Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] B.V.,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
en afzonderlijk te noemen: [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] in persoon en [gedaagde sub 3] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 februari 2025, met producties 1 tot en met 13,
- de conclusie van antwoord, met producties 1 en 2,
- de akte tot het in het geding brengen van producties tevens vermeerdering van eis van [eiseres] , met producties 14 en 15,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte tot het in het geding brengen van producties tevens wijziging van eis van [eiseres] , met productie 16,
- de akte tot het in het geding brengen van producties van [eiseres] , met productie 17.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
- € 536.626,67 voor lening 1, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 1 maart 2024,
- € 15.000,- aan contractuele boete per maand over lening 1 vanaf 1 januari 2025,
- € 200.000,- voor lening 2, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 1 maart 2024,
- € 6.775,- aan buitengerechtelijke incassokosten.