ECLI:NL:RBMNE:2026:407
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 2 april 2024. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV op 16 december 2025 een nieuw besluit heeft genomen waarin het verzoekster geheel tegemoet is gekomen door haar recht op een IVA-uitkering toe te kennen wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar het UWV heeft niet gereageerd. De rechtbank beoordeelt dat het UWV inderdaad geheel aan het beroep van verzoekster is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe.
De proceskostenvergoeding wordt berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de rechtsbijstand door de gemachtigde een vast bedrag per proceshandeling wordt toegekend. Verzoekster krijgt een vergoeding van €1.868,- voor de beroepschrift en de zitting, exclusief reeds door het UWV vergoede kosten in de bezwaarfase. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van €51,- te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries en griffier B.M.M. Tijink op 4 februari 2026, zonder zitting. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.868,- aan proceskosten aan verzoekster na tegemoetkoming aan haar beroep.