ECLI:NL:RBMNE:2026:429

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
C/16/597768 / HL RK 25-30
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 UAVGArt. 34 UAVGArt. 70 RvWet gemeenschappelijke regelingenWet maatschappelijke ondersteuning
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek AVG-rectificatie niet ontvankelijk wegens verkeerde rechtsgang

Verzoeksters dienden een verzoek in op grond van artikel 35 UAVG Pro tot rectificatie en verwijdering van persoonsgegevens bij Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek. Zij stelden dat Veilig Thuis geen bestuursorgaan is en dat de civiele rechter bevoegd is, mede omdat de beslissing op bezwaar te laat was genomen.

Veilig Thuis betoogde dat zij bestuursrechtelijk is georganiseerd en dat de juiste weg via de bestuursrechter loopt. De rechtbank oordeelde dat de Regio Gooi en Vechtstreek als bestuursorgaan fungeert en dat Veilig Thuis onder dit bestuursorgaan valt. De civiele rechter is daarom niet bevoegd.

De rechtbank wees het verzoek af wegens niet-ontvankelijkheid op grond van artikel 70 Rv Pro en veroordeelde verzoeksters in de proceskosten. De rechtbank verwierp het argument dat de civiele rechter bevoegd zou zijn vanwege de te late beslissing op bezwaar.

De beschikking werd gegeven door rechter G.J. Baken op 21 januari 2026 en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoeksters worden niet-ontvankelijk verklaard omdat de bestuursrechter bevoegd is en niet de civiele rechter.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
handelskamer
locatie Lelystad
zaaknummer / rekestnummer: C/16/597768 / HL RK 25-30
Beschikking van 21 januari 2026
in de zaak van

1.[verzoekster sub 1] ,

2.
[verzoekster sub 2],
wonende in [woonplaats] ,
verzoeksters,
precederend in persoon,
en
de publiekrechtelijke rechtspersoon
REGIO GOOI EN VECHTSTREEK,
Organisatieonderdeel VEILIG THUIS GOOI EN VECHTSTREEK,
gevestigd in Bussum,
verweerster,
hierna te noemen: Veilig Thuis,
advocaat mr. dr. B. Wallage en mr. P.J.V. Bertrams.

1.De procedure

1.1.
Verzoeksters hebben op 4 augustus 2025 een verzoekschrift als bedoeld in artikel 35 van Pro de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG) ingediend en vervolgens een herziene versie van het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 15 december 2025. Op 23 december 2025 heeft de rechtbank nog nadere stukken ontvangen van verzoeksters, met een verdere aanvulling op het verzoek.
1.2.
Veilig Thuis heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
Op 23 december 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.4.
Na afloop van de mondelinge behandeling is partijen bericht dat vandaag een beschikking zal worden gegeven.

2.Het verzoek en de beoordeling

2.1.
De rechtbank begrijpt dat het verzoek zowel ziet op het rectificeren van gegevens in het dossier van Veilig Thuis, als het verwijderen van gegevens hieruit. Volgens verzoeksters is de beslissing (op het bezwaar ingediend bij Veilig Thuis) te laat genomen en zijn verzoeksters daarom naar de civiele rechter gegaan, in plaats van de bestuursrechter. Het klopt, volgens verzoeksters, ook niet dat Veilig Thuis als een bestuursorgaan, in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (AWB) moet worden aangemerkt.
2.2.
Veilig Thuis stelt zich op het standpunt dat verzoeksters niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun verzoek, zoals is bepaald in artikel 70 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Zij hadden, volgens Veilig Thuis, in plaats van naar deze rechtbank te gaan, voor de bestuursrechtelijke route moeten kiezen.
2.3.
Voordat de rechtbank aan een inhoudelijke behandeling van de zaak toekomt, zal eerst moeten worden beoordeeld of verzoeksters kunnen worden ontvangen in hun verzoek. Veilig Thuis heeft daartoe aangevoerd dat uit artikel 34 UAVG Pro volgt dat een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, op een verzoek tot rectificatie of verwijdering van persoonsgegevens, gekwalificeerd moet worden als een besluit in de zin van de AWB. Alleen als de verwerkingsverantwoordelijke (in dit geval Veilig Thuis) geen bestuursorgaan is, kan de belanghebbende zich op grond van artikel 35 lid 1 UAVG Pro, via een verzoekschriftprocedure, wenden tot de civiele rechter.
2.4.
Op grond van artikel 70 Rv Pro wordt – kort samengevat – een verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek als de bestuursrechter bevoegd is. De rechtbank is in deze procedure van oordeel dat de bestuursrechter bevoegd is. Deze procedure is aanhangig gemaakt bij de civiele rechter, en dat is dus de verkeerde weg. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
Op grond van (artikel 1 van Pro) de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) kunnen de colleges van burgemeester en wethouders van één (of meerdere) gemeenten, een regeling treffen voor de behartiging van bepaalde belangen van die gemeenten. In het kader daarvan is de Gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek opgericht (de Regeling). Vervolgens kan bij die Regeling een openbaar lichaam worden ingesteld, die rechtspersoonlijkheid heeft. In dit geval is de Regio Gooi en Vechtstreek ingesteld krachtens de Regeling. Ten slotte volgt uit artikel 5 van Pro de Regeling dat de Regio Gooi en Vechtstreek verantwoordelijk is voor de uitvoering van de taken van Veilig Thuis, zoals die zijn vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Veilig Thuis is daarmee bestuursrechtelijk georganiseerd, waarbij niet Veilig Thuis zelf, maar het dagelijks bestuur van de Regio (Gooi en Vechtstreek) als bestuursorgaan wordt beschouwd.
2.5.
Dit alles is ook door Veilig Thuis gesteld, maar door verzoeksters niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Veilig Thuis inzichtelijk gemaakt dat haar organisatie bestuursrechtelijk is ingericht. Verzoeksters hebben aldus met hun verzoekschrift, gericht aan de civiele rechter, de verkeerder rechtsingang gekozen. De rechtbank volgt verzoeksters ook niet in de stelling dat de weg naar de civiele rechter open zou staan, omdat het besluit van Veilig Thuis niet tijdig is genomen, wat hier overigens ook van zij. Verzoeksters lijken hiermee te suggereren dat uit de AWB zou volgen dat de civiele rechter rechtsmacht zou toekomen, indien een besluit (in de zin van de AWB) niet tijdig wordt genomen, maar dit volgt niet uit de AWB zelf.
2.6.
Ten slotte merkt de rechtbank op dat verzoeksters ten tijde van de mondelinge behandeling een brief hebben overhandigd (gedateerd op 22 december 2025) van de Regio Gooi en Vechtstreek, dat als onderwerp vermeldt ‘beslissing op bezwaar’. Deze beslissing is genomen namens het dagelijks bestuur van de Regio (Gooi en Vechtstreek), wat in lijn ligt met de stelling van Veilig Thuis dat het dagelijks bestuur van de Regio als het bestuursorgaan is te beschouwen. Uit de brief volgt ook inhoudelijk dat dit een beslissing is op het bezwaar dat door verzoeksters (per brief van 5 oktober 2025) is ingediend, hetgeen verder duidt op de bestuursrechtelijke route, die door verzoeksters bewandeld had moeten worden.
2.7.
Het voorgaande leidt ertoe dat verzoeksters, op grond van artikel 70 Rv Pro, niet-ontvankelijk in hun verzoek zullen worden verklaard.
2.8.
Verzoeksters zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Veilig Thuis worden begroot op € 1.228,00 aan salaris advocaat (2 punten x het tarief € 614,00).

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart verzoeksters niet-ontvankelijk in hun verzoek,
3.2.
veroordeelt verzoeksters in de proceskosten, aan de zijde van Veilig Thuis tot op heden begroot op € 1.228,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, met ingang van veertien dagen na de betekening van deze beschikking, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.J. Baken, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 21 januari 2026. [1]

Voetnoten

1.4510