worden opgemaakt. [gedaagde] heeft hierover nog gezegd dat hij startend ondernemer is en niet precies wist hoe/wanneer hij btw in rekening moest brengen, maar van een ondernemer mag worden verwacht dat hij uitzoekt hoe dit werkt voordat hij offertes/facturen stuurt naar zijn klanten.
Redelijke tegenprestatie
4.12
De kantonrechter heeft op de mondelinge behandeling met partijen nog besproken dat vanwege het ontbreken van duidelijke afspraken een redelijke tegenprestatie kan worden bepaald voor het door [gedaagde] geleverde werk. Die redelijke tegenprestatie kan worden vastgesteld door een deskundige die partijen zouden kunnen benaderen om het werk van [gedaagde] te beoordelen. Partijen hebben uitdrukkelijk niet voor deze optie gekozen, waardoor dit geen basis kan zijn voor de uitspraak in deze zaak.
Conclusie in reconventie
4.13
De vordering van [gedaagde] wordt afgewezen. Dit betekent dat SAC niet meer aan [gedaagde] hoeft te betalen dan zij al heeft gedaan.
De proceskosten
SAC moet de proceskosten in conventie betalen
4.14
SAC is in conventie het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
720,00
[gedaagde] moet de proceskosten in reconventie betalen
4.15
[gedaagde] is in reconventie het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SAC worden begroot op:
- salaris gemachtigde
108,50
(1 punt × factor 0,5 × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
217,00
4.16
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.17
De kantonrechter verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1
wijst de vorderingen van SAC af,
5.2
veroordeelt SAC in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als SAC niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in reconventie
5.3
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
5.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 217,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in conventie en in reconventie
5.6
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
61312

Voetnoten

1.Op basis van ongedaanmakingsverplichtingen (artikel 6:271 van Pro het Burgerlijk wetboek).
2.€ 8.651,50 -/- € 200,00 -/- € 7.150,00.
3.zie 4.10 en 4.11.