ECLI:NL:RBMNE:2026:4389

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/16/602092 / FO RK 25-1376
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herstelbeschikking wegens ontbreken rechtens te respecteren belang

In deze zaak verzocht de moeder de rechtbank om een herstelbeschikking te geven ter correctie van een fout in een eerdere beschikking van 26 maart 2026. De fout betrof de onjuiste vermelding van het geslacht van het minderjarige kind, waarbij ten onrechte werd gesproken over een zoon in plaats van een dochter.

De rechtbank heeft de vader in de gelegenheid gesteld om op het verzoek te reageren, maar hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De rechtbank overwoog dat hoewel er sprake is van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen is, de moeder geen rechtens te respecteren belang heeft bij de verbetering. Het geslacht van het kind is immers voor partijen duidelijk en het corrigeren van de fout zou niets veranderen aan het dictum van de beschikking.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot het geven van een herstelbeschikking af. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 door kinderrechter M.E. Heinemann, met griffier Ö. Duran.

Uitkomst: Het verzoek tot het geven van een herstelbeschikking wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtens te respecteren belang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/602092 / FO RK 25-1376
Herstelbeschikking van
19 juni 2026
- bijlage bij de beschikking van deze rechtbank van 26 maart 2026 met bovenvermeld zaaknummer -
in de zaak van
[de moeder],
wonend op een voor de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: [de moeder] ,
advocaat: mr. G.R. Dorhout-Tielken.
tegen
[de vader],
wonend op een voor de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: [de vader] ,
advocaat: mr. C.D.R. Schoonderbeek.

1.De verdere procedure

1.1.
[de moeder] heeft de rechtbank op 13 april 2026 verzocht de beschikking van deze rechtbank van 26 maart 2026 te verbeteren:
“De betrokken minderjarige [minderjarige] , is namelijk de dochter van partijen en niet de zoon, zoals in R.O. 1.3 ten onrechte vermeld. Namens cliënte verzoek ik u vriendelijk deze vergissing in de R.O. 1.3 en 2.5 (waarin "hij" en "zijn" vermeld) te herstellen.”
1.2.
De rechtbank heeft [de vader] bij brief van 13 april 2026 in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot het geven van een herstelbeschikking. Hij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in zijn beschikking verbeteren. Van een kennelijke fout is sprake, als voor partijen en anderen direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is. Verder moet het gaan om een fout die eenvoudig te herstellen is.
2.2.
Strikt genomen is sprake van een fout in voornoemde zin. [de moeder] heeft naar het oordeel van de rechtbank evenwel geen rechtens te respecteren belang bij haar verzoek. Voor partijen is het geslacht van hun kind wel duidelijk en ook als het verzoek zou worden toegewezen, verandert er niets aan het dictum van voornoemde beschikking.

3.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is genomen door mr. M.E. Heinemann, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. Ö. Duran als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.