Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:407

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
UTR 24/3656
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 2 april 2024. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV op 16 december 2025 een nieuw besluit heeft genomen waarin het verzoekster geheel tegemoet is gekomen door haar recht op een IVA-uitkering toe te kennen wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar het UWV heeft niet gereageerd. De rechtbank beoordeelt dat het UWV inderdaad geheel aan het beroep van verzoekster is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe.

De proceskostenvergoeding wordt berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de rechtsbijstand door de gemachtigde een vast bedrag per proceshandeling wordt toegekend. Verzoekster krijgt een vergoeding van €1.868,- voor de beroepschrift en de zitting, exclusief reeds door het UWV vergoede kosten in de bezwaarfase. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van €51,- te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries en griffier B.M.M. Tijink op 4 februari 2026, zonder zitting. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.868,- aan proceskosten aan verzoekster na tegemoetkoming aan haar beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3656

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. H.S. Eisenberger),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het Uwv van 2 april 2024. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het Uwv op 16 december 2025 dit besluit heeft vervangen door een nieuw besluit.
1.1.
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het Uwv aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 9 mei 2024 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 2 april 2024. Het Uwv heeft op 16 december 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Verzoekster heeft met ingang van 4 juli 2023 recht op een IVA-uitkering en is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoekster vergoeden?
De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het Uwv in het bestreden besluit al te kennen heeft gegeven de kosten gemaakt in de bezwaarfase van € 1.248,- te vergoeden. Daarover hoeft de rechtbank niet meer te beslissen.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
5. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.