Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- [B.] , waarnemend gedragsdeskundige;
- [C.] , arts verstandelijk gehandicapten;
- [D.] , persoonlijk begeleidster.
2.Het verzoek
3.De beoordeling
De rechtbank oordeelt als volgt. Vast staat dat [belanghebbende] alleen zegt dat hij niet bij [Instelling] wil zijn. Gesteld noch gebleken is dat hij wegloopt of zelfs maar aanstalten maakt dat te doen. Dat [belanghebbende] niet bij [Instelling] wil wonen, is – anders dan het CIZ meent – op zichzelf onvoldoende om van rechtens relevant verzet te kunnen spreken. Mensen doen wel vaker dingen, die ze liever niet doen, zoals naar de tandarts gaan om een kies te laten trekken.
Belangrijker is dat de zorg die aan [belanghebbende] geboden wordt, niet zelden gepaard gaat met enige dwang. Hensen heeft uitgelegd dat dwang met name uitgeoefend moet worden bij wassen, aankleden en andere varianten van zelfzorg. De rechtbank heeft geen reden aan deze toelichting te twijfelen, in welk licht zij ook verwijst naar haar uitspraak van 11 februari 2026. Anders gezegd: zonder dwang kan de benodigde zorg niet gegeven worden. In zoverre is sprake van verzet.