Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met 4 producties,
2.De zaak in het kort
3.De beoordeling
In september 2025 heeft [gedaagde] € 513.600,- aan de Stichting betaald, bestaande uit de lening aan hem van € 453.600,- met € 30.000,- aan gefixeerde wettelijke rente. Verder heeft [gedaagde] € 30.000,- betaald op de lening aan [A] . Aan [gedaagde] is geen finale kwijting voor de lening aan [A] verleend. [A] zelf biedt geen verhaal.
“
De stichting heeft, zonder winstoogmerk, ten doel: het (doen) stichten en/of exploiteren van sportaccommodaties ten behoeve van sportverenigingen in de [..] [.] en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords”.
“
De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Ze hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.”
Ja, niet.”Het had [gedaagde] dan ook duidelijk moeten zijn dat de onzakelijke lening in strijd was met het belang van de Stichting .
4.De beslissing
1 juli 2026.