Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 4 met de eis in reconventie,
- de mondelinge behandeling van 6 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert [eiseres] B.V. ontruiming van een bedrijfsruimte die zij verhuurt aan [gedaagde] B.V. wegens een aanzienlijke huurachterstand en niet-betaling van de waarborgsom. Eerder was [gedaagde] reeds veroordeeld tot betaling van deze bedragen, maar zij is hieraan niet voldaan.
De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een spoedeisend belang bij de vordering van [eiseres], gezien de oplopende huurachterstand van bijna 6,5 maanden en de niet betaalde waarborgsom van €121.000. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen omdat het zeer waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden.
De vorderingen van [gedaagde], waaronder schorsing van de executie en afgifte van sleutels van een kantoorunit, worden afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat de kantoorunit niet is vastgesteld als onderdeel van het gehuurde en dat de opschorting van huurbetalingen niet gerechtvaardigd is.
[gedaagde] wordt veroordeeld tot ontruiming binnen een week na betekening van het vonnis en tot betaling van de proceskosten in zowel conventie als reconventie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming toe en veroordeelt de huurder tot betaling van proceskosten en ontruiming binnen zeven dagen.