Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Utrecht,
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 juni 2026;
- het bericht van de vader van 8 juni 2026;
- het bericht van de GI met bijlagen van 10 juni 2026;
- het bericht van de moeder van 10 juni 2026 met een aantal bijlagen;
- het bericht van de moeder van 11 juni 2026 met een aantal bijlagen.
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
- [A.] en [B.] namens de GI;
- [C.] namens de Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland (hierna de Raad);
- [D.] via een videoverbinding, de netwerkpleegmoeder van [minderjarige] .
2.De feiten
3 juni 2026 tot 1 juli 2026. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden in afwachting van de zitting op 12 juni 2026.
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
(on)mogelijkheden tot thuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader. Hierover heeft de GI op de zitting toegelicht dat de vader op de wachtlijst staat voor het 2thepoint-traject van [naam 1] . Op de zitting werd duidelijk dat de Raad net als de GI het nodig vindt dat dit onderzoek eerst gevolgd wordt voor een thuisplaatsing eventueel kan plaatsvinden. Een snellere oplossing ziet de GI niet. Anders dan wat de advocaat van de vader heeft betoogd vindt de GI de organisatie [naam 2] (die de omgang nu begeleidt) niet deskundig genoeg om dit onderzoek uit te voeren. In tegenstelling tot de [naam 2] heeft [naam 1] een gedragswetenschapper in dienst die bij het onderzoek ook hechting betrekt en traumasensitief kan werken. De kinderrechter begrijpt deze keuzes, maar wijst de GI er op dat in de tussentijd wel gekeken moet worden naar wat er wel mogelijk is in (de uitbreiding van) het contact met de vader en dat men de mogelijkheid open blijft houden dat op een andere manier de perspectiefmogelijkheden bij de vader worden onderzocht.
6.De beslissing
1 november 2026;
1 november 2026, tegen welke zitting de ouders en de GI moeten worden opgeroepen.
mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A. Sie als griffier, en op schrift gesteld op 23 juni 2026.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.