ECLI:NL:RBMNE:2026:436
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot schorsing vonnis en nakoming afspraken in huurovereenkomst
In deze zaak staat een geschil tussen partijen omtrent de uitvoering van een huurovereenkomst voor een woonhuis centraal. Eiseres vordert onder meer de schorsing van de tenuitvoerlegging van een eerder vonnis en nakoming van gemaakte afspraken, alsmede diverse aanvullende vorderingen.
De kantonrechter beoordeelt dat een voorziening in kort geding alleen kan worden getroffen bij een spoedeisend belang, dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt voor de meeste vorderingen. Zo wordt de vordering tot inzage in huurovereenkomsten als voorlopige bewijsverrichting beschouwd en dient deze in hoger beroep te worden ingediend. Ook de vorderingen tot inzage in meterstanden, vergoeding van verhuiskosten, servicekostenafrekeningen en terugbetaling van de waarborgsom worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt eveneens afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een kennelijke misslag in het vonnis en dat de belangenafweging uitkomt in het voordeel van gedaagde. Omdat de overige vorderingen worden afgewezen, behoeft de vordering tot oplegging van een dwangsom geen bespreking.
Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van € 814,00. Het vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en op 21 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Alle vorderingen van eiseres worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing.