ECLI:NL:RBMNE:2026:4060

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
16/103116-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36f SrArt. 37a SrArt. 37b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bedreiging, belaging en opzettelijk ontploffing veroorzaken bij ex-partner

De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het bedreigen, belagen en opzettelijk veroorzaken van een ontploffing bij de woning van zijn ex-partner. De feiten vonden plaats tussen februari en mei 2025, waarbij verdachte onder meer dreigende berichten stuurde, zwaar vuurwerk tot ontploffing bracht en het slachtoffer stelselmatig benaderde ondanks een contactverbod.

De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder camerabeelden, forensisch onderzoek, verklaringen van het slachtoffer en getuigen, en telefoononderzoek. De verdediging voerde een alternatief scenario aan, maar dit werd door de rechtbank als ongeloofwaardig verworpen.

Gezien de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte en de aanwezige persoonlijkheidsstoornissen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 4 jaar op, een contactverbod van 5 jaar en een tbs-maatregel met dwangverpleging. De rechtbank wees ook gedeeltelijk de schadevergoedingsvorderingen van de benadeelden toe en verklaarde enkele inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf, tbs met dwangverpleging en een contactverbod van 5 jaar wegens bedreiging, belaging en opzettelijk ontploffing veroorzaken.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/103116-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 30 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] in [plaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [locatie 1] ,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 16 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. A. van Weegen;
  • de advocaat van de verdachte: mr. M.G.C. van Riet (hierna: de advocaat);
  • de benadeelde partij: [aangeefster] ;
  • de advocaat van de benadeelde partij: mr. A.Y. Bleeker.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1op 3 april 2025 in Soesterberg [aangeefster] heeft bedreigd met de dood, zware mishandeling en brandstichting door haar meerdere dreigende berichten te sturen;
feit 2op 3 april 2025 in Soesterberg opzettelijk meerdere stukken zwaar vuurwerk tot ontploffing heeft gebracht bij de woning van [aangeefster] op het adres [adres 1] in [plaats] , waardoor er gevaar voor goederen, zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar is ontstaan;
feit 3in de periode van 24 februari 2025 tot en met 2 mei 2025 in Soesterberg en Nieuwegein, [aangeefster] heeft belaagd (gestalkt).
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten. Subsidiair verzoekt de advocaat om gedeeltelijke vrijspraak.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen feiten 1, 2 en 3
De rechtbank oordeelt dat feit 1 (bedreiging), feit 2 (teweegbrengen van een ontploffing) en feit 3 (belaging) zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
De verklaring van de verdachte over een alternatief scenario
De verdachte heeft met zijn verklaring een alternatief scenario willen schetsen over de ten laste gelegde feiten. De verdachte verklaart dat hij niet de persoon is die de explosie bij het huis van aangeefster heeft veroorzaakt. Hij was die avond bij aangeefster thuis. Het klopt wel dat hij vergelijkbare kleding aan had als de persoon die op de beelden voor en na de explosie te zien is. Hij is niet die persoon op de beelden, maar dit is iemand anders met vergelijkbare kleding aan. De explosie is door aangeefster en anderen in scene gezet om de verdachte vals te kunnen beschuldigen. De berichten die naar aangeefster zijn gestuurd met de telefoonnummers uit zijn telefoon zijn door een ander gestuurd. Het kan niet anders dan dat zijn telefoon gehackt of gespooft is.
Deze verklaring van de verdachte vindt de rechtbank ongeloofwaardig en hoogst onwaarschijnlijk. De verklaring is op geen enkele wijze onderbouwd en hiervoor is ook geen concreet aanknopingspunt gevonden in het dossier. De verklaring van de verdachte dat zijn telefoon zou zijn gehackt of gespooft berust op niet meer dan een enkele veronderstelling en is in het licht van de bewijsmiddelen volstrekt onaannemelijk. Wanneer de politie aanbiedt om onderzoek te doen naar zijn telefoon wil de verdachte hier ook niet aan meewerken door zijn toegangscodes te geven.
De rechtbank schuift de verklaring van de verdachte dan ook terzijde en komt op basis van de bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van feiten 1, 2 en 3.
Wederrechtelijke stelselmatige inbreuk
De verdediging heeft nog aangevoerd dat geen sprake was van een wederrechtelijke stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster, nu de verdachte alleen contact met aangeefster zocht in het licht van een civielrechtelijk geschil. De rechtbank stelt vast dat aan de verdachte op 14 november 2024 een contactverbod met aangeefster is opgelegd in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38v Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Hieruit volgt dat elk contact dat de verdachte vanaf toen met aangeefster heeft gehad in juridische zin wederrechtelijk is geweest. Daarnaast bestond het contact van de verdachte richting aangeefster voornamelijk uit het uiten van bedreigingen. Uit de aard en ernst van deze gedragingen volgt dat dit inherent een wederrechtelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster is. Gelet op hoe vaak de verdachte aangeefster via verschillende kanalen heeft benaderd, is de rechtbank ook van oordeel dat sprake is van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1op 3 april 2025 in Nederland [aangeefster] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en met brandstichting, door die [aangeefster] middels meerdere whatsappberichten dreigend de woorden en symbolen toe te voegen:
-'Je moet me nu 5000 euro betalen + nog 1000 achterstand. Geen discussie. Jouw vrienden, familie, werk, iedereen in je omgeving gaat betalen' en
- 'je krijgt 1 dag voor de eerste betaling van 5000 euro' en
- emoticon van een doodshoofd, grafkist en grafsteen en
- 'de volgende keer is het binnen bij jouw thuis of bij jouw werk. Maakt niet uit waar, je krijgt nooit meer vrede in je leven' en
- 'Dus het is beter voor je gezondheid en je omgeving om het geld te regelen';
feit 2op 3 april 2025 te Soesterberg , gemeente Soest opzettelijk meermalen ontploffingen teweeg heeft gebracht bij een woning gelegen aan de [adres 1] te [plaats] ,
door meerdere stukken zwaar vuurwerk (te weten: Big Boy XL) in de onmiddellijke nabijheid van voornoemde woning te plaatsen of te gooien en tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
-gemeen gevaar voor die woning en in die woning aanwezige goederen en
aangrenzende/omliggende woningen en
-levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [aangeefster]
[aangeefster] , die zich op dat moment in de woning van voornoemd pand
bevond en bewoners van aangrenzende/omliggende woningen,
te duchten was;
feit 3op meer tijdstippen in de periode van 24 februari 2025 tot en met 2 mei 2025 te Soesterberg en Nieuwegein, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door
- die [aangeefster] veelvuldig te bellen en
- die [aangeefster] veelvuldig dreigende berichten te sturen en
- meerdere malen naar het werk van die [aangeefster] te bellen en (vervolgens) dreigend de woorden toe te voegen: “Ze moet betalen, anders gaan er nare dingen gebeuren" en
- zich meermaals nabij het woonadres van die [aangeefster] te bevinden en
- zich meermaals rond de werklocatie van die [aangeefster] te bevinden
met het oogmerk die [aangeefster] te dwingen iets te doen te dulden en vrees aan te jagen.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1:
bedreiging met brandstichting, met zware mishandeling en met enig misdrijf tegen het leven gericht;
feit 2:
opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
feit 3:
belaging.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en maatregel

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van het voorarrest;
De officier van justitie eist dat aan de verdachte wordt opgelegd:
  • tbs met dwangverpleging;
  • een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van 5 jaar, te vervangen door 2 weken hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet. De officier van justitie eist dat deze maatregel direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat gebruik gemaakt moet worden van de motivatie die de verdachte momenteel heeft om aan zijn problematiek te werken en een behandeling te ondergaan. De advocaat verzoekt om een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten en daarnaast een tbs met voorwaarden.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 4 jaar, een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van 5 jaar en tbs met dwangverpleging op.
Bij het bepalen van deze straf en maatregelen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere misdrijven gepleegd tegen zijn ex-partner, slachtoffer [aangeefster] . Nadat de verdachte een contactverbod opgelegd had gekregen met het slachtoffer, is hij doorgegaan met haar stelselmatig benaderen. Hij heeft haar berichten gestuurd, heeft naar haar werk gebeld en hij is langs haar werk en woning gegaan. In de berichten die hij naar het slachtoffer heeft gestuurd, bedreigde hij haar en perste hij haar af.
Vervolgens heeft de verdachte in de nacht meerdere stukken zwaar vuurwerk bij de woning van het slachtoffer gelegd en tot ontploffing gebracht. Het slachtoffer en haar buren lagen op dat moment in hun woningen te slapen. De ontploffing en de daaropvolgende brand heeft veel schade veroorzaakt aan de woning van het slachtoffer en de omringende woningen. De verdachte heeft met de ontploffing een levensgevaarlijke situatie laten ontstaan. Gelukkig zijn er geen slachtoffers gevallen, maar dit had heel anders af kunnen lopen. Daarnaast is dit voor het slachtoffer en haar buren een ontzettend angstige situatie geweest.
Een paar uur na de ontploffing heeft de verdachte wederom berichten naar het slachtoffer gestuurd waarin hij haar bedreigde met de dood en zware mishandeling en met een volgende, nieuwe ontploffing. Nadat de verdachte voor deze feiten werd aangehouden, heeft hij vanuit detentie meer dan 80 keer naar het slachtoffer gebeld en dreigende voicemailberichten ingesproken. Uiteindelijk heeft de PI het nummer van het slachtoffer moeten blokkeren om de contactpogingen van de verdachte te laten stoppen.
Het blijkt dat de verdachte zich nergens door laat tegenhouden en op allerlei manieren het slachtoffer blijft benaderen en bedreigen. Hiermee heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan belaging, in het normaal spraakgebruik
stalking. Stalking heeft een grote impact op slachtoffers, die zich daardoor ernstig beperkt voelen in hun bewegingsvrijheid en constant geconfronteerd worden met ongewenst, en in dit geval ook zeer dreigend, contact.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf en de maatregel gekeken naar het strafblad van de verdachte van 10 februari 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte meermaals is veroordeeld voor soortgelijke feiten, ook gepleegd richting het slachtoffer in deze zaak. Dit neemt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.
De schriftelijke verklaring van de verdachte en de zitting
Voor de zitting heeft de advocaat een schriftelijke verklaring van de verdachte aan de rechtbank en de officier van justitie toegestuurd. In deze schriftelijke verklaring laat de verdachte zich zorgelijk en gevaarlijk uit over aangeefster, hulpverleners en getuigen in dit dossier. Hij dreigt dat hij informatie van deze personen heeft die hij zou kunnen gebruiken en dat personen moeten vrezen voor de dag dat hij vrij komt. [1] Op de zitting is door de officier van justitie verder een briefje overgelegd dat is gevonden in de cel van een medegedetineerde van de verdachte in de PI. Op dit briefje staan de contactgegevens van aangeefster, haar werk en haar advocaat. Ook staat er een adres op van kennissen van aangeefster en instructies om daar te komen. De verdachte heeft hierover verklaard dat hij een medegedetineerde had gevraagd om langs dat adres te gaan om bij aangeefster zijn geld op te eisen.
De rapporten en adviezen van de deskundigen
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van meerdere over de verdachte opgemaakte deskundigenrapporten:
  • een rapport van psychiater J.C. Laheij van 23 november 2025;
  • een rapport van GZ-psycholoog Msc. A.J. van Veenhuisen van 5 november 2025;
  • een reclasseringsadvies van L. de Wild van 29 januari 2026.
Reclasseringsmedewerkster L. de Wild is ook op de zitting gehoord als deskundige.
Het rapport van de psychiater
De verdachte heeft uiteindelijk geweigerd om mee te werken aan het psychiatrisch onderzoek. Zijn weigerende houding wordt naar inschatting van de psychiater volledig ingegeven door zijn procespositie en vloeit niet uit psychopathologische motieven. De psychiater concludeert dat er alles overziend gesproken kan worden van een pervasief patroon van gebrek aan respect en schending van de rechten van anderen vanaf jonge leeftijd. Diagnostisch wordt voldaan aan meerdere criteria voor het stellen van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Dit was ook ten tijde van het tenlastegelegde het geval. Het eigen onderzoek is echter te beperkt gebleven waardoor de verdachte op veel zaken niet bevraagd kon worden. Het is hierdoor niet helder of er onderliggend andere problematiek zou kunnen meespelen in zijn houding en gedragingen. De psychiater kiest er daardoor voor om de diagnose uit te stellen.
Het rapport van de GZ-psycholoog
De verdachte heeft wel meegewerkt aan het onderzoek van de psycholoog, maar heeft zich met betrekking tot de ten laste gelegde feiten op zijn zwijgrecht beroepen. In die zin is het onderzoek van de psycholoog beperkt gebleven.
De psycholoog stelt vast dat bij de verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline en paranoïde trekken, een posttraumatische stressstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis, matig van ernst. Alle vastgestelde stoornissen bestaan al langdurig, waardoor gesteld kan worden dat deze aanwezig waren ten tijde van het ten laste gelegde.
In zijn algemeenheid kan de verdachte in staat worden geacht om het ongeoorloofde van zijn gedrag te beseffen met betrekking tot de ten laste gelegde feiten. Het is vanuit de aanwezige problematiek wel voorstelbaar dat de verdachte mogelijk verminderd in staat was om andere gedragskeuzes te maken en conform te handelen met betrekking tot de ten laste gelegde feiten. Vanuit de aanwezige persoonlijkheidsproblematiek kan de verdachte buitensporig boos worden wanneer anderen hem, in zijn optiek, onrecht aandoen of onheus bejegenen. Hij heeft, vanwege zijn beperkte impuls- en emotieregulatie, grote moeite om zijn boosheid goed te beheersen en niet over te gaan tot agressief gedrag. Omdat de verdachte zich op zijn zwijgrecht beroept ten aanzien van de feiten kan de psycholoog niet met zekerheid stellen of en in welke mate de aanwezige problematiek een rol heeft gespeeld bij de feiten. De psycholoog kan dan ook geen advies geven over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.
De psycholoog geeft aan dat er zonder passende behandeling een hoog risico is op toekomstig geweld, specifiek richting de personen die voorkomen in de wraakfantasieën van de verdachte, waaronder het slachtoffer. De uitspraak van de verdachte dat hij na detentie het slachtoffer op zal zoeken om de sleutel van de voormalig gezamenlijke woning op te eisen, vindt de psycholoog uitermate zorgelijk. De psycholoog verwacht dat alleen een ambulant behandeltraject onvoldoende toereikend is om een verandering in de aanwezige problematiek en risico’s te kunnen bewerkstelligen. Een klinische aanvang van de behandeling, van ten minste een halfjaar, binnen een kliniek met een hoog zorg- en beveiligingsniveau wordt aanbevolen, zoals binnen een forensisch psychiatrische kliniek (FPK). Gedurende het klinische traject is het wenselijk dat er wordt toegewerkt naar een ambulant vervolgtraject binnen een forensische polikliniek. Ondanks dat de verdachte duidelijk en meermaals heeft uitgesproken mee te willen werken aan een klinische opname, is zijn medewerking aan bijzondere voorwaarden in het verleden wisselend geweest, tot bedreiging van hulpverleners toe. Als de verdachte de klinische behandelverplichting en de daaropvolgende ambulante behandelverplichting als bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel opgelegd zou krijgen, bestaat de kans dat hij zich aan zijn bijzondere voorwaarden onttrekt en ervoor kiest om zijn voorwaardelijk strafdeel uit te zitten. De psycholoog adviseert om een tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen, waarbij klinische behandeling binnen een FPK en een daaropvolgende ambulante behandeling belangrijke voorwaarden zijn. Omdat de verdachte zich momenteel wel gemotiveerd toont voor (klinische) behandeling, niet eerder klinisch behandeld is en het zeer hoge beveiligingsniveau van een tbs-kliniek niet noodzakelijk lijkt om de problematiek adequaat te kunnen behandelen, vindt de psycholoog tbs met dwangverpleging niet direct geïndiceerd.
Naast een tbs met voorwaarden wordt een contact- en locatieverbod voor (de woonplaats van) het slachtoffer en het toezien op de naleving hiervan door de psycholoog aanbevolen, onder meer vanwege de bij de verdachte aanwezige wraakfantasieën en het voornemen van de verdachte om aangeefster na detentie op te zoeken.
Advies van de reclassering
De reclassering schat het risico op recidive en letsel in als hoog. De reclassering ziet de grootste risico’s in het psychosociaal functioneren en de houding van de verdachte. Hij geeft aan dat als hij nu buiten zou komen en hij zou de (gezamenlijke) woning niet in kunnen, dat hij dan geen perspectief heeft en het slachtoffer verantwoordelijk houdt voor alles wat er is gebeurd. Hij spreekt een grote boosheid uit en geeft aan dat de situatie met het slachtoffer in zijn dromen “allang is afgehandeld”. Hiermee komt de verdachte dreigend over en daardoor heeft de reclassering zorgen over wat er met het slachtoffer zou kunnen gebeuren als de verdachte zonder woning op straat komt te staan. Ook in detentie is gebleken dat de verdachte negatief gedrag in kan zetten om zijn zin te krijgen. Hij is vanuit detentie overgeplaatst wegens grensoverschrijdend gedrag en is in een isoleercel geplaatst wegens het veroorzaken van onrust, nadat zijn medicatie afweek van wat hij normaal kreeg. En hoewel de verdachte aangeeft nooit zomaar over te gaan tot fysieke agressie, is hij hiermee wel bekend tegenover partners en lijkt hij dit vanuit zijn eerdere veroordelingen ook niet te schuwen.
De reclassering schat het risico op onttrekking aan de voorwaarden in als gemiddeld.
Tijdens een reclasseringstoezicht in 2022 liet de verdachte grensoverschrijdend gedrag zien, waarbij benoemd wordt dat hij vanuit frustratie, wanhoop en onmacht escalerend, eisend en intimiderend werd ten opzichte van reclassering en overige hulpverlening. Ook in de afgelopen periode heeft de reclassering dit gedrag gezien. Ondanks eerdere, forensische en niet forensische, mislukte pogingen om te werken aan gedragsverandering, ziet de reclassering momenteel motivatie bij de verdachte om aan zichzelf te werken. Hij lijkt voor ogen te hebben dat het in de toekomst anders moet en hier begeleiding en hulpverlening bij nodig heeft.
Gezien zijn persoonlijkheidsproblematiek en zijn uitspraken over haatgevoelens en wraakfantasieën vindt de reclassering het onverantwoord als de verdachte onbehandeld uit detentie komt. In lijn met het advies van de psycholoog adviseert de reclassering ook een klinische behandeling. Binnen een tbs met voorwaarden kan volgens de reclassering extern invulling worden gegeven aan het risicomanagement en controles op de gestelde voorwaarden. Mocht de verdachte zich niet aan de voorwaarden houden, zijn er voldoende mogelijkheden om in te grijpen. Zodoende lijkt het dat de risico’s voldoende ingeperkt kunnen worden, waardoor de reclassering mogelijkheden ziet voor een tbs met voorwaarden. De reclassering adviseert dan ook positief over tbs met voorwaarden.
Op de zitting heeft reclasseringsmedewerkster L. de Wild aangegeven dat bij het opstellen van het reclasseringsadvies twijfel was over de haalbaarheid van een tbs met voorwaarden. Gelet op onder andere de motivatie van de verdachte is de conclusie destijds geweest dat deze maatregel tot de mogelijkheden behoorde. De reclasseringsmedewerkster vindt de uitspraken die de verdachte heeft gedaan in zijn schriftelijke verklaring zorgelijk. Dat de verdachte vanuit de PI heeft geprobeerd om een medegedetineerde bij het slachtoffer langs te laten gaan om een betaling te laten regelen, is zorgwekkend. Naar aanleiding van wat op zitting is besproken is de twijfel over de haalbaarheid van deze maatregel toegenomen bij de reclasseringsmedewerkster en zij vraagt zich af of het beveiligingsniveau van een FPK voldoende zal zijn om de risico’s in te perken.
De verklaring van de verdachte over zijn persoonlijke omstandigheden en zijn medewerking aan het onderzoek
De verdachte verklaart verder dat het momenteel goed met hem gaat en dat hij goed is ingesteld op medicatie. Hij heeft niet meegewerkt aan het onderzoek van de psychiater omdat hem eerst was verteld dat hij alleen door een psycholoog zou worden onderzocht. Toen bleek dat de officier van justitie hem ook door een psychiater wilde laten onderzoeken, vond hij dat hier iets tegenover moest staan, te weten de contactenlijst uit zijn telefoon. De verdachte vindt dat hij in zekere zin behandeling nodig heeft en is bereid om zich aan eventuele voorwaarden te houden en zich daarbij neer te leggen.
Conclusie van de rechtbank over de toerekeningsvatbaarheid
De psycholoog stelt dat het voorstelbaar is dat de verdachte vanuit zijn aanwezige problematiek mogelijk verminderd in staat was om andere gedragskeuzes te maken met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten. Ook al kan de psycholoog geen advies geven over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte, ziet de rechtbank hierin aanleiding om de feiten in verminderde mate toe te rekenen aan de verdachte.
De op te leggen straf en maatregelen
Gevangenisstraf
Gelet op de ernst en de omstandigheden van de feiten en de frequentie waarmee de verdachte deze heeft gepleegd kan niet anders worden gereageerd dan met oplegging van een lange vrijheidsbenemende straf. De rechtbank heeft voor het bepalen van de duur van de gevangenisstraf gekeken naar soortgelijke zaken en heeft rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.
De rechtbank neemt in strafverzwarende verder nog het volgende mee. In het licht van de door de deskundigen benoemde wraakgevoelens richting het slachtoffer is het in de PI aangetroffen briefje van de verdachte zeer zorgelijk. De advocaat van het slachtoffer heeft op de zitting aangegeven dat de verdachte haar (de advocaat) ook meermaals heeft gebeld vanuit de PI en haar heeft gezegd dat het slachtoffer hem moest gaan betalen ‘
of anders’. Het blijkt dat de verdachte zich nergens door laat tegenhouden en zelfs vanuit de PI doorgaat met het, in zijn beleving, halen van zijn gelijk en rechtvaardigheid. De rechtbank neemt ook in strafverzwarende zin mee dat de verdachte eerder soortgelijke feiten heeft gepleegd richting het slachtoffer en dat hij het in die eerdere strafzaak opgelegde contactverbod en gebiedsverbod meermaals heeft geschonden. De verdachte heeft op geen enkel moment enige verantwoordelijkheid voor zijn daden genomen en geeft er geen blijk van zich enige voorstelling te willen of kunnen maken van de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. Uit de schriftelijke verklaring van de verdachte en zijn verklaring op de zitting blijkt dat de verdachte zich nog steeds de ernst van deze gedragingen niet lijkt te realiseren. Dit vindt de rechtbank niet alleen enorm kwalijk, maar ook zeer zorgelijk.
De rechtbank zal de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van de tijd dat de verdachte in voorarrest heeft gezeten.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
Tbs-maatregel
De psycholoog heeft vastgesteld dat bij de verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline en paranoïde trekken, een posttraumatische stressstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Alle vastgestelde stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. De rechtbank volgt deze conclusies. Er is daarmee sprake van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de verdachte, die bestond tijdens het begaan van de bewezen verklaarde strafbare feiten.
De rechtbank stelt verder vast dat de bewezenverklaarde feiten strafbare feiten zijn waarvoor tbs kan worden opgelegd. Daarmee is voldaan aan de formele vereisten voor het opleggen van een tbs-maatregel, in de zin van artikel 37a, eerste lid, Sr.
Gelet op de bij de verdachte vastgestelde stoornissen en de overwegingen van de deskundigen over de risico’s op herhaling zonder behandeling, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van een tbs-maatregel eist. De rechtbank vindt het onverantwoord om de verdachte onbehandeld te laten terugkeren in de maatschappij. Alleen een tbs-maatregel biedt de zekerheid dat de verdachte een juiste behandeling krijgt. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld binnen welk tbs-kader die behandeling moet plaatsvinden en op welke wijze verdere hulpverlening moet en kan worden geboden.
Dwangverpleging in plaats van voorwaarden
Vanwege de aard van de stoornissen van de verdachte en de bij hem bestaande wraakgevoelens is er een hoog risico dat hij opnieuw vergelijkbare strafbare feiten zal plegen als hij daarvoor niet voldoende is behandeld. De reclassering heeft haar zorgen uitgesproken over de haalbaarheid van een tbs met voorwaarden en vraagt zich af of, mede gelet op de nieuwe informatie die op de zitting naar voren is gekomen, het beveiligingsniveau van een FPK kliniek wel voldoende zal zijn om het recidiverisico in te perken. Dat de verdachte nog steeds veel wraakgevoelens heeft, wordt ook duidelijk uit zijn schriftelijke verklaring die hij voor de zitting heeft ingediend. Daarnaast is door het briefje dat in de cel van een medegedetineerde is gevonden voor de rechtbank duidelijk geworden dat de verdachte deze wraakgevoelens niet alleen heeft, maar dat hij hier ook naar handelt. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het voorgaande, een hoger beveiligingsniveau noodzakelijk is dan een FPK kan bieden en de maatregel van tbs met voorwaarden onvoldoende bescherming biedt. Gelet hierop zal de rechtbank aan de verdachte de maatregel van tbs met dwangverpleging opleggen.
Ongemaximeerde tbs-maatregel
De maatregel wordt opgelegd voor onder andere brandstichting waardoor levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.
Direct geldend contactverbod
De rechtbank zal ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten een contactverbod – zowel direct als indirect – met het slachtoffer [aangeefster] opleggen aan de verdachte in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr. De rechtbank beveelt dat de verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opneemt met [aangeefster] . De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van vijf jaren. Gezien de opgelegde gevangenisstraf en de tbs-maatregel zal dit verbod in de praktijk zien op het opnemen van contact vanuit detentie of een kliniek. Voor iedere keer dat de verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van één maand, met een maximum van zes maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Gelet op het dossier, de conclusies van de deskundigen en wat op zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen richting [aangeefster] . Daarom zal zij bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Dat betekent dat het contactverbod direct geldt en ook blijft gelden als de verdachte hoger beroep instelt tegen dit vonnis.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de inbeslaggenomen goederen verbeurd worden verklaard.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft geen standpunt in genomen over het beslag.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
- een tas (G3508816);
- een telefoon (G3508234);
- tape (G3507318) en
- 2 kilo springstof (G3507314 en G3507316),
verbeurd verklaren.
Met betrekking tot de telefoon is het onder 1 en 3 bewezenverklaarde feit begaan. Met betrekking tot de tas, de tape en de springstof is het onder 2 bewezenverklaarde feit begaan.

7.Vordering benadeelde partij

7.1.
Vordering van de benadeelde partijen
[aangeefster] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 16.000,- voor feit 1, feit 2 en feit 3, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade (smartengeld). De benadeelde partij verzoekt de rechtbank om van dit bedrag € 8.500,- toe te wijzen en € 7.500,- niet-ontvankelijk te verklaren, omdat een deel van de schade nu nog niet vaststaat. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
[benadeelde] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 2.300,- voor feit 2, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 10 fietsen: € 1.500,-; 2. Schutting en 5 fietsen: € 800,-. Schadepost 2 heeft de benadeelde partij al vergoed gekregen van zijn verzekering, waardoor een totaalbedrag van € 1.500,- resteert. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat het verzoek tot schadevergoeding van [aangeefster] wordt toegewezen voor het bedrag van € 8.500,- en voor het overige niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De officier van justitie vordert verder dat het verzoek tot schadevergoeding van [benadeelde] niet-ontvankelijk wordt verklaard, nu de hoogte van de schade onvoldoende uit het dossier en de vordering blijkt.
7.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om het verzoek tot schadevergoeding van C. Lopes niet-ontvankelijk te verklaren, nu het niet duidelijk is in hoeverre de psychische klachten waarvoor de benadeelde partij behandeling zal ondergaan in causaal verband staan met de bewezenverklaarde feiten. De vordering is niet eenvoudig van aard en roept te veel vragen op. Subsidiair verzoekt de advocaat om de vordering van [aangeefster] toe te wijzen tot maximaal € 2.675,-.
De advocaat verzoekt de rechtbank om de het verzoek tot schadevergoeding van [benadeelde] niet-ontvankelijk te verklaren nu de schade niet is onderbouwd.
7.4.
Oordeel van de rechtbank
Benadeelde partij [aangeefster]
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW) mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij op deze laatste grondslag is gebaseerd. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Bij de vordering heeft zij namelijk een verslag van een intakegesprek bij een GZ-psycholoog gevoegd, waarin te lezen is dat bij haar sprake is van een posttraumatische stressstoornis als gevolg van de emotionele, fysieke en seksuele mishandelingen door haar ex-partner (de verdachte).
Gelet op de ernst van de gevolgen voor het slachtoffer en de vergoeding die in soortgelijke zaken wordt toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding van € 8.500,- billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.
Wettelijke rente
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 24 februari 2025 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Proceskosten
Omdat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die door het door hem gepleegde feit is ontstaan en omdat een substantieel deel van de gevorderde schade wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 8.500,- aan de Staat moet betalen.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2025 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 67 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Benadeelde partij [benadeelde]
verzoekt alleen nog vergoeding van 10 beschadigde fietsen. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 2 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. Uit het dossier en de bij de vordering gevoegde foto blijkt dat meerdere fietsen die in de tuin van de benadeelde partij stonden door de explosie en de daaropvolgende brand zijn beschadigd en dat de benadeelde partij hierdoor schade heeft geleden. Uit de vordering blijkt niet wat de precieze schade is geweest voor 10 beschadigde fietsen. De rechtbank zal de omvang van de geleden schade daarom schatten aan de hand van de informatie uit het dossier. De rechtbank begroot de kosten voor het herstel of vervangen van de beschadigde fietsen op minstens € 500,-. De rechtbank wijst de vordering daarom voor dat deel toe.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk, omdat dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Wettelijke rente
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 3 april 2025 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval hebben zowel de verdachte als de benadeelde partij op punten ongelijk gekregen. Omdat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die door het door hem gepleegde feit is ontstaan en omdat een substantieel deel van de gevorderde schade wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 500,- aan de Staat moet betalen.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2025 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregelen en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 33, 33a, 36f, 37a, 37b, 38v, 38w, 57, 157, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf en maatregel
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 4 jaren;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- gelast dat verdachte
ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
  • legt aan verdachte op de
  • beveelt dat verdachte
 zich onthoudt van contact – direct of indirect – met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum] 1979;
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel
dadelijk uitvoerbaaris;
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, de maatregel wordt vervangen door 1 maand hechtenis;
beslag – feit 1, feit 2 en feit 3
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
  • een tas (G3508816);
  • een telefoon (G3508234);
  • tape (G3507318);
  • 2 kilo springstof (G3507314 en G3507316);
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangeefster] – feit 1, feit 2 en feit 3
  • wijst de vordering van [aangeefster] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 8,500,-;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [aangeefster] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
  • verklaart [aangeefster] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster] aan de Staat € 8.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 67 dagen gijzeling;
  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde] – feit 2
  • wijst de vordering van [benadeelde] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 500,-;
  • verklaart [benadeelde] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2025 tot de dag van volledige betaling;
  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 5 dagen gijzeling;
  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.M. Druijf, voorzitter, mr. C.S.K. Fung Fen Chung en mr. M.J. Westerink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.I. van Balkom als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op of omstreeks 3 april 2025 te Soesterberg , in elk geval in Nederland,
mw. [aangeefster] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven
gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting, door
die [aangeefster] middels één of meerdere whatsappberichten en/of
smsberichten dreigend de woorden en/of symbolen toe te voegen:
-'Je moet me nu 5000 euro betalen+ nog 1000 achterstand. Geen
discussie. Jouw vrienden, familie, werk, iedereen in je omgeving gaat
betalen' en/of
- 'je krijgt 1 dag voor de eerste betaling van 5000 euro' en/of
- emoticon van een doodshoofd, grafkist en grafsteen en/of
- 'de volgende keer is het binnen bij jouw thuis of bij jouw werk. Maakt
niet uit waar, je krijgt nooit meer vrede in je leven' en/of
- 'Dus het is beter voor je gezondheid en je omgeving om het geld te
regelen', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
feit 2
hij op of omstreeks 3 april 2025 te Soesterberg , gemeente Soest, in elk
geval in Nederland,
opzettelijk een of meermalen ontploffing(gen) teweeg heeft gebracht bij
een woning gelegen aan de [adres 1] te [plaats] ,
door één of meer stuk(ken) (zwaar) vuurwerk (te
weten: Big Boy XL) althans één of meer explosief/explosieven in de
onmiddellijke nabijheid van voornoemde woning te plaatsen en/of te
gooien en/of tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
-gemeen gevaar voor die woning en/of in die woning aanwezige
goederen en/of
aangrenzende/omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor
goederen en/of
-levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [aangeefster]
[aangeefster] , die zich op dat moment in de woning van voornoemd pand
bevond en/of bewoners van aangrenzende/omliggende woningen,
althans levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een
ander of anderen, te duchten was;
feit 3
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 februari
2025 tot en met 2 mei 2025 te Soesterberg en/of Nieuwegein, althans in
Nederland,
wederrechtelijk
stelselmatig
opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster]
[aangeefster] ,
door
- die [aangeefster] veelvuldig te bellen en/of
- die [aangeefster] veelvuldig dreigende berichten te sturen en/of
- meerdere malen naar het werk van die [aangeefster] te bellen en/of
(vervolgens) dreigend de woorden toe te voegen: “Ze moet betalen, anders
gaan er nare dingen gebeuren" en/of
- zich meermaals nabij het woonadres van die [aangeefster] te
bevinden en/of
- zich meermaals rond de werklocatie van die [aangeefster] te
bevinden
met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te doen, niet te
doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
Bijlage II: Bewijsmiddelen [2]
Een aangifte van [aangeefster] van 3 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van de vernieling en brandstichting en het veroorzaken van een explosie bij mijn woning en tuin gelegen aan de [adres 1] te [plaats] . [3]
Op 3 april 2025 omstreeks 02:15 uur hoorde een hele harde knal, leek alsof er een grote ontploffing of explosie was. Ik zag dat mijn hele achtertuin in de brand stond, waaronder de schuur van mijn woning. [4]
Een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Adres: [adres 2]
Op 3 april 2025 omstreeks 02:15 uur werden ik en mijn vrouw wakker van
twee harde knallen buiten. Ik lag te slapen in de slaapkamer die gelegen is op de
benedenverdieping aan de achterzijde van onze woning. Ik keek uit het raam en zag dat
het zeil wat achter in onze tuin lag in brand stond. Ik zag daarnaast dat de
coniferenstruik op de erfgrens tussen onze tuin en de tuin van huisnummer [nummer] ook in
brand stond. [5]
Een proces-verbaal van aangifte van [aangever] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik verblijf samen met mijn dochter in de woning aan de [adres 3] in [plaats] . Vannacht, 3 april 2025 omstreeks 02:15 uur werd ik wakker van een harde knal. Ik hoorde direct dat deze knal heel dicht bij mijn slaapkamer was. Ik zag door de
keukendeur dat er een brandhaard was buiten tegen de keukendeur op het balkon. Ik zag
dat de brandhaard ongeveer ter grootte van een voetbal was. [6] Ik zag dat de rolgordijnen in de keuken en in de slaapkamer, welke dus aan de binnenzijde hangen, beschadigd waren door de hitte. [7]
Een niet ondertekend proces-verbaal van forensisch onderzoek op de [adres 1] in [plaats] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 3 april 2025 kwam ik, naar aanleiding van een explosie/brandstichting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 1] [plaats] . Aldaar had men een 2-tal explosies waargenomen waarna er brand was ontstaan in diverse achtertuinen en op een balkon. De brandweer had deze branden geblust en daarbij in de achtertuin van perceel [nummer] een niet ontploft explosief aangetroffen. Een explosieven verkenner constateerde dat het een vuurwerkartikel betrof van het merk: "Big Boy 100". Bij de brand in de achtertuin van perceel [nummer] was het niet ontplofte stuf explosief aangetroffen direct bij de brandhaard. [8]
PERCEEL [nummer]
Ik zag dat het explosief, de "Big Boy", door de EODD apart was gelegd. Halverwege het betegelde tuinpad zag ik kapotte tuintegels met daaromheen een waaiervormig patroon met daarin een zwart- en witkleurige residu. Ik herkende dit ambtshalve en gebaseerd op mijn opgedane kennis en expertise op het gebied van forensisch onderzoek naar explosies & explosieven als impactzone van een explosief.
Rechts van de achterdeur zag ik een houten opslagkast staan. Aan de onderzijde van de kast zag ik een inbranding in het hout veroorzaakt door vuur. Dit vuur was reeds aan de buitenzijde van de woning aan het uitbreiden alvorens het door de brandweer werd geblust. De medewerker van de EODD vertelde mij dat het niet geëxplodeerde explosief hier door hen was aangetroffen. [9]
PERCEEL [nummer]In het gras zag ik een indruk met daaromheen zwartgeblakerd gras. Dit werd door mij aangemerkt als een plek waar een explosief was geëxplodeerd. Ik zag dat een plastic glijbaan deels gesmolten was. Ik zag diverse zwartgeblakerde plekken in de tuin. In de tuin werd door mij diverse snippers van een explosief aangetroffen en veilig gesteld. Ik zag dat de opdruk van deze snippers overeen kwamen met het etiket van de Big Boy. Ik zag dat hier eenzelfde explosief was geëxplodeerd.
PERCEEL [nummer] (balkon)Op het balkon zag ik een zwartverblakerd en versmolten stuk plastic liggen. Ik herkende dit als zeer waarschijnlijk een gesmolten petfles waarin een ontbrandbare stof heeft gezeten. Deze stof veroorzaakte vuur op het balkon waar verder niets brandbaars aanwezig was.
PERCEEL [nummer]
Ik zag tegen de woning een flink aantal fietsen staan. Ik zag dat diverse fietsen aangetast waren door vuur.
Interpretatie van bevindingenGelet op het aangetroffen brand- en schadebeeld, daarbij rekening houdend met informatie met betrekking tot het brandbeeld evenals de opgedane expertise op het gebied van brandgedrag en -ontwikkeling, en gelet op de analyse van foto- en beeldmateriaal, kan worden vastgestelddat in de tuin van perceel [nummer] een explosief is geëxplodeerd aangezien er restanten van een Big Boy, brandschade en een impactkrater van het geëxplodeerde explosief zijn waargenomen. Dat er een explosief is geëxplodeerd in de achtertuin van perceel [nummer] welke een beginnende brand tegen de achtergevel van de woning heeft veroorzaakt en er tevens een niet geëxplodeerd explosief in de brandhaard lag. Er op het balkon van perceel [nummer] brand was ontstaan door een gesmolten petfles welke vervolgens weer brand veroorzaakte tussen de fietsen en in het plastic zeil in de achtertuin van perceel [nummer] . [10]
Gevaarzetting:
Tijdens een brand ontstaan veel nitreuze zwaar giftige en brandbare dampen waaronder
koolmonoxide (CO). De tijd tussen het ontsteken en de explosie is afhankelijk van het gebruikte explosief maar zal tussen de 10 en 30 seconden gemiddeld bedragen. Dat betekent dat mensen welke bijvoorbeeld op rumoer af zijn gekomen direct gevaar lopen door de explosie. Een vuurwerkartikel van het merk "Big Boy 100" bevat ongeveer 100 gram flitspoeder. Dit is vergelijkbaar met een Cobra8 vuurwerkartikel.
In onderhevige casus is te stellen dat er gemeen gevaar voor goederen is ontstaan als
bedoeld in artikel 157 onder Pro 1 e lid wetboek van strafrecht. Immers er was brand ontstaan tegen de gevel van perceel [nummer] alwaar een nog niet geëxplodeerd zwaar stuk vuurwerk lag. Deze had kunnen ontbranden terwijl de gealarmeerde bewoner had gekeken waar die luide explosies vandaan waren gekomen. Bijkomend gevaar is dat het explosief door zijn lading bij exploderen in staat is de ruiten te verbreken waarna vuur en rook de woning binnen kan treden. Voorts was er brand ontstaan op het balkon waarbij er gebleken is dat er thermische
breuken in de ruit van de keuken waren ontstaan. Mocht de brand nog iets langer
hebben gewoed dan was dit ruit gebroken waarna de nitreuze en zwaar giftige brandbare
dampen en het vuur de woning binnen konden komen. In onderhevige casus is eveneens te stellen dat er levensgevaar of gevaar voor zwaar letsel voor een ander te duchten was geweest als bedoeld in artikel 157 lid 2 wetboek Pro van strafrecht. [11]
veiliggestelde sporendragers
Goednummer: PL0900-2025105682-3507317
SIN: AAQI6301NL
Object: Vuurwerk (l.lg Explosief)
Bijzonderheden: Etiket big boy, achtertuin perceel [nummer] . [12]
Een rapport explosievenonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Onderzoeksmateriaal AAQI6301NL: Vuurwerk (1.1g Explosief) | Etiket big boy, achtertuin perceel [nummer] [13] 1. Heeft het NFI eerder een vuurwerkartikel in onderzoek gehad met soortgelijk etiket als aangetroffen op het artikel op de plaats delict? Zo ja, geef een beschrijving van de opbouw en werking van dit vuurwerkartikel.Ja, de uiterlijk kenmerken (zoals bijvoorbeeld het etiket, het lont en de afmetingen) van het vuurwerkartikel passen bij de ‘PROFI CANNON SHOT „BIG BOY” XL’ die eerder door het NFI is onderzocht. Dergelijk knalvuurwerk is dusdanig krachtig dat bij een ontploffing altijd gevaar ontstaat voor letsel en materiële schade. [14]
Een proces-verbaal van bevindingen beelden, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 3 april 2025 omstreeks 02:15 uur heeft er een explosie plaatsgevonden in de achtertuin van de [adres 1] te [plaats] . Uit onderzoek is gebleken dat [adres 4] over camerabeelden beschikt waarop een persoon te zien is die voor het incident voorbij komt lopen en kort na het incident hardlopend terug komt rennen. [15]
Om 01:49:56 komt er een manspersoon met een groene tas voorbij de camera lopen in de richting van de plaats delict. De man is gekleed in donkere kleding, met een broek en schoenen die deels reflecteren in de camera. Daarnaast draagt de man een pet met aan de voorzijde een groot logo. [16]
Om 02:17:32 komt de persoon weer terugrennen en heeft de groene tas weer bij zich. [17]
Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek in en bij de zwarte Audi A3 met het kenteken [kenteken] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Door ons werd een personenauto van het merk Audi A3, voorzien van het kenteken [kenteken] onderzocht. [18] Door mij werd de Audi geopend met de bijbehorende autosleutel, welke vanuit de fouillering van de verdachte [verdachte] was gehaald. [19]
In de achterbak trof ik een grijskleurige jas aan. Ik zag dat de jas deels gewatteerd was en deels glad. Ik zag dat de jas een glimmende stof had. [20] Ook werd er door mij in de kofferbak van de auto een zwart petje aangetroffen. Ik zag dat het petje aan de voorzijde, voorzien was van een rechthoekig stiksel. Ik zag dat het een gekleurd rechthoekig vlak was. In de kofferbak lag een paar schoenen. Ik zag dat de schoenen zwart van kleur waren en dat er op de zijkant in goudkleurige letter EA7 gedrukt stond. [21]
Een proces-verbaal van bevindingen Onderzoek in opslagruimte, [adres 5] , box [nummer] te Beverwijk, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het was bekend dat de verdachte [verdachte] een opslagruimte op de [adres 5] , box [nummer] in gebruik had. Onder de verdachte werden sleutels aangetroffen en in beslaggenomen. Middels deze sleutels was de opslagruimte door de politiecollega’s welke de verdachte hadden aangehouden, afgesloten. [22] Nadat wij het rolluik opende zagen wij direct aan de rechterzijde op de grond een groene bigshopper tas van de PLUS supermarkt liggen. [23] Aan de linkerzijde van de opslagruimte zagen wij een donkerkleurige werkbroek liggen. Wij zagen dat er reflectiestrepen op de broek zichtbaar waren. [24]
Een proces-verbaal van bevindingen opsomming verdenkingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Uit de Audi A3 met kenteken [kenteken] zijn goederen in beslag genomen omdat ze grote gelijkenis vertonen met de kleding en de tas die de persoon droeg die op de beelden van de bewakingscamera van [adres 4] zichtbaar is. [25] Dit geldt voor zijn jas, dit geldt voor zijn petje en dit geldt voor de tas. [26]
Een proces-verbaal van bevindingen vergelijking werkbroek en schoenen met camerabeelden, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
In de loods en de auto van verdachte [verdachte] zijn onderstaande werkbroek en schoenen zijn aangetroffen. [27] De aangetroffen broek vertoont grote gelijkenissen met de broek die de persoon draagt op de beelden van de bewakingscamera van [adres 4] te [plaats] . Zo komen de blauwe kleur en de zwarte vlakken overeen en zijn de reflecterende strepen ook goed zichtbaar. [28] Ook tonen de schoenen qua form, kleur en locatie en vorm van het logo grote overeenkomsten. [29] Wat opvalt is dat de zwarte schoenen onder het licht van de beveiligingscamera een reflecterend patroon laten zien. Ditzelfde reflecterende patroon is ook zichtbaar als je de schoenen in een donkere ruimte met flits fotografeert. [30]
Een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] van 8 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ontving op 3 april 2025, tussen 03:27 uur en 03:40 uur meerdere whatsapp berichten van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Ik zag dat er in de persoonsomschrijving van
het telefoonnummer een vuur emoticon stond. Ik zag dat er in het Portugees meerdere berichten werden gestuurd en herkende direct dat de berichten door [verdachte] werden gestuurd, omdat hij weer dreigde dat ik geld moest betalen. Ik zal hieronder de berichten die hij stuurde vertalen:
- 03:27 uur: stilgehouden spraakoproep.
- 03:30 uur: "homo plastic, welke manier maakt niet uit, maar je gaat betalen"
- 03:33 uur: "Je moet me nu 5000 euro betalen + nog 1000 achterstand, geen discussie.
Jouw vrienden, familie, werk, iedereen in je omgeving gaat betalen". [31]
- 03:35 uur: " je krijgt 1 dag voor de eerste betaling van 5000 euro" [32]
- 03:36 uur: emoticon van een doodshoofd, grafkist en grafsteen.
- 03:36 uur: stilgehouden spraakoproep.
- 03:39: " de volgende keer is het binnen bij jouw thuis of bij jouw werk. Maakt niet
uit waar, je krijgt nooit meer vrede in je leven."
- 03:40 uur: "Dus het is beter voor je gezondheid en je omgeving om het geld te
regelen." [33]
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] van 19 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Sinds 14 november 2024, heeft [verdachte] een locatie en contactverbod met mij. Dit contact het locatie is opgelegd vanuit de Rechter. Op 17 maart 2025 zag ik dat ik een bericht ontving van het volgende telefoonnummer: [telefoonnummer 2] . Op dinsdag 18 maart 2025, zag ik dat tussen 09:13 uur en 17:31 uur, geschat meer dan honderd sms berichten ontving van het eerder genoemde telefoonnummer. In de berichten staat onder andere dat hij wilt dat ik bepaalde bedragen aan hem betaal. Ik zag dat [verdachte] wilt dat ik de volgende bedragen moet betalen:
- 2500,00 Euro Hij wilt dit bedrag als een boete, omdat hij niet in mijn huis mag wonen;
- 2600,00 Euro. Hij wilt dit bedrag van mij voor de borg van de auto. Dit betreft een lease auto.
- 2200,00 Euro. Hij wilt dit bedrag om iets te huren.
Op 19 maart 2025, zag ik dat ik weer sms berichten had gekregen. In deze berichten zag ik, dat ik met de dood werd bedreigd. De afzender van deze berichten heeft het volgende telefoonnummer: [telefoonnummer 3] . De volgende berichten zag ik op mijn telefoon:
- En anders jij ligt ergens dood op straat;
- Alles wordt betaald of er wordt met jou afgerekend plastic kanker homo;
- Geen genade, we zien volgende week;
- Jij wil oorlog, je krijgt het;
- En anders alles echt alles na weekend laatste waarschuwing kanker plastic flikker.
Hij heeft ook meerdere keren naar mijn werk had gebeld. Hij had vandaag ook vijf keer naar mijn werkgever gebeld. Ik hoorde van de afdeling salarisadministratie van mijn werk, dat [verdachte] mij ook in de telefoongesprekken bedreigde met de dood. [34]
Een proces-verbaal van onderzoek in Apple IPhone 14 van aangeefster [aangeefster] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
In de telefoon werd gezocht naar alle gesprekken tussen [aangeefster] en [verdachte] . Ik zag dat [aangeefster] vanaf 24 februari 2025 dreigende berichten ontving van de volgende
telefoonnummers:
+ [telefoonnummer 4] ( [verdachte] )
Anoniem
+ [telefoonnummer 5] ( [verdachte] 2)
+ [telefoonnummer 2] ( [verdachte] )
+ [telefoonnummer 3] (bij het onderzoeksteam bekende MSISDN welke in de telefoon van
[verdachte] heeft gezeten).
In totaal werden er 342 berichten naar [aangeefster] gestuurd. De strekking van deze berichten is dat de verzender [aangeefster] bedreigd. [aangeefster] moet voor een bepaalde datum geld overmaken. In deze berichten wordt er gedreigd met de dood, oorlog, kapot maken van de ramen, het mishandelen van een vriend van [aangeefster] , brandstichting enzovoort. [35]
Een proces-verbaal van bevindingen voicemail berichten/bedreigingen aan [aangeefster] vanuit de PI, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Door aangeefster [aangeefster] werd contact met de politie gezocht omdat zij vaak door het telefoonnummer [telefoonnummer 6] werd gebeld. Het telefoonnummer was volgens haar afkomstig vanuit de gevangenis. Door de beller werd de meerdere malen de voicemail van haar ingesproken. Bij het beluisteren van een paar voicemail berichten hoorde zij dat het de verdachte [verdachte] was. Uiteindelijk werd er 80 keer een voicemail bericht ingesproken.
Door de vestigingsdirecteur van de PI [locatie 2] werden er 88 gesprekken overgedragen aan het onderzoeksteam. In de gesprekken kwam het er op neer dat [verdachte] geld wil van [aangeefster] . [36] Daarnaast word aangeefster [aangeefster] voor van alles en nog wat uitgemaakt/ uitgescholden door [verdachte] . [37] In sommige gesprekken geeft [verdachte] aan dat zijn bankgegevens gecontroleerd worden door een ander en als het geld er niet op staat er mensen naar haar komen, onder andere bij haar woning of werk om te laten betalen. Ook gaf [verdachte] aan dat hij zijn tijd wel uit zit en dat het daarna zijn beurt is. In 8 van de gesprekken werd niet gesproken. [38]
Uitgewerkte voicemailberichten als bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen voicemail berichten/bedreigingen aan [aangeefster] vanuit de PI, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Beller: [telefoonnummer 7]
Datum: 09-04-2025
Gebelde: [telefoonnummer 8]
[verdachte] spreek voicemail van [aangeefster] in:
Denk maar niet dat je er vanaf bent, vieze kankerflikker. Jij weet donders goed, maakt niet hoe lang het duurt. Ik zie jou snel. [39]
Beller: [telefoonnummer 7]
Datum: 25-04-2025
Gebelde: [telefoonnummer 8]
[verdachte] spreek voicemail van [aangeefster] in:
Denk maar echt niet dat je er zo met je kanker rattenstreken van je er vanaf bent. Echt niet, dan heb je het echt bij het verkeerde eind. We gaan zien na dinsdag. Beter betaal jij je schulden. Sowieso hebben wijagent [A] die shit vastgelegd. Dus ik zou maar geen spelletjes meer spelen want dat heb je genoeg gedaan met je kanker flikkerstreken. Ik vermaak mij wel, ik zit mijn tijd wel uit. Daarna is het mijn beurt. [40]
Beller: [telefoonnummer 7]
Datum: 02-05-2025
Gebelde: [telefoonnummer 8] [41]
Een proces-verbaal van bevindingen (contact werkgeefster [aangeefster] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik sprak telefonisch met een medewerker van het bedrijf waar de aangeefster werkt. Ik hoorde haar zeggen dat [verdachte] meerdere malen naar het werk van de aangeefster had gebeld op 17 maart 2025. Ik hoorde haar zeggen dat [verdachte] op 27 februari 2025 ook al meerdere malen met het bedrijf gebeld had en dat hij toen had gezegd dat "ze moet betalen, anders gaan er nare dingen gebeuren". Dit zou gericht zijn op zowel de aangeefster als de medewerker van het bedrijf. [42]
Een proces-verbaal van bevindingen gegevens Toyota Aygo X met kenteken [kenteken] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Uit historische verkeersgegevens van verdachte [verdachte] bleek dat hij op 29 maart 2025 telefonisch contact heeft gehad met [bedrijf] in Amersfoort. Van [bedrijf] kregen we vervolgens een huurcontract opgestuurd waaruit blijkt dat [verdachte] voor de periode van 29 maart 2025 08:00 uur tot en met 3 april 2025 08:00 uur een
Toyota Aygo X met kenteken [kenteken] heeft gehuurd. Daarnaast was op het contract te zien dat hij de volgende gegevens heeft opgegeven:
Telefoonnummer: + [telefoonnummer 9]
Email: [e-mailadres]
Door [bedrijf] zijn vervolgens de GPS gegevens aangeleverd van de Toyota Aygo X met kenteken [kenteken] . [43]
29 maart 2025Op een deel van de route komt het voertuig langs het werk van slachtoffer. [44] Vanuit Zeist rijdt het voertuig door naar Soesterberg en komt in de buurt van de woning van het slachtoffer. [45]
1 april 2025Het voertuig rijdt door de wijk van het slachtoffer. [46] Het voertuig staat van 05:17:37 uur tot 06: 58 :14 uur geparkeerd in de straat van het slachtoffer. [47]
2 april 2025Het voertuig komt op verschillende momentenin de wijk en parkeert op meerdere locaties.
Tussen 05:03:18 uur en 06:13:15 uur staat het voertuig geparkeerd in de straat van het slachtoffer. [48] Hierna gaat om 06:13:15 uur het voertuig weer rijden tot 07:03:41 uur.
Tijdens deze rit rijdt het voertuig weer langs het werk van het slachtoffer.
Vervolgens staat in de middag het voertuig op verschillende locaties in de wijk van het slachtoffer geparkeerd. [49] Van 14:27:49 uur tot 15:29:31 uur gaat het voertuig weer rijden en verlaat de wijk en rijdt het voertuig weer langs het werk van het slachtoffer. [50]
3 april 2025Om 01:16:18 tot 01:40:02 uur staat het voertuig een aantal straten vanaf de woning van het
slachtoffer geparkeerd. Het voertuig verplaatst zich vervolgens en staat dan van 01:44:56 uur tot 02:18:00 uur om de hoek van de straat van het slachtoffer geparkeerd. [51] De explosie is vervolgens omstreeks 02:15 uur en vanaf 02:18:00 uur verplaatst de auto zich. [52]
Een proces-verbaal van bevindingen eerste onderzoek aan de inbeslaggenomen Apple Iphone van verdachte [verdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Tijdens de aanhouding van verdachte [verdachte] was hij in het bezit van een Apple IPhone. Deze werd door de politieambtenaren inbeslaggenomen en voorzien van het goednummer 3507549/3508234. [53]
MSISDN welke in het toestel hebben gezeten:
[telefoonnummer 1]
+ [telefoonnummer 3]
+ [telefoonnummer 10] [54]

Voetnoten

1.De schriftelijke verklaring van de verdachte, pagina 20, pagina 24 en pagina 25.
3.Pagina 7.
4.Pagina 8.
5.Pagina 10.
6.Pagina 14.
7.Pagina 15.
8.Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van forensisch onderzoek, pagina 117.
9.Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van forensisch onderzoek, pagina 118.
10.Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van forensisch onderzoek, pagina 119.
11.Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van forensisch onderzoek, pagina 120.
12.Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van forensisch onderzoek, pagina 122.
13.Een geschrift, te weten een rapport explosievenonderzoek van het NFI, zaaknummer 2025.04.14.100, aanvraag 002, losbladig, p. 3.
14.Een geschrift, te weten een rapport explosievenonderzoek van het NFI, zaaknummer 2025.04.14.100, aanvraag 002, losbladig, p. 6.
15.Pagina 60.
16.Pagina 61.
17.Pagina 63.
18.Pagina 50.
19.Pagina 51.
20.Pagina 52.
21.Pagina 53.
22.Pagina 56.
23.Pagina 57.
24.Pagina 58 .
25.Pagina 69 en 72.
26.Pagina 72.
27.Pagina 74.
28.Pagina 75.
29.Pagina 76.
30.Pagina 77.
31.Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte, pagina 92.
32.Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte, pagina 92-93.
33.Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte, pagina 93.
34.Pagina 203.
35.Pagina 267.
36.Pagina 217.
37.Pagina 217-218.
38.Pagina 218.
39.Een geschrift, te weten een bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen voicemail berichten/bedreigingen aan [aangeefster] vanuit de PI, pagina 219.
40.Een geschrift, te weten een bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen voicemail berichten/bedreigingen aan [aangeefster] vanuit de PI, pagina 221.
41.Een geschrift, te weten een bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen voicemail berichten/bedreigingen aan [aangeefster] vanuit de PI, pagina 260.
42.Pagina 215.
43.Pagina 181.
44.Pagina 183.
45.Pagina 184.
46.Pagina 186.
47.Pagina 187.
48.Pagina 188.
49.Pagina 189.
50.Pagina 191.
51.Pagina 193.
52.Pagina 194.
53.Pagina 261.
54.Pagina 262.