Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 4 juli 2025, waarin de rechtbank het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaarde wegens onvoldoende duidelijkheid over de betrokken verweerder. Opposant stelde dat de verkeerde instantie was gekoppeld als verweerder en dat zijn inzagerecht en recht op een eerlijke procedure waren geschonden door onjuiste of onvolledige stukken.
De rechtbank heeft beoordeeld of zij destijds terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst van het beroep was en dat daarom geen zitting nodig was. De rechtbank concludeert dat in het beroepschrift en de aanvullende stukken onvoldoende duidelijkheid is gegeven over tegen welke instantie het beroep zich richtte, ondanks de beweringen van opposant.
Daarom verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en blijft de uitspraak van 4 juli 2025 in stand. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.