ECLI:NL:RBMNE:2026:440

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/16/604501 / HL RK 25-63
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54a OnteigeningswetArt. 54b OnteigeningswetArt. 54d OnteigeningswetArt. 54e OnteigeningswetArt. 23 Onteigeningswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming rechter-commissaris en deskundigen voor vervroegde onteigeningsopneming in Hilversum

De gemeente Hilversum heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend op grond van artikel 54a van de Onteigeningswet tot benoeming van een rechter-commissaris en drie deskundigen voor een vervroegde opneming van onroerende zaken die zij wil onteigenen. Dit verzoek is gedaan in het kader van een voorgenomen onteigeningsprocedure.

De feiten betreffen onroerende zaken in Hilversum die bij Koninklijk Besluit zijn aangewezen voor onteigening. De gemeente heeft het bewijs van de juiste procedurele stappen overgelegd, waaronder de terinzagelegging van het ontwerpbesluit en de betekening aan belanghebbenden. De eigenaar van de onroerende zaken is belanghebbende sub 1, en belanghebbende sub 2 heeft opstalrechten op twee percelen.

De rechtbank heeft het verzoek gegrond verklaard en benoemt mr. J.M. van Wegen tot rechter-commissaris en drie deskundigen voor de opneming. Tevens zijn regels gesteld over de planning van de opneming, communicatie, en kostenverdeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.

Uitkomst: Verzoek tot benoeming rechter-commissaris en deskundigen voor vervroegde opneming onroerende zaken toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/604501 / HL RK 25-63
Beschikking van 28 januari 2026
in de zaak van
GEMEENTE HILVERSUM,
te Hilversum,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
tegen

1.[belanghebbende sub 1] ,

te [plaats 1] ,
hierna te noemen: [belanghebbende sub 1] ,
2.
[belanghebbende sub 2] B.V.,
te Rijssen,
hierna te noemen: [belanghebbende sub 2] ,
belanghebbenden.

1.De procedure

1.1.
De Gemeente heeft bij verzoekschrift, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op 19 december 2025, een verzoek op grond van artikel 54a Onteigeningswet (Ow) ingediend. Het verzoek strekt tot benoeming van een rechter-commissaris en drie deskundigen ten behoeve van een vervroegde opneming van een onroerende zaak in het kader van een voorgenomen onteigening, met bepaling van de dag waarop de opneming door de deskundigen zal plaatsvinden, en met de bepaling dat de deskundigen conform artikel 54e Ow een voorlopig oordeel geven over de schadeloosstelling.
1.2.
Op 23 december 2025 heeft de Gemeente de exploten van betekening – conform artikel 54b lid 1 Ow – overgelegd.
1.3.
Ten slotte is een datum voor deze tussenbeschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
Bij besluit van 27 september 2023 heeft de gemeenteraad van Hilversum de Kroon verzocht over te gaan tot aanwijzing ter onteigening van de onroerende zaken zoals hierna nader omschreven.
2.2.
Het ontwerp Koninklijk Besluit heeft met de daaraan ten grondslag liggende stukken van 26 februari 2025 tot en met 8 april 2025 ter inzage gelegen binnen de gemeente Hilversum. De Gemeente heeft het bewijs als bedoeld in artikel 23 onder Pro 2° Ow overgelegd.
2.3.
Bij Koninklijk Besluit van 30 augustus 2025 (nummer 2025001849), gepubliceerd in de Staatscourant van 23 september 2025 (nummer 32047) zijn ten name van de Gemeente de volgende onroerende zaken ter onteigening aangewezen:
Van de onroerende zaak,
kadastraal bekend,
gemeente Hilversum
grondplan nr.
te onteigenen grootte m2
als
ter grootte van m2
sectie & nr.
1
geheel
Erf-tuin
[nummer 1]
[nummer 4]
2
geheel
Erf-tuin
[nummer 2]
[nummer 5]
3
geheel
Wonen
[nummer 3]
[nummer 6]
2.4.
Blijkens de openbare registers van het Kadaster is [belanghebbende sub 1] de eigenaar van de onroerende zaken.
2.5.
Percelen [nummer 4] en [nummer 5] zijn gedeeltelijk belast met een opstalrecht ten behoeve van [belanghebbende sub 2] .
2.6.
Van het bestaan van andere zakelijk gerechtigden of belanghebbenden in de zin van artikel 3 en Pro 4 Ow is niet gebleken.

3.De beoordeling

3.1.
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Onteigeningswet is komen te vervallen. Op grond van artikel 4.4 Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is de Onteigeningswet in deze zaak nog van toepassing, omdat vóór 1 januari 2024 een verzoek tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 78 Onteigeningswet Pro is ingediend.
3.2.
De Gemeente heeft verzocht een rechter-commissaris en drie deskundigen te benoemen voor een vervroegde opneming door de deskundigen van de te onteigenen onroerende zaak, zoals bedoeld in artikel 54a Ow.
3.3.
De Gemeente is voornemens om de vervroegde onteigening van de onder randnummer 2.3 genoemde onroerende zaak te vorderen.
3.4.
De Gemeente is voornemens om bij dagvaarding aan [belanghebbende sub 1] als schadeloosstelling voor de onteigening van de onroerende zaken een bedrag van € 640.000,00 aan te bieden. Verder zal de Gemeente [belanghebbende sub 1] een aanbod doen tot voortgezet gebruik.
3.5.
De Gemeente is voornemens om [belanghebbende sub 2] bij dagvaarding een schadeloosstelling van nihil aan te bieden, omdat de Gemeente bereid is de opstalrechten op de percelen
[nummer 4] en [nummer 5] na de onteigening opnieuw op de onroerende zaken te vestigen.
3.6.
De stukken bedoeld in artikel 54a lid 2 Ow zijn overgelegd en overeenkomstig artikel 54b Ow is aan belanghebbenden een afschrift van het verzoek betekend.
3.7.
Bij e-mail respectievelijk brief van 13 januari 2026 zijn de Gemeente, [belanghebbende sub 1] en [belanghebbende sub 2] bericht dat de rechtbank voornemens is om de onder 4.2 genoemde personen als deskundige te benoemen. Zij hebben daartegen geen bezwaar gemaakt.
3.8.
Verder is het verzoek op de wet gegrond en kan het worden toegewezen als hierna vermeld.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
benoemt mr. J.M. van Wegen tot rechter-commissaris;
4.2.
benoemt tot deskundigen voor de opneming van de ligging en gesteldheid van de
onroerende zaak:
[deskundige 1] (voorzitter)
adres: [adres 1] , [postcode 1] [plaats 2]
telefoon: [telefoonnummer 1]
e-mail: [e-mailadres 1]
[deskundige 2]
adres: [adres 2] , [postcode 2] [plaats 3]
telefoon: [telefoonnummer 2]
e-mail: [e-mailadres 2]
[deskundige 3]
adres: [adres 3] , [postcode 3] [plaats 4]
telefoon: [telefoonnummer 3]
e-mail: [e-mailadres 3]
4.3.
bepaalt dat verzoekster, belanghebbende en de deskundige uiterlijk op
11 maart 2026bij brief aan de rechtbank kunnen opgeven op welke dagen zij in de maanden
mei tot en met september 2026verhinderd zijn, daarbij moeten ten minste 20 dagen, of 40 dagdelen, vrij zijn gelaten waarop de opneming van de ligging en gesteldheid van de onroerende zaak kan plaatsvinden;
4.4.
bepaalt dat voor het opgeven van verhinderdagen geen nader uitstel zal worden verleend;
4.5.
bepaalt dat wanneer de tijd en plaats van de plaatsopneming bekend zijn de in de gemeente Hilversum verschijnende editie van het Algemeen Dagblad als nieuws- en advertentieblad wordt aangewezen als het nieuwsblad waarin de aankondiging als bedoeld in artikel 54d Ow moet geschieden;
4.6.
bepaalt dat de Gemeente kopieën van het verzoekschrift en de daarbij behorende stukken aan de deskundige moet toesturen;
4.7.
bepaalt dat partijen uiterlijk twee weken voor de datum van de descente de stukken waarop zij tijdens de descente een beroep wensen te doen en ook de stukken die voor de plaatsopneming relevant zijn moeten toesturen aan de rechtbank met een afschrift aan de andere partij en de deskundige;
4.8.
bepaalt dat de kosten van dit verzoek, waaronder de advertentiekosten en van de opneming door de deskundige ten laste van de Gemeente komen;
4.9.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.
5274