ECLI:NL:RBMNE:2026:4366

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
12190267 \ UV EXPL 26-97 VL/58599
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot tijdelijke ontruiming en medewerking voor herstel geluidsisolatie toegewezen

Bo-EX is door een verstekvonnis veroordeeld tot herstel van de geluidsisolatie in een complex woningen, waaronder die van gedaagde. Gedaagde weigert echter toegang te verlenen voor noodzakelijke geluidsmetingen en herstelwerkzaamheden. Bo-EX vordert daarom in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking en tijdelijke ontruiming van zijn woning.

De kantonrechter oordeelt dat Bo-EX een spoedeisend belang heeft bij de vordering, omdat zij verplicht is de isolatie binnen twee maanden te herstellen en anders een huurprijsvermindering moet toepassen. Gedaagde is verstek verleend wegens niet verschijnen. De gevorderde medewerking wordt in beperkte vorm toegewezen: geluidsmetingen mogen maximaal drie dagdelen duren en eventuele werkzaamheden maximaal twee weken.

Gedaagde moet de woning ontruimen gedurende de werkzaamheden, waarbij Bo-EX kosteloos een logeerwoning verstrekt en zorgdraagt voor opslag en terugplaatsing van de spullen. De vorderingen zijn niet onrechtmatig en zullen waarschijnlijk in een bodemprocedure worden toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €833,44. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan geluidsisolatiewerkzaamheden en tijdelijke ontruiming van maximaal twee weken met kosteloze logeerwoning en opslag van spullen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12190267 \ UV EXPL 26-97 VL/58599
Verstekvonnis in kort geding van 4 juni 2026
in de zaak van
STICHTING BO-EX'91,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Bo-EX,
gemachtigde: mr. D. Pranjic,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 mei 2026.
1.2
De mondelinge behandeling heeft op 2 juni 2026 plaatsgevonden. Namens Bo-EX waren de heren [A] , [functie] en [B] , [functie] aanwezig. Zij werden bijgestaan door mr. D. Pranjic. De heer [gedaagde] is niet verschenen. Bo-EX heeft antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter en heeft haar standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat is besproken. Tenslotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] huurt van Bo-EX de woning aan de [adres] in [plaats] . Het gehuurde is onderdeel van een complex van 35 woningen. In 2017/2018 heeft Bo-EX een onderhoud- en renovatietraject uitgevoerd met als doel, onder andere, het verbeteren van de geluidsisolatie. Na de renovatie hadden huurders, waaronder [gedaagde] en zijn bovenbuurvrouw, mevrouw [C] (hierna: [C] ), klachten over het bereikte resultaat. Bo-EX is in een door [C] aangespannen procedure bij verstek veroordeeld de (geluids)isolatie binnen twee maanden te herstellen/verbeteren. Hiervoor is noodzakelijk dat Bo-EX geluidsmetingen kan uitvoeren in de woningen van [C] en [gedaagde] en, afhankelijk van de uitkomst van de geluidsmetingen, werkzaamheden kan verrichten in de woningen van [C] en [gedaagde] . Het verstekvonnis is onherroepelijk geworden, zodat Bo-EX de inhoud daarvan moet nakomen. [gedaagde] weigert Bo-EX echter toegang te verlenen tot zijn woning. Bo-EX vordert daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld de benodigde medewerking te verlenen en het gehuurde gedurende de werkzaamheden te ontruimen. De kantonrechter wijst de vorderingen grotendeels toe.

3.De beoordeling

Wettelijke kader kort geding
3.1
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing van een vordering in kort geding moet aan twee voorwaarden worden voldaan. Er moet sprake zijn van een spoedeisend belang én het moet zeer waarschijnlijk zijn dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Als aan één van de twee niet wordt voldaan wordt de vordering afgewezen.
3.2
De kantonrechter is van oordeel dat, zoals Bo-EX heeft gesteld, zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Zij is veroordeeld tot het herstellen van de geluidsisolatie, binnen twee maanden na het verstekvonnis van 14 mei 2025. Totdat dit is gebeurd, is
Bo-EX verplicht om een huurprijsvermindering van 20% toe te kennen aan [C] . De schade van Bo-EX loopt dus steeds verder op. Het is voor Bo-EX van belang dat zij zo spoedig mogelijk de betreffende werkzaamheden, waartoe zij onherroepelijk is veroordeeld, kan uitvoeren.
Verstek
3.3
De kantonrechter verleent tegen [gedaagde] verstek, omdat de bij de wet voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping van [gedaagde] in acht zijn genomen en hij niet op de mondelinge behandeling is verschenen. De door [gedaagde] aan de rechtbank verzonden e-mail van 1 juni 2026 om 14.09 met bijlagen kan daarom ook niet in het oordeel van de kantonrechter worden meegenomen.
[gedaagde] moet medewerking verlenen aan de werkzaamheden en zijn woning (mogelijk) tijdelijk ontruimen
3.4
Bo-EX vordert – kort gezegd – veroordeling van [gedaagde] tot het verlenen van medewerking aan alle (voorbereidende) werkzaamheden die noodzakelijk zijn in verband met de werkzaamheden als beschreven in de dagvaarding en veroordeling van [gedaagde] tot het tijdelijk, voor de duur van deze werkzaamheden, ontruimen van het gehuurde.
3.5
Naar het oordeel van de kantonrechter is deze vordering te ruim geformuleerd; deze zal daarom in beperkte vorm worden toegewezen. Ter zitting heeft Bo-EX toegelicht dat er eerder geluidsmetingen zijn gedaan, maar dat zij, nu er nog steeds zoveel problemen zijn rond de geluidsisolatie, nieuwe metingen wil doen op de kale bouwvloer. Dat moet een beter beeld geven dan een meting tijdens bewoonde staat. De nieuwe geluidsmetingen (zowel in de woning van [C] als in de woning van [gedaagde] ) zullen maximaal drie keer een dagdeel in beslag nemen. Afhankelijk van de uitkomst van deze metingen, zullen werkzaamheden moeten plaatsvinden in de woning van [C] en mogelijk ook in de woning van [gedaagde] . De werkzaamheden in de woning van [gedaagde] (inclusief de geluidsmetingen) zullen, in het slechtste geval, maximaal twee weken in beslag nemen, zo heeft Bo-EX desgevraagd verzekerd. [gedaagde] zal daarom worden veroordeeld tot ontruiming van zijn woning gedurende de werkzaamheden met een maximum van twee weken. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat Bo-EX ter zitting heeft toegezegd dat zij aan [gedaagde] kosteloos een logeerwoning ter beschikking zal stellen gedurende de ontruiming en dat de spullen van [gedaagde] kunnen worden opgeslagen. Bo-EX zal zorgdragen voor de opslag en voor het terugplaatsen van de spullen, [gedaagde] hoeft hier zelf niets voor te doen. De kantonrechter zal dit als voorwaarde verbinden aan de tijdelijke ontruiming.
3.6
Verder merkt de kantonrechter op dat [gedaagde] in een lopende bodemzaak tegen
Bo-EX een eis in reconventie heeft ingesteld die volledig aansluit bij de vordering van Bo-EX in dit kort geding. Het lijkt er op dat beide partijen hetzelfde willen: dat ervoor wordt gezorgd dat de geluidsisolatie in de woningen (alsnog) voldoet aan de destijds bij de renovatie geformuleerde eis van maximaal 5 dB onder de nieuwbouwnorm. Bo-EX wil dit ook ten behoeve van de woning van [gedaagde] meten en de problemen oplossen als de metingen daar aanleiding toe geven, maar dan moet [gedaagde] daar wel de kans voor geven.
3.7
De vorderingen komen de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en het is voldoende aannemelijk dat deze in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. De vorderingen zullen worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.8
Bo-EX heeft voldoende toegelicht dat [gedaagde] tot nog toe niet vrijwillig heeft willen meewerken en haar heeft genoodzaakt tot het voeren van dit kort geding. Daarom zal [gedaagde] de proceskosten (inclusief nakosten) moeten betalen.
De proceskosten van Bo-EX worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
151,94
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
833,44
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.9
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om medewerking te verlenen aan alle (voorbereidende) werkzaamheden die verband houden met herstel van de geluidsisolatie zoals omschreven onder 3.5 van dit vonnis en deze werkzaamheden te gedogen en daartoe gelegenheid en toegang te geven tot de woning aan de [adres] in [plaats] en/of de bijbehorende onroerende aanhorigheden,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan de [adres] in [plaats] en/of de bijbehorende onroerende aanhorigheden tijdelijk, dat wil zeggen gedurende de uitvoering van de werkzaamheden en voor maximaal twee weken, te ontruimen met al degenen die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden, met al hetgeen zich daarin vanwege [gedaagde] bevindt, een en ander onder de voorwaarde dat Bo-EX gedurende deze ontruiming kosteloos een logeerwoning aan [gedaagde] ter beschikking stelt en, indien [gedaagde] dit wenst, zorgdraagt voor opslag van de spullen van [gedaagde] en het weer terugplaatsen van de spullen van [gedaagde] in het gehuurde,
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 833,44, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.