ECLI:NL:RBMNE:2026:4096
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens onduidelijkheid verweerder en besluit
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 juni 2026 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening ingediend op 19 mei 2026. Verzoeker heeft nagelaten een afschrift van het besluit en het bezwaar- of beroepschrift te overleggen, zoals vereist op grond van artikel 8:81, vierde lid, in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De griffier heeft verzoeker hierop bij brief van 20 mei 2026 gewezen en verzocht dit binnen een week te herstellen, met de waarschuwing dat het verzoek anders niet in behandeling kan worden genomen. Verzoeker heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Hierdoor is het voor de rechtbank onduidelijk wie de verweerder is en om welk besluit het gaat, waardoor het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. De voorzieningenrechter heeft het verzoek daarom afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling en zonder toekenning van proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid vanwege het ontbreken van het besluit en bezwaar- of beroepschrift.