Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 6 van [gedaagde] ,
- productie 19 van [eiser] ,
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 15 juni 2026,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Klanten- en relatiebeding
Boetebeding
[eiser] (zonder de toestemming van [gedaagde] ) niet is toegestaan, binnen een periode van één jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst contact te onderhouden en/of werkzaam te zijn ten behoeve van deze 14 ziekenhuizen.
minimaalaantal ablatieprocedures per jaar af te nemen én de ziekenhuizen met meerdere fabrikanten een contract afsluiten voor producten en software voor een ablatie, zodat een arts steeds per ablatie naar eigen inzicht een bepaald product kan kiezen. Er is dus geen sprake van een exclusief afnamecontract tussen [gedaagde] en de ziekenhuizen waarmee zij een relatie heeft. De contracten laten ruimte voor het gebruik van producten en software van andere fabrikanten, waardoor er wel mogelijkheden zijn om ook ná gesloten contracten de inkoopbeslissingen voortdurend te beïnvloeden. Daarnaast behoort, zoals [gedaagde] heeft gesteld en [eiser] niet heeft weersproken, tot de functie van [eiser] ook het begeleiden van trials. In dat kader worden nieuwe producten geïntroduceerd waarvoor nog geen contracten zijn gesloten en wordt het gebruik daarvan tijdens de trial door [eiser] begeleid. Dit is een van de manieren waarop invloed kan worden uitgeoefend op inkoopbeslissingen.
[eiser] überhaupt geen invloed zou kunnen uitoefenen op de inkoopbeslissingen van de artsen, zou dat het salescomponent van zijn functie zowel bij [gedaagde] als bij [bedrijf 1] volledig teniet doen.
[eiser] in de dagvaarding heeft doen voorkomen, is er geen sprake van dat hij 80% van zijn werktijd niets kan doen. [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard niet 80% van zijn tijd thuis te zitten niksen, maar dat hij op dit moment vanuit huis trainingen geeft/werkt. Daarnaast heeft [gedaagde] onweersproken gesteld dat [bedrijf 1] ook met andere ziekenhuizen met een hartcentrum een contract heeft en
[eiser] daar als clinical support specialist begeleiding en ondersteuning kan bieden bij ablaties. De overstap van [eiser] van [gedaagde] naar [bedrijf 1] belet hem dan ook niet in zijn doel om ondersteuning bij ablaties te blijven bieden. Bovendien is niet uitgesloten dat [bedrijf 1] op (korte) termijn met een van de ziekenhuizen die niet (langer) onder het relatiebeding valt een contract voor gebruik van het door haar ontwikkelde 3Dmappingsysteem sluit. De kantonrechter begrijp dat de reistijd voor [eiser] een grote belemmering vormt om voor de andere ziekenhuizen te werken waar ablaties worden uitgevoerd, maar [gedaagde] heeft terecht opgemerkt dat reistijd voor clinical support specialisten onvermijdelijk is, omdat er maar 15 ziekenhuizen in Nederland ablaties uitvoeren. Mogelijk duurt het langer voordat [eiser] het 3Dmappingsysteem van [bedrijf 1] beheerst omdat hij minder ‘vlieguren’ kan maken doordat hij dat systeem alleen in het Antionis Ziekenhuis kan praktiseren, maar dat zijn professionele en academische ontwikkeling volledig stagneert zolang het relatiebeding ten aanzien van ‘de vier ziekenhuizen’ wordt gehandhaafd, heeft [eiser] onvoldoende aannemelijk gemaakt. Onderdeel van zijn functie bij [bedrijf 1] is namelijk ook het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek/het zelfstandig leidinggeven geven aan wetenschappelijke onderzoeksprojecten. Dat hij dat nu niet kan uitvoeren, is de kantonrechter niet gebleken. Verder behoort kennelijk tot het takenpakket van [eiser] bij [bedrijf 1] ook het geven van trainingen. Dit duidt er ook niet op dat [eiser] op onbillijke wijze in zijn ontwikkeling wordt belemmerd.