Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Op grond van het achtste lid draagt een beveiligingsorganisatie aan welke een vergunning is verleend, er zorg voor dat de personen die zijn belast met beveiligingswerkzaamheden, bij de uitvoering van hun werkzaamheden een legitimatiebewijs bij zich dragen waarvan een model is vastgesteld door Onze Minister en dat zij dit op verzoek tonen.
Heeft eiseres om toestemming gevraagd voor de vier ingeleende personen?
Was sprake van een spoedeisende situatie?
Had de staatssecretaris de boete moeten matigen?
De vraag of eiseres eerder al in de fout is gegaan of niet, is in dit geval niet relevant, omdat dit voor de staatssecretaris geen reden is geweest om de boete te verhogen. En als het al juist is dat dit de eerste overtreding is, zoals eiseres stelt en de staatssecretaris betwist, dan heeft de staatssecretaris hierin geen aanleiding hoeven zien om de boete te matigen. De staatssecretaris heeft bij de bepaling van de hoogte van de boete conform zijn beleid als uitgangspunt het bedrag kunnen nemen genoemd in het overzicht bestuurlijke boetes. De opgelegde boete is naar het oordeel van de rechtbank niet onevenredig.