ECLI:NL:RBMNE:2026:4209
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing billijke vergoeding wegens niet-verlenging arbeidsovereenkomst zonder ernstig verwijtbaar handelen
De kantonrechter behandelde een zaak waarin verzoeker een billijke vergoeding van €25.000 vorderde wegens vermeend verboden onderscheid op grond van godsdienst bij het niet verlengen van haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Verweerder stelde dat de niet-verlenging was gebaseerd op onvoldoende geschiktheid en gemaakte fouten.
Tijdens de mondelinge behandeling werden diverse stellingen besproken, waaronder een gesprek over religieuze overtuigingen voorafgaand aan een functiewijziging, vermeend pestgedrag, en een incident met een verjaardagstaart. De kantonrechter concludeerde dat er geen begin van bewijs was voor discriminatie of ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever.
De arbeidsovereenkomst eindigde van rechtswege en er was geen verplichting tot een verbetertraject. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet in strijd met goed werkgeverschap had gehandeld. Wel werd een bedrag van €664,62 bruto aan onterecht ingehouden verlofuren toegewezen, omdat niet was vastgesteld dat hierover overleg had plaatsgevonden.
De proceskosten werden aan verzoeker opgelegd omdat zij overwegend in het ongelijk werd gesteld. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Billijke vergoeding afgewezen wegens ontbreken ernstig verwijtbaar handelen; vergoeding van onterecht ingehouden verlofuren toegewezen.