ECLI:NL:RBMNE:2026:4044

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
16/277060-24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 38v Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen stelselmatige kindermishandeling met intensief digitaal contact

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 juli 2026 de verdachte veroordeeld voor medeplegen van stelselmatige mishandeling van de minderjarige kinderen van de medeverdachte gedurende ongeveer acht maanden. De verdachte had een actieve en aansturende rol, voornamelijk via intensief chat- en beeldbelcontact, waarbij zij de medeverdachte instrueerde over de behandeling van de kinderen.

De mishandeling bestond uit fysieke en psychische straffen, waaronder slaan met de vlakke hand en een koekenpan, schoppen, opsluiten, onthouden van eten, drinken en toiletbezoek, en het gebruik van ducttape. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte medepleger was, ondanks haar fysieke afwezigheid bij de uitvoering van de mishandeling.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en begeleiding, en contactverboden. Tevens werd een 38v-maatregel opgelegd met een contactverbod met de medeverdachte. De rechtbank kende schadevergoedingen toe aan de slachtoffers, deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard wegens complexiteit.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van stelselmatige kindermishandeling met oplegging van contactverboden en schadevergoedingen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/277060-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 7 juli 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1983] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 23 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de advocaat van de verdachte: mr. M.P.M. Balemans (hierna: de advocaat);
  • de officieren van justitie: mr. F. Leeman en mr. V. van der Horst;
  • mr. J.R. Mekkes als advocaat van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ..

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij, samengevat:
in de periode van 22 januari 2024 en 19 augustus 2024 in Utrecht, samen met een ander, de kinderen van haar mededader, [slachtoffer 1] , geboren op [2014] en/of [slachtoffer 2] , geboren op [2017] stelselmatig heeft mishandeld.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover van belang voor de beoordeling, besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank de verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Daartoe voert de raadsman aan dat niet is gebleken dat de verdachte strafbare handelingen heeft verricht dan wel daarbij betrokken is geweest. Volgens de verdediging ontbreekt bewijs voor een bewuste en nauwe samenwerking, zodat van medeplegen geen sprake kan zijn. Zelfs indien de rechtbank van oordeel zou zijn dat een dergelijke samenwerking wel kan worden bewezen, stelt de advocaat dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van het voor medeplegen vereiste dubbele opzet.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
Inleiding
Op 19 augustus 2024 krijgt de politie een melding dat er mogelijk sprake zou zijn van huiselijk geweld in de woning aan de [adres] in [woonplaats] . De buren zouden gegil uit de woning horen komen. De politie gaat ter plaatse naar de woning en treft daar medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) en haar twee kinderen [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) aan. [slachtoffer 1] is volledig naakt en [slachtoffer 2] loopt in een nat broekje en T-shirt waar een sterke geur van urine vanaf komt. In de woonkamer ligt een grote plas urine. Over de wangen van de kinderen lopen tranen en hun ogen zijn rood.
Vervolgens zijn de kinderen verhoord en is er onder meer ook onderzoek gedaan naar de telefoon van [medeverdachte] . Hierin zijn belastende gesprekken en foto’s aangetroffen tussen [medeverdachte] en de verdachte [verdachte] (hierna: [verdachte] ).
De advocaat van de verdachte betwist niet zozeer wat er met de kinderen is gebeurd, maar wel dat [verdachte] strafbare handelingen heeft verricht dan wel daarbij betrokken is geweest. Volgens de verdediging ontbreekt bewijs voor een bewuste en nauwe samenwerking, zodat van medeplegen geen sprake kan zijn.
De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.
Medeplegen
De betrokkenheid aan een strafbaar feit kan als medeplegen worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan van dit feit sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Daarbij moet de intellectuele en/of materiële bijdrage van een verdachte aan het delict van voldoende gewicht zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
[verdachte] en [medeverdachte] kennen elkaar van het schoolplein van de kinderen. Tijdens de zitting vertelden zij dat de kinderen het samen goed konden vinden en het tussen hen ook klikte. Zij kregen steeds meer contact. Rond de scheiding van [medeverdachte] intensiveerde dit contact, omdat [medeverdachte] advies vroeg aan [verdachte] over de opvoeding van de kinderen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat op 22 januari 2024 met de hulpverlening van [medeverdachte] is afgesproken dat [verdachte] als contactpersoon voor [medeverdachte] zou fungeren. Daarbij is afgesproken dat [medeverdachte] contact met [verdachte] opneemt als de emoties hoog oplopen en dat [verdachte] [medeverdachte] gaat helpen om afspraken na te komen. Vanaf dat moment was [verdachte] nadrukkelijk betrokken bij het gezin van [medeverdachte] .
Uit de analyse van de chatberichten blijkt dat [medeverdachte] en [verdachte] in de periode van 2 juli tot en met 18 augustus 2024 meer dan twintigduizend berichten met elkaar hebben uitgewisseld. De tijd tussen opeenvolgende berichten bedroeg soms slechts enkele seconden. De inhoud van deze berichten heeft grotendeels betrekking op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , met name het gedrag van de kinderen, de wijze waarop [medeverdachte] daarop reageert of zou moeten reageren. De hoeveelheid chats tonen aan dat er sprake was van zeer intensief contact over de opvoeding en behandeling van de kinderen. [medeverdachte] hield [verdachte] dagelijks, vanaf de vroege ochtend tot de late avond, op de hoogte van het gedrag van de kinderen en haar eigen handelen. Naast het chatten blijkt ook dat de verdachten vaak met elkaar gingen (beeld)bellen en dat [medeverdachte] regelmatig foto’s stuurde van haar kinderen naar [verdachte] .
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, onder meer de chats tussen de verdachten en de verklaring van [medeverdachte] , dat [verdachte] een sturende en bepalende rol had bij de beslissingen die [medeverdachte] ten aanzien van haar kinderen nam. Zo stuurt [verdachte] onder meer: ‘
niks doms lopen doen nu ik niet aan de lijn ben’. [1] Ook zegt [verdachte] ‘
Geef hem niet zulke antwoorden. En zeggen bek houden anders geef ik nergens antwoord meer op tot ik jou antwoord heb. Nog uit leggen ook. Ben je gek. Niks uitleggen.’Vervolgens bedrukt [verdachte] dat [medeverdachte] het weer niet goed doet
‘ja weer die fout’. [2]
Uit de chats blijkt ook dat ze onderling afspraken hebben. In dat kader schrijft [medeverdachte] in een chatbericht aan [verdachte] op 1 augustus ‘
wrm zou k het doen als k juist wil bewijzen dat k me aan de dingen hou die we hebben afgesproken samen’. [3] Dit wordt ook ondersteund door de verklaringen van [medeverdachte] .
Ook blijkt uit de analyse van de enorme hoeveelheid chatberichten dat de instructies van [verdachte] in belangrijke mate richtinggevend waren voor hetgeen zich binnen het gezin afspeelde. [medeverdachte] spreekt [verdachte] in de chats nauwelijks tegen en lijkt haar aanwijzingen en opdrachten zonder weerstand op te volgen. De communicatie laat ook zien dat [verdachte] dominant was in het contact tussen hen. Enkele voorbeelden waaruit dit onder meer volgt, zijn de berichten van [verdachte] op 29 juli 2024 ‘
ja en hij moet nee laat hem nu zitten nu’ en ‘ja maar hoor je ook niet zeggen zitten mongool’.Ook schrijf [verdachte] op 14 juli 2024
‘wakker houden slaan anders’. [4]
Tegelijkertijd merkt de rechtbank op dat uit de berichten niet volgt dat [medeverdachte] geen eigen keuzevrijheid meer had ten aanzien van de wijze waarop zij haar kinderen behandelde. Wel lijkt zij zich gemakkelijk te conformeren aan de suggesties en instructies van [verdachte] .
Gelet op het voorgaande, in onderling samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, anders dan de verdediging heeft betoogd, een actieve en aansturende rol heeft gehad bij alle ten laste gelegde gedragingen en dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten. Het feit dat er geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, in die zin dat de verdachte fysiek in de nabijheid van [medeverdachte] was op het moment dat zij de gedragingen uitvoerde, doet daaraan niet af. De intellectuele en aansturende bijdrage van de verdachte ook via het soms langdurig beeldbellen is naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.
Dubbel opzet
Er is alleen sprake van medeplegen als wordt vastgesteld dat sprake is geweest van ‘dubbel opzet’. De verdachte moet opzet hebben op de nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte] en - al dan niet in voorwaardelijke zin - op de verwezenlijking van het gronddelict, in dit geval de kindermishandeling.
Door te handelen zoals de verdachte heeft gedaan, namelijk door gedurende een langere periode vrijwel dagelijks intensief met [medeverdachte] te communiceren over wat de kinderen wel of niet mochten, en of zij wel of niet gestraft moesten worden, heeft de verdachte opzet gehad op de nauwe en bewuste samenwerking met van [medeverdachte] . Gelet op de inhoud en strekking van chats tussen de verdachten komt de rechtbank tot het oordeel dat [verdachte] ook (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het toebrengen van pijn aan de kinderen van [medeverdachte] , dan wel op het veroorzaken van hevige onlust veroorzakende lichamelijke en/of geestelijke gewaarwording of het benadelen van hun gezondheid. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de advocaat.
Gedragingen
De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in hun verklaringen hebben beschreven hoe de ten laste gelegde handelingen hebben plaatsgevonden en hoe de situatie waarin de gedragingen hebben plaatsgevonden, is ontstaan en verlopen. Deze verklaringen vinden over en weer op essentiële punten steun in elkaar en vinden steun in de verklaring die de medeverdachte heeft afgelegd. De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn ook voldoende gedetailleerd en er worden concrete situaties beschreven die steun vinden in andere bewijsmiddelen, te weten de chatberichten tussen de verdachte en de medeverdachte en getuigenverklaringen. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de kinderen en zal deze dan ook in haar geheel voor het bewijs gebruiken, ook voor zover deze betrekking heeft op de door de verdachte(n) ontkende gedragingen. Bovendien is niet vereist dat ieder onderdeel van de bewezenverklaring afzonderlijk door twee bewijsmiddelen wordt gedragen.
Oordeel
De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] , de kinderen van de medeverdachte, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gedurende een periode van ongeveer 8 maanden stelselmatig heeft mishandeld.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat er sprake was van een geleidelijk escalerend patroon waarbij de beperkingen en straffen die aan de kinderen werden opgelegd steeds strenger en heftiger werden waardoor de fysieke en psychische mishandeling gaandeweg ernstiger werd. Zo werden de kinderen verplicht om voor alle alledaagse handelingen (waaronder naar de wc gaan, douchen of eten en drinken) vooraf toestemming te vragen. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat beide kinderen werden geslagen met de vlakke hand en [slachtoffer 1] eenmaal ook geslagen is met een koekenpan. [slachtoffer 1] werd geschopt en aan zijn armen meegesleept en zijn arm werd ook verdraaid. Daarnaast werden de kinderen gedwongen om geruime tijd naakt of met weinig kleren in huis rond te lopen en hen werd de toegang tot de wc en/of douche onthouden. Zo blijkt bijvoorbeeld uit de chatberichten dat de kinderen ’s nachts niet naar het toilet mogen. Om dit te controleren legt de verdachte elke avond wc-papier in de wc, maakt hier een foto van en stuurt deze naar medeverdachte [verdachte] . De volgende ochtend maakt de verdachte nieuwe foto's en stuurt deze ook weer naar medeverdachte [verdachte] . Daarna vergelijken de verdachten beide foto’s om te controleren of de wc inderdaad niet is gebruikt. Als ze dan op een andere plek hadden geplast of gepoept moesten de kinderen in hun eigen ontlasting en urine zitten en in vervuilde kleding rondlopen. De kinderen moesten hun eigen ontlasting en urine ook opruimen en [slachtoffer 1] werd ook door zijn eigen urine heengetrokken. Uit de bewijsmiddelen volgt ook dat de kinderen gedurende ruime tijd eten en drinken werd onthouden en werden zij opgesloten in hun slaapkamers. Als straf werden de kinderen onder de koude douche gezet en ze werden gekleineerd, dan wel denigrerend of dwingend toegesproken. Ten slotte mocht [slachtoffer 1] een tijd niet naar school en is er ducttape op zijn mond geplakt.
Partiële vrijspraak
Slaan met de vuist van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met de vuist heeft geslagen. Het dossier bevat daarvoor geen aanknopingspunten. Dit betekent dat de rechtbank de verdachte gedeeltelijk vrij zal spreken.
Gedragingen ten aanzien [slachtoffer 2]
De rechtbank zal de verdachte ook vrij spreken ten aanzien van [slachtoffer 2] van het schoppen, aan de handen/armen meeslepen en/of armen (ver)draaien, door haar eigen urine heen trekken, beplakken van de mond met ducttape en/of daarmee te bedreigen en het onthouden van school, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. [slachtoffer 2] zelf verklaart hier niets over en het blijkt ook niet uit enige andere verklaring in het dossier.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
in of omstreeks de periode tussen 22 januari 2024 en 19 augustus 2024 te Utrecht,
althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander,
het kind van haar mededader, [slachtoffer 1] , geboren op [2014] ,
stelselmatig heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer 1]
- met een koekenpan en met vlakke hand te slaan en
- te schoppen en
- aan zijn handen/armen mee te slepen en zijn armen te (ver)draaien en
- ( gedwongen) gedurende geruime tijd naakt en/of met weinig kleding in huis rond
te laten lopen en
- gedurende geruime tijd te verbieden naar de wc te gaan en (vervolgens) in zijn
eigen ontlasting en/of urine (gedurende geruime tijd) op de grond en/of op de trap
te laten zitten en/of hem (gedurende geruime tijd) in zijn door ontlasting en/of
urine vervuilde kleding te laten verblijven en
- zijn eigen ontlasting en/of urine op te laten ruimen en/of door zijn eigen urine
heen te trekken en
- met grijze ducttape zijn mond te beplakken en/of daarmee te bedreigen en
- gedurende geruime tijd van eten, drinken en douchen te onthouden en
- gedurende geruime tijd in zijn slaapkamer op te sluiten en
- als straf onder een koude douche te zetten en
- te kleineren en/of (zijn pijn) te negeren en/of en denigrerend en dwingend toe te
spreken en
- hem te onthouden van schoolgang;
en
het kind van haar mededader, [slachtoffer 2] , geboren op [2017]
stelselmatig
heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer 2]
- met vlakke hand te slaan en
- ( gedwongen) gedurende geruime tijd naakt en/of met weinig kleding in huis rond
te laten lopen en
- gedurende geruime tijd te verbieden naar de wc te gaan en (vervolgens) in haar
eigen ontlasting en/of urine (gedurende geruime tijd) op de grond en/of op de trap
te laten zitten en/of haar (gedurende geruime tijd) in haar door ontlasting en/of
urine vervuilde kleding te laten verblijven en
- haar eigen ontlasting en/of urine op te laten ruimen en
- gedurende geruime tijd van eten, drinken en douchen te onthouden en
- gedurende geruime tijd in haar slaapkamer op te sluiten en
- als straf onder een koude douche te zetten en
- te kleineren en/of (haar pijn) te negeren en/of en denigrerend en dwingend toe te
spreken.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Medeplegen van mishandeling, stelselmatig begaan tegen een minderjarige, meermalen gepleegd.
4.2.
Strafbaarheid feit en de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en maatregel

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het hierna te noemen reclasseringsrapport van 9 juni 2026. Daarbij gaat het, zakelijk weergegeven, om een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelverplichting, ambulante begeleiding en een contactverbod met de slachtoffers en de medeverdachte. De officier van justitie eist dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn).
De officier van justitie eist daarnaast dat aan de verdachte wordt opgelegd een contactverbod met de medeverdachte [medeverdachte] als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van 5 jaar, te vervangen door 2 weken hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet. De officier van justitie eist dat deze maatregel direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank, indien zij tot een bewezenverklaring komt, te volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf. Indien de rechtbank daartoe aanleiding ziet, kan deze worden aangevuld met een voorwaardelijke straf waaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden.
Ter onderbouwing van dit verzoek wijst de advocaat op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze onder meer blijken uit de over haar opgemaakte rapportages. Daarnaast wijst de advocaat op de rol van de verdachte binnen de ten laste gelegde feiten. Een aanzienlijk deel van de in de tenlastelegging omschreven gedragingen heeft volgens de advocaat buiten medeweten en zonder betrokkenheid van de verdachte plaatsgevonden.
Hoewel uit de chatberichten blijkt dat de verdachte zich op momenten heftig heeft uitgelaten, moet dit volgens de advocaat worden gezien in het licht van het voortdurende spervuur aan berichten van [medeverdachte] , waardoor de verdachte haar geduld verloor. De verdachte had niet de bedoeling om de baas te zijn, maar vroeg zich af waarom de medeverdachte haar om hulp vroeg, terwijl zij zich vervolgens niet hield aan verdachtes goedbedoelde adviezen. Volgens de advocaat is de verdachte in een toxische relatie terechtgekomen.
Tot slot merkt de advocaat op dat het contactverbod zal worden nageleefd.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft samen met de medeverdachte gedurende ongeveer 8 maanden stelselmatig de kinderen van de medeverdachte mishandeld.
De mishandeling van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] had zowel een fysieke als een geestelijke component. Er was sprake van een geleidelijk escalerend patroon waarbij de beperkingen en straffen die aan de kinderen werden opgelegd steeds strenger en heftiger werden, waardoor de fysieke en psychische mishandeling gaandeweg ernstiger werd. Hierbij keerden twee volwassenen, waaronder hun moeder van wiens zorg de minderjarige [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] volledig afhankelijk waren, zich tegen twee jonge kinderen. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] waren aan het begin van de bewezenverklaarde periode slechts 6 en 9 jaar oud. Beide kinderen werden geslagen met de vlakke hand, eenmaal werd [slachtoffer 1] ook geslagen met een koekenpan. [slachtoffer 1] werd geschopt en aan zijn armen meegesleept en zijn arm werd ook verdraaid. Zij werden gedwongen om geruime tijd naakt of met weinig kleren in huis rond te lopen en hen werd verboden om naar de wc te gaan waarna zij in hun eigen ontlasting en urine moesten zitten of in vervuilden kleding moesten blijven. De kinderen moesten hun eigen ontlasting en urine opruimen en [slachtoffer 1] werd ook door zijn eigen urine heengetrokken. Ook werd de kinderen gedurende ruime tijd eten en drinken onthouden, mochten zij niet douchen en werden zij opgesloten in hun slaapkamers. Als straf werden de kinderen onder de koude douche gezet en ze werden gekleineerd, dan wel denigrerend of dwingend toegesproken. Ten slotte mocht [slachtoffer 1] een tijd niet naar school en is er ducttape op zijn mond geplakt.
Hoewel de medeverdachte weliswaar de feitelijke handelingen uitvoerde en zij degene was die de kinderen sloeg of niet naar de wc liet gaan, blijkt uit de bewijsmiddelen dat alles in samenspraak ging. Dag in dag uit werd alles aangaande de kinderen door de medeverdachte en [verdachte] besproken, per chat maar ook via FaceTime. De rechtbank acht de rollen van de verdachten bij het plegen van deze schokkende feiten daarom gelijkwaardig en net zo kwalijk.
De verdachten hebben gedurende lange tijd de lichamelijke en de psychische integriteit van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ernstig geschonden. De gebeurtenissen vonden thuis plaats, terwijl de kinderen zich juist daar, in het bijzijn van hun moeder, veilig en geboren hadden moeten voelen. In plaats van aandacht, verzorging en bescherming waar zij als jonge kinderen recht op hadden, zijn zij geconfronteerd met een voortdurend escalerend patroon van controle, angst en geweld. De rechtbank rekent dit de verdachte ernstig aan.
De gevolgen van kindermishandeling kunnen langdurig en ernstig zijn. Uit de slachtofferverklaring van de tante (pleegouder) en vader van de kinderen, blijkt dat de angst die de kinderen hebben ontwikkeld als gevolg van de mishandelingen nog ieder dag aanwezig is en invloed heeft op hun gedrag, hun zelfbeeld en hun gevoel van veiligheid. [slachtoffer 1] is voortdurend bang om iets verkeerd te doen, legt de lat voor zichzelf onmenselijk hoog en heeft weinig zelfvertrouwen. Hij heeft geleerd dat liefde, aandacht en zorg afhankelijk zijn van goed gedrag, terwijl een kind zou moeten weten dat hij ook wanneer hij fouten maakt nog steeds veilig is en geaccepteerd wordt. Ook bij [slachtoffer 2] is zichtbaar hoe diep de angst geworteld zit. Wanneer zij gespannen raakt, verstijft zij letterlijk. De kinderen vragen hun tante (pleegouder) nog vaak of ze naar de wc mogen en of ze het eten, dat zij voor hen maakte, mogen opeten. Nu het vertrouwen van de kinderen in een van de belangrijkste volwassenen in hun leven (hun moeder) beschadigd is geraakt, heeft dat invloed op hoe zij naar andere mensen kijken. Zij verwachten vaak eerder iets negatiefs dan iets positiefs van anderen. Hun eerste reactie is vaak gebaseerd op zelfbescherming in plaats van vertrouwen. Naast de emotionele gevolgen, hebben de kinderen ook ieder dag veel zorg, begeleiding en structuur nodig. Uit de stukken is bovendien gebleken dat de kinderen door de mishandelingen ernstige psychische schade hebben opgelopen en bij hen beide is PTSS vastgesteld. De kinderen volgen hiervoor wekelijks traumabehandeling en hoe dit zich verder zal ontwikkelen moet nog blijken.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte van 18 mei 2026, waaruit volgt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Het strafblad van verdachte weegt dus niet in strafverminderende of strafverzwarende zin mee.
Daarnaast heeft de rechtbank gelet op het Pro-Justitia-rapport met daarin het onderzoek van 5 februari 2025, opgesteld door klinisch psycholoog M.G.H. van Willigenburg. Uit het rapport blijkt het volgende. De rapporteur stelt vast dat bij de verdachte sprake is van een gecombineerd beeld van een licht verstandelijke beperking en een traumagerelateerde stoornis. Haar vermogen om gesproken en geschreven taal te begrijpen en zich daarin uit te drukken is verminderd. Inlevingsvermogen is zwak, gedrag van anderen kan ze niet goed inschatten door zwakke empathische vaardigheden. Relativeringsvermogen ontbreekt en ze raakt erg makkelijk overbelast als er dingen gebeuren die buiten haar normale structuur vallen. Bij oplopende stress is ze vermijdend, meer wantrouwend, meer prikkelbaar en mogelijk meer bot. Het vermogen tot signaleren van problemen bij haarzelf is zwak, haar zorgen delen en hulp vragen doet ze niet adequaat. Abstract redeneervermogen is zwak. Ze heeft geen goed overzicht van de gevolgen die haar eigen gedrag op anderen kan hebben en neigt tot concreet denken, zoals zaken letterlijk nemen. Gezien de onafgebroken aanwezigheid van de verstandelijke beperking en de psychische problematiek, acht rapporteur het onwaarschijnlijk dat de verdachte haar gedragingen in vrijheid heeft kunnen afwegen en wordt geadviseerd haar de ten laste gelegde feiten bij bewezenverklaring in verminderde mate toe te rekenen.
De rechtbank neemt de conclusies van deze deskundige ten aanzien van de toerekenvatbaarheid over en maakt die tot de hare. De rechtbank concludeert dat het bewezen verklaarde feit in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend.
De rapporteur adviseert outreachende lvb-gespecialiseerde hulpverlening in de thuissituatie, die bijdraagt aan structuur, stabiliteit, rust, regelmaat en ondersteuning kan geven op de verschillende levensgebieden. De hulpverlening rondom de verdachte kan het beste gecoördineerd worden door een regiebehandelaar (bij voorkeur een psychotherapeut of klinisch psycholoog) die kennis heeft van lvb-problematiek en traumaproblematiek en ook enige forensische expertise heeft. Verder acht de rapporteur van belang de opvoedkundige vaardigheden van de verdachte te monitoren. Gezien haar functieniveau zou opschalen naar woonbegeleiding en/of op termijn beschermd/begeleid wonen een geschikte route kunnen zijn. Het interventieadvies kan worden uitgevoerd door de polikliniek [naam] , onderdeel van [instelling] , waar de verdachte nu ook in behandeling is. De beschreven behandeling kan worden voortgezet (en geïntensiveerd) in het kader van een bijzondere voorwaarde met een verplicht toezicht door de reclassering, bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel.
Verder heeft de rechtbank gelet op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 9 juni 2026, opgesteld door reclasseringswerker [A] . De reclassering heeft, doordat de verdachte zich de vermeende feiten niet kan herinneren, beperkt relatie kunnen leggen tussen het ten laste gelegde en de leefgebieden. De reclassering ziet een directe relatie tussen de vermeende feiten en het sociale netwerk van de verdachte. Volgens de reclassering zou de verdachte baat hebben bij een outreachende LVB-gespecialiseerde hulpverlening in de thuissituatie die bijdraagt aan rust, structuur, stabiliteit, regelmaat en ondersteuning op verschillende leefgebieden. Daarnaast wordt behandeling door of met een regiebehandelaar noodzakelijk geacht. De eerder ingezette zorg in de vorm van het Buurtteam en Spoor 030 hebben niet bijgedragen aan het voorkomen of stoppen van de vermeende feiten.
De reclassering adviseert bij een veroordeling om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:
  • Meldplicht;
  • Ambulante behandeling;
  • Contactverbod de slachtoffers en de medeverdachte in de zaak;
  • Ambulante begeleiding.
Strafkader
Vanwege de ernst van het feit en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers die de verdachte heeft gemaakt, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige manier om de strafwaardigheid van haar gedrag tot uitdrukking te brengen, zowel richting de verdachte, haar slachtoffers als de maatschappij.
Naast vergelding is een belangrijk doel van het opleggen van straf ook het voorkomen dat een verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan het plegen van dit soort feiten. Gelet daarop legt de rechtbank de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden, waaronder passende hulpverlening, waar de verdachte naar verwachting veel baat bij zou hebben.
Conclusie
Alles afwegende vindt de rechtbank het passend en geboden om de verdachte voor het
bewezenverklaarde feit een gevangenisstraf op te leggen van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk. De proeftijd bij de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt vastgesteld op drie jaren, met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich meldt bij de reclassering, meewerkt aan ambulante behandeling, meewerkt aan ambulante begeleiding en zich houdt aan een contactverbod met de slachtoffers in deze zaak.
Dadelijk uitvoerbaar
De rechtbank is van oordeel dat er, zonder een beschermend kader, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank zal daarom de bijzondere voorwaarden en het daarop uit te voeren toezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren.
38v-maatregel
De rechtbank zal ook een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen ter voorkoming van strafbare feiten door de verdachte. Deze maatregel bestaat uit een contactverbod, inhoudende dat de verdachte gedurende vijf jaren op geen enkele wijze contact mag opnemen of hebben met de medeverdachte [medeverdachte] . Voor iedere keer dat de verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van maximaal 14 dagen, met een maximum van 6 maanden.
De rechtbank oordeelt het noodzakelijk dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. Uit het reclasseringsadvies volgt dat het contact met de medeverdachte delictgerelateerd is en een risicofactor is voor de kans op recidive. Gelet hierop is de rechtbank is van oordeel dat ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen wanneer zij weer in contact zal komen met de medeverdachte. Daarom zal zij bevelen dat het contactverbod dadelijk uitvoerbaar is.

6.Vordering benadeelde partij

6.1.
Vordering van de benadeelde partijen
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
Namens [slachtoffer 1] heeft zijn vader [benadeelde] zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 29.815,72 voor de gevolgen van de beschuldiging, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 17.315,72 voor vergoeding van materiële schade en € 12.500,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
Reeds gemaakte kosten bijles: € 1.764,16;
Toekomstige kosten bijles: € 5.400,-;
Reiskosten en parkeerkosten traumabehandeling: € 1.059,30;
Verplaatste schade verzorging, begeleiding en ondersteuning door tante: € 9.092,26.
De immateriële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
Basisbedrag middelzware PTSS: € 10.000,-;
Opslag minderjarigheid 25%: € 2.500,-.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
Namens [slachtoffer 2] heeft haar vader [benadeelde] zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 22.882,34 voor de gevolgen van de beschuldiging, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 10.382,34 voor vergoeding van materiële schade en € 12.500 voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
Reiskosten en parkeerkosten traumabehandeling: € 1.290,08;
Verplaatste schade verzorging, begeleiding en ondersteuning door tante: € 9.092,26.
De immateriële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
Basisbedrag middelzware PTSS: € 10.000,-;
Opslag minderjarigheid 25%: € 2.500,-.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vorderingen van beide benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente daarover. Daarnaast vordert zij hoofdelijkheid en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert geen verweer tegen de gevorderde reiskosten en parkeerkosten voor de traumabehandeling.
Ten aanzien van de gevorderde bijleskosten stelt de advocaat zich primair op het standpunt dat deze kosten moeten worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat deze noodzakelijk waren. Subsidiair verzoekt de advocaat de benadeelde partijen ten aanzien van deze post niet-ontvankelijk te verklaren.
Met betrekking tot de post ‘verplaatste schade verzorging, begeleiding en ondersteuning door tante’ stelt de advocaat zich primair op het standpunt dat deze moet worden afgewezen, omdat deze niet voor vergoeding in aanmerking komen. Subsidiair verzoekt de advocaat de benadeelde partij ook op dit punt niet-ontvankelijk te verklaren, nu de behandeling van deze post een onevenredige belasting is van het strafproces en de kosten worden betwist.
Ten aanzien van de immateriële schade stelt de advocaat zich op het standpunt dat, indien en voor zover tot toewijzing wordt overgegaan, maximaal een bedrag van € 3.000,- aan de verdachte kan worden toegerekend gelet op haar ondergeschikte rol. Dit bedrag kan eventueel in mindering worden gebracht op het aan de medeverdachte toe te rekenen bedrag.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
Materiële schade
a.
Reiskosten en parkeerkosten traumabehandeling.
Het gedeelte van de vordering dat ziet op de reiskosten en parkeerkosten traumabehandeling is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst dit deel van de vordering (€ 1.059,30) daarom toe.
Reeds gemaakte kosten bijles;
Toekomstige kosten bijles;
Verplaatste schade verzorging, begeleiding en ondersteuning door tante.
De rechtbank kan het overige deel van de vordering van de benadeelde partij dat ziet op de materiële schade, te weten de kosten van de bijles en de verplaatste schade niet beoordelen in deze strafzaak. Het gaat om een complexe vordering, die een uitgebreide (schriftelijke) behandeling vereist. Daarvoor is in de strafprocedure geen plaats, omdat dit leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel (€ 1.764,16 + € 5.400 + € 9.092,26 = €16.256,42) van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld.
De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat hij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Zo is bij de benadeelde partij een posttraumatische stressstoornis (PTSS) vastgesteld met een indicatie voor traumabehandeling.
Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding.
De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daarbij kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging.
De Rotterdamse Schaal bevat een richtlijn voor geestelijk letsel ‘Posttraumatische stressstoornis’. De rechtbank neemt de binnen deze categorie genoemde bandbreedte van € 5.500,- tot € 16.000,- als uitgangspunt, nu ook in het onderhavige geval sprake is PTTS waarvoor traumabehandeling noodzakelijk is en ook op dit moment nog klachten aanwezig zijn.
Gelet op deze omstandigheden, alsmede op de bedragen die in vergelijkbare zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde vergoeding van € 12.500,- billijk is. De rechtbank zal dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom volledig toewijzen.
Wettelijke rente
De vergoeding van de materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2026, omdat vast is komen te staan dat de materiële schade (in ieder geval) vanaf die datum is ontstaan, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De vergoeding van de immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2024 tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald, zoals gevorderd.
Veroordeling in de kosten van de benadeelde partij
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding grotendeels wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 13.559,30 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 92 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk), ongeacht hun rol. Voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
BEM-clausule
Omdat de benadeelde partij minderjarig is, bepaalt de rechtbank dat de immateriële schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM-clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen). Een BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen, tot de minderjarige achttien jaar is, alleen met toestemming van de kantonrechter over het geld op de rekening beschikken.
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
Materiële schade
a.
Reiskosten en parkeerkosten traumabehandeling.
Het gedeelte van de vordering dat ziet op de reiskosten en parkeerkosten traumabehandeling is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst dit deel van de vordering (€ 1.290,08) daarom toe.
Verplaatste schade verzorging, begeleiding en ondersteuning door tante.
De rechtbank kan het overige deel van de vordering van de benadeelde partij dat ziet op de materiële schade, te weten de verplaatste schade, niet beoordelen in deze strafzaak. Het gaat om een complexe vordering, die een uitgebreide (schriftelijke) behandeling vereist. Daarvoor is in de strafprocedure geen plaats, omdat dit leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel (€ 9.092,26) van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld.
De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat hij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Zo is bij de benadeelde partij een posttraumatische stressstoornis (PTSS) vastgesteld met een indicatie voor traumabehandeling.
Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding.
De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daarbij kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging.
De Rotterdamse Schaal bevat een richtlijn voor geestelijk letsel ‘Posttraumatische stressstoornis’. De rechtbank neemt de binnen deze categorie genoemde bandbreedte van € 5.500,- tot € 16.000,- als uitgangspunt, nu ook in het onderhavige geval sprake is PTTS waarvoor traumabehandeling noodzakelijk is en ook op dit moment nog klachten aanwezig zijn.
Gelet op deze omstandigheden, alsmede op de bedragen die in vergelijkbare zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde vergoeding van € 12.500,- billijk is. De rechtbank zal dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom volledig toewijzen.
Wettelijke rente
De vergoeding van de materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2026 omdat vast is komen te staan dat de materiële schade (in ieder geval) vanaf die datum is ontstaan, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De vergoeding van de immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2024 tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald. Het is gebruikelijk om voor schade die is ontstaan over een langere periode de wettelijke rente in te laten gaan halverwege de periode en dat is in dit geval 6 mei 2024.
Veroordeling in de kosten van de benadeelde partij
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding grotendeels wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 13.790,08 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 93 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
BEM-clausule
Omdat de benadeelde partij minderjarig is, bepaalt de rechtbank dat de immateriële schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM-clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen). Een BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen, tot de minderjarige achttien jaar is, alleen met toestemming van de kantonrechter over het geld op de rekening beschikken.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 47, 57, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
  • veroordeelt de verdachte tot
  • bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • bepaalt dat van de gevangenisstraf
- stelt daarbij een
proeftijd van drie (3) jarenvast;
- stelt als
algemene voorwaardendat de verdachte:
 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- stelt als
bijzondere voorwaardendat de verdachte:

Meldplicht Reclassering
De verdachte meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met betrokkene opnemen voor de eerste afspraak;

Ambulante behandeling
De verdachte laat zich gedurende de proeftijd behandelen door [instelling] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo snel als mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op opmaak delict-analyse, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, en
andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

Contactverbod
De verdachte zoekt of heeft gedurende de proeftijd op geen enkele wijze, direct of indirect, contact met de slachtoffers [slachtoffer 1] , geboren op [2014] en [slachtoffer 2] , geboren op [2017] , zolang het Openbaar Ministerie dat nodig acht;

Ambulante begeleiding
De verdachte laat zich gedurende de proeftijd begeleiden door het Forensisch Fact team of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering ambulante begeleiding nodig vindt. De begeleiding start zo snel als mogelijk. Huisbezoeken zijn onderdeel van de begeleiding;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering
dadelijk uitvoerbaarzijn;
38v-maatregel
  • legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van vijf jaar;
  • beveelt dat verdachte zich onthoudt van contact met [medeverdachte] , geboren op [1989] ;
  • beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel
  • beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1]
  • wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 13.559,30, bestaande uit € 1.059,30 materiële schade en € 12.500,- immateriële schade (smartengeld);
  • veroordeelt de verdachte
 over een bedrag van € 1.059,30 met ingang van tot 18 juni 2026 de dag van volledige betaling;
 over een bedrag van € 12.500,- met ingang van 6 mei 2024 tot de dag van volledige betaling;
indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
  • verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt aan de verdachte de
 over een bedrag van € 1.059,30 met ingang van 18 juni 2026 tot de dag van volledige betaling;
 over een bedrag van € 12.500,- met ingang van 6 mei 2024 tot de dag van volledige betaling;
- als de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld bij niet betaling aan te vullen met 92 dagen gijzeling;
  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of de mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
  • bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen immateriële schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2]
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 13.790,08, bestaande uit € 1.290,08 materiële schade en € 12.500,- immateriële schade (smartengeld);
- veroordeelt de verdachte
hoofdelijktot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
 over een bedrag van € 1.290,08 met ingang van 18 juni 2026 tot de dag van volledige betaling;
 over een bedrag van € 12.500,- met ingang van 6 mei 2024 tot de dag van volledige betaling;
indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
  • verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt aan de verdachte de
 over een bedrag van € 1.290,08 met ingang van 18 juni 2026 tot de dag van volledige betaling;
 over een bedrag van € 12.500,- met ingang van 6 mei 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • als de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 93 dagen gijzeling;
  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of de mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
  • bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen immateriële schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.M. Druijf, voorzitter, mr. S.E. van den Brink en mr. M.J. Westerink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. van Veenschoten als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij in of omstreeks de periode tussen 22 januari 2024 en 19 augustus 2024 te Utrecht,
althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,
de kinderen van haar mededader, [slachtoffer 1] , geboren op [2014] en/of
[slachtoffer 2] , geboren op [2017]
stelselmatig
heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
- met een koekenpan en/of met vlakke hand en/of vuisten te slaan (zie o.a. p. 228,
239, 965) en/of
- te schoppen (zie o.a. p. 240) en/of
- aan hun handen/armen mee te slepen en/of hun armen te (ver)draaien (zie o.a. p.
239) en/of
- (gedwongen) gedurende geruime tijd naakt en/of met weinig kleding in huis rond
te laten lopen (zie o.a. p. 229, 498, toonmap p.1-19) en/of
- gedurende geruime tijd te verbieden naar de wc te gaan en/of (vervolgens) in hun
eigen ontlasting en/of urine (gedurende geruime tijd) op de grond en/of op de trap
te laten zitten en/of hen (gedurende geruime tijd) in hun door ontlasting en/of
urine vervuilde kleding te laten verblijven (zie o.a. p. 229, 494) en/of
- hun eigen ontlasting en/of urine op te laten ruimen en/of door hun eigen urine
heen te trekken (zie o.a. p. 496, 514, toonmap p. 1-3, 15-16) en/of
- met grijze ducttape hun mond te beplakken en/of daarmee te bedreigen (zie o.a.
p. 47, 142, 922) en/of
- gedurende geruime tijd van eten, drinken en douchen te onthouden (zie o.a. p.
500, 507) en/of
- gedurende geruime tijd in hun slaapkamer op te sluiten (zie o.a. p. 501, 982) en/of
- als straf onder een koude douche te zetten (zie o.a. p. 239, 509) en/of
- te kleineren en/of (hun pijn) te negeren en/of en denigrerend en dwingend toe te
spreken (zie o.a. p. 228, 500) en/of
- hun te onthouden van schoolgang (zie o.a. p. 44, 172);
Bijlage II: Bewijsmiddelen [5]
De verklaring van de verdachte op de zitting van 23 juni 2026:
Het klopt dat er intensief contact tussen ons beide (
de rechtbank begrijpt: de verdachte en [medeverdachte]) is geweest. Er was veel chatverkeer. Zij vroeg veel over de kinderen en over de opvoeding. Wij hebben via face time gebeld. Ik heb wel gescholden omdat ik boos was. Ze deed dingen anders dan we hadden besproken.
Een proces-verbaal samenvatting van verhoor verdachte [medeverdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Toen hebben [verdachte] (
de rechtbank begrijpt: de verdachte) en ik samen regels bedacht van hoe ik met de kinderen
om moest gaan, want ik wist het zelf niet meer. Het begon minder extreem, maar de laatste paar weken (voor de aanhouding) was het wel op het hoogtepunt. Eerst kon er meer qua eten, plassen. Maar de laatste paar weken was het extreem geworden. Dus bijvoorbeeld zoals maandag (
de rechtbank begrijpt: maandag 19 augustus 2024), dat ze een tijdje in de plas zitten.
De regels waren bijvoorbeeld:
- De kinderen moesten op de grond zitten;
- Ze mochten alleen twee boterhammen s ochtends, 2 s middags en avondeten. Alleen wat nodig was. Als straf kregen ze geen tussendoortjes;
- Ze mochten alleen plassen en poepen als het gesprek klaar was (bijvoorbeeld, gesprek over school, over familie of over het misbruik) [6] ;
- Ze moesten alles vragen (of ze mochten plassen, poepen, eten, drinken, schoonmaken van plas en poep);
- De kinderen moesten dit aan mij vragen, en ik moest het dan vervolgens aan [verdachte] vragen en [verdachte] gaf dan toestemming (ja of nee of even wachten);
- Ik moest alles overleggen met [verdachte] en overal toestemming voor vragen. [7]
Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Als jullie dan gingen beeldbellen, want dat gebeurde wel eens, hoe ging dat dan? Want soms typte je ook wat tegelijkertijd.
A: Ja, dan hoorde ze het niet.
V: Wie?
A: [verdachte] . Ja. Dus dan moest ik het ook typen, zeg maar.
V: En wat hoorde ze dan niet?
A: Wat de kinderen zeiden. [8]
V: En zij jou dan opdrachten gaf, wat je moest doen. En wat voor opdrachten hebben we het dan over?
A: Hoe ik mijn kinderen aan moest pakken.
V: En wat voor, hoe moest je dat doen?
A: Slaan. Ze heb ook weleens gezegd, geef ze een tik.
V: Geef ze een tik. En deed je dat dan ook?
A: Ja.
A: Ik moest ook overleggen, als de kinderen iets vroegen, moest ik het naar haar typen.
A: En dan bepaalde zij of het mocht ja of nee.
V: En waar hebben we het dan over?
A: Ze vroegen altijd of ze mochten plassen, eten en drinken.
V: En wat was [verdachte] 's rol dan?
A: Toestemming geven daarvoor. [9]
V: Jullie hebben dan beeldbellen en typen tegelijk. Hoelang was dat op een dag?
A: Van ochtends vroeg tot avonds laat. [10]
V: Waarom mocht hij niet naar de wc ‘s nachts?
A: Omdat hij straf had. Volgens haar.
V: Er waren nachten dat hij niet naar de wc mocht. En was dat voor [slachtoffer 1] of ook voor [slachtoffer 2] ?
A: Allebei.
V: En hoe vaak gebeurde het dat ze ‘s nachts niet mochten plassen?
A: De laatste tijd heel vaak. [11]
V: De kinderen mochten s ‘nachts niet plassen, omdat ze dan straf hadden. En wij hebben ook gevraagd, ja, maar wat als de kinderen dan moesten plassen of poepen? Wat dan?
A: Dan deden ze het gewoon in bed.
V: En wat gebeurde er dan?
A: En moesten we het de volgende ochtend opruimen van haar. [12]
V: Schold jij je kinderen uit?
A: Niet in hun gezicht. Niet altijd.​​​​​​​
V: En niet altijd zeg je?
A: Nee, ik werd wel eens opgedragen om dingen te zeggen. [13]
V: Waar moest ze zich uitkleden en naakt zitten?
A: Oh, eh op de grond, thuis.
V: En waarom moesten ze dat?
A: Omdat ze straf hadden. [14]
V: En hoe zat dat met wassen en douchen? Hoe vaak deden de kinderen dat bij jou?
V: Nee, maar wat is dat ongeveer?
A: Nou, bijna niet.
A: De laatste tijd niet vaak. Ik denk misschien één keer in de week. Als ze geluk hadden. Als het mocht. [15]
V: Want heb jij [slachtoffer 1] wel eens opgesloten in huis?
A: Ja. [16]
O: De leerkracht heeft gezien dat [slachtoffer 1] eten uit de tassen pakte.
A: Ja.
V: Van andere kinderen. Nou, dat weet je, ja. Er waren zelfs kinderen die hadden gezegd dat ze een extra boterham hadden voor als [slachtoffer 1] honger had.
V: En toen dat aan het licht kwam, werd [slachtoffer 1] van de 33 dagen, 18 dagen, thuisgehouden. Dat was van maart tot begin mei. En jij zou gezegd hebben tegen de directeur dat [slachtoffer 1] steeds voedselvergiftiging had, omdat hij uit andere tassen at. Daarom zou hij niet op school zijn. Wat kan je daarop zeggen?
A: Ook. Maar dat was ook haar idee.
V: Wat was haar idee?
A: Om hem te straffen, zodat... Wacht even. Om hem thuis te houden en om hem zo te straffen. [17]
Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 19 augustus 2024 hoorde ik dat de centralist van het Operationeel Centrum vroeg of wij wilden gaan te [adres] in [woonplaats] . Op dit adres zou mogelijk sprake zijn van huiselijk geweld.
Ik zag een dame in de deuropening staan, welke uit onze politiesystemen bleek te zijn: [medeverdachte] .
Ik zag dat de jongen volledig naakt was. Ik zag dat de jongen met zijn rug tegen de muur aanzat, met zijn hoofd tussen zijn knieën in. Ik zag dat het meisje op de eerste trede van de trap zat. Ik zag dat het meisje met opgetrokken knieën zat en met haar hoofd tussen haar knieën. Ik zag dat de tranen over de wangen van de kinderen liepen en dat hun oogjes rood waren.
Uit onze politiesystemen bleken de kinderen te zijn:
[slachtoffer 1]
Geboren [2014] te [geboorteplaats]
[slachtoffer 2]
Geboren op [2017] . [18]
Toen ik de woonkamer inliep zag ik aan de rechterzijde een grote plas urine liggen. Toen de kinderen voor mij uitliepen zag ik dat het meisje een nat broekje en T-shirt had. Toen ik plaats nam naast haar op de bank, rook ik dat er een sterke geur urine van deze kleding afkwam.
Ik zag dat er op de salontafel een rol grijze ducttape lag. Toen ik aan [slachtoffer 1] vroeg waarom de tape daar lag, hoorde ik hem zeggen dat als ze straf hebben, dat mama dan hun monden met tape afplakt. Ik hoorde [slachtoffer 1] zeggen: "Kijk daar hangt nog een stuk losse tape, die mama vanochtend bij mij gebruikt heeft". Ik zag dat er een losse strip tape aan de salontafel hing. [19]
Een proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergeven:A: Omdat mijn moeder zei tegen mij dat ik mijn mond moest houden en dat deed ik niet. Toen pakte mijn moeder plakband om mijn mond dicht te doen. Daarna ging mijn moeder zo draaien en slaan en mij meeslepen.
A: En als we thuis zijn mogen we niet eten van onze moeder niet water drinken, niet
plassen. Toen ik zondag thuis kwam moest ik in mijn nakie zitten van mijn moeder Omdat ik had geplast op de grond omdat ik niet mocht plassen. [20]
V: En als we het nu hebben over dat arm draaien en dat slaan he. Is dat ene keer gebeurd of vaker?
A: Vaker.
A: Ze deed vroeger dat ze boos was. Of we een grote mond had of niet luisteren deed ze wel eens koekenpan of douche, koude douche.
V: En wat deed ze dan?
A: Op mijn hoofd slaan.
A: En de koude douche daar moest ik dan 20 seconden onder.
V: En je zei aan het begin dat was vroeger.
A: Ja. [21] V: En wat is vroeger dan?
A: Best wel een jaar geleden.
V: En hoe oud was je dan toen dat gebeurde?
A: 9.
V: Dus dat was vorig jaar toen dat gebeurde met de koekenpan. En is dat een keer gebeurd met de koekenpan of vaker?
A: Een keer. Maar de douche wel heel vaak.
V: En je zei helemaal aan het begin dat ze plakband pakte. Wat deed ze dan met het plakband?
A: Zo helemaal over mijn mond heen plakken. Zo tapen.
A: Ze pakte het vast klaar. Ze deed vast 3 van die stukjes tape die pakte ze dan op tafel voor als ik zou gaan praten.
V: Is het weleens gebeurd dat ze het wel op je heeft geplakt?
A: Ja.
V: En is dat een keer gebeurd of vaker?
A: Vaker.
V: En vertel me eens alles over dat slaan. Hoe ging dat?
A: Dat doet ze dan op mijn hoofd. Of dat doet ze dan hier. Maar ze doet ook soms weleens schoppen.
V: Schoppen?
A: Ja. Hierop of hierop of op mijn rug.
V: En wat voel je dan?
A: Pijn alleen.
V: En hoe ze dat slaat dan?
A: Zo.
V: Met haar hand.
A: Ja. [22] V: En als ze je schopt. Waar doet ze dat dan mee?
A: Met d'r voet.
V: Vertel me eens alles over het arm draaien.
A: Dan doet ze zo en mijn arm dan zo en dan zo.
V: Wat voel je dan?
A: Dan doet het heel erg pijn.
V: En toen vertelde je ook nog over het meeslepen? Wat bedoel je daarmee, meeslepen?
A: Dat ze me dan vastpakt en meeneemt.
V: En meeslepen he, wat heet ze dan vast bij jou?
A: Mijn hand.
V: Je hand. En waar sleept ze je dan heen?
A: Euh of naar de keuken of naar de badkamer.
V: En je vertelde ik moest huilen. Hoe reageert je moeder dan als je moet huilen?
A: Dan zegt ze dat we onze bek moeten houden.
V: En dan vertelde je ook nog dat als je thuis bent dat je dan geen eten krijgt of geen water
mag drinken. Vertel me daar dan eens alles over?
A: En niet plassen.
V: Vertel daar eens over?
A: En dan vragen we het aan onze moeder en dan mag het niet en dan doen we het gewoon plassen op de grond.
V: En is dat een keer gebeurd of vaker.
A: Heel vaak. Bijna elke dag. [23] V: Bijna elke dag. En wat gebeurt er dan elke dag?
A: Op de grond plassen. En soms ook bijna elke dag niet eten krijgen. Of geen water drinken. Water drinken en plassen mag niet elke dag. Maar eten mag wel soms. Niet elke dag.
A: We moeten eigenlijk om alles vragen. Ook of we naar beneden mogen. Dat duurt ook soms best wel lang voordat ze de deur opendoet.
V: En vertel eens over welke deur heb je het dan?
A: Mijn slaapkamerdeur. [24]
V: En die week daarvoor, dus dat is twee weken terug was je dan de hele week bij je moeder?
A: Ja, dan kregen we geen eten.
V: En kreeg je dan de hele week geen eten of een paar dagen niet of anders?
A: Hele week geen eten.
V: En drinken?
A: Ook niet.
V: Geen water ook niet?
A: Nee.
V: En als je dan moet plassen of moet poepen hoe doe je dat dan?
A: Mogen we ook niet.
V: En hoe gaat dat dan, want het mag niet maar op een gegeven moment moet je toch?
A: Dan doen we het op de grond.
V: En wat gebeurt er dan als je het op de grond doet?
A: Dan moeten we het schoonmaken.
V: En hoe doe je dat schoonmaken dan?
A; Met een emmer en een soort van schoonmaakmiddel. En dan heet water erin met en doekje.
V: En hoe zit dat bij je zusje dan?
A: Ook.
V: Kun je daar iets over vertellen? Want als je zusje dan heeft geplast, wat gebeurt er dan daarna?
A: Dan moet ze het ook schoonmaken.
V: En hoe zit het dan met poep?
A: Poepen doet ze dan ook soms op de grond. [25]
V: Want je vertelde ook over dat je in je nakie moest zitten omdat je had geplast.
A: In mijn kleren eerst en daarna moest ik mij uitkleden en daarna moest ik zo naar bed.
V: Moest je zo naar bed, in je nakie?
A: Ja.
V: Ja. En moet je zus ook weleens in haar nakie als zij heeft geplast?
A: Eén (1) keer. [26]
V: En hoelang is dit al zo?
A: Sinds mijn vader, uh, gescheiden is. Is in 2023. Dat is eigenlijk al een jaar. [27]
Een proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergeven:V: Vertel mij eens [slachtoffer 2] wat er precies allemaal gebeurd is toen mama
(de rechtbank begrijpt: de medeverdachte)jullie ging slaan?
A: Uh mama heb mij geslagen, en we plasten op de grond omdat we niet naar de wc mogen, en als we vragen mama mogen we naar de wc of plassen of water drinken, dan mogen we niks en moeten we alleen maar door blijven vragen, en dan onze moeder ik heb jullie nu toch genoeg gewaarschuwd, en daarna zegt onze moeder uh dat we, alleen maar dat uh soort van onze mond moeten houden en dat we niks mogen zeggen en daarom plassen we op de grond.
V: En verder?
A: En als we vragen mama mogen we aankleden, dan mogen we ook niet aankleden of iets. [28] V: En nou vertelde jij mij van mama dat ze je heeft geslagen.
A: Ja.
V: Is dat een keer gebeurd of is dat vaker gebeurd?
A: Wel vaker.
V: En waar is dat dan gebeurd?
A: Bij ons thuis.
V: Je hebt ook verteld dat jullie op de grond geplast hebben omdat jullie niet naar de wc mochten he?
A: Ja
V: Is dat een keer gebeurd of is dat ook vaker gebeurd?
A: Ook vaker. [29]
V: Jij vertelde mij dat mama jou vaker heeft geslagen bij mama thuis he?
A: Ja.
V: En als mama dat doet, hoe doet ze dat dan?
A: Zo.
V: Op je hoofd.
A: Ja zo.
V: Is dat altijd hetzelfde of gaat dat ook wel eens anders?
A: Altijd hetzelfde.
V: Altijd hetzelfde ok, en wat vind jij daarvan als mama dat doet?
A: Niet leuk.
V: Nee, waarom vind je dat niet leuk?
A: Omdat ik dan gaat huilen en dan zegt mama kan je je kop dicht houden.
A: Over die andere dingen zegt mama dan, je mag geen water drinken, of broodje eten want ik heb niet. [30]
V: [slachtoffer 1] was in z’n blootje en toen had de politie gevraagd aan [slachtoffer 1] waarom hij in z'n blootje was.
A: Ja.
V: En wat zei [slachtoffer 1] toen?
A: Omdat hij niet mocht aankleden.
V: Dat zei [slachtoffer 1] .
A: Ja.
V: En van wie mocht hij dan niet aankleden?
A: Van m'n moeder niet.
V: En hoe was het met jouw kleding dan?
A: Die was ook nat.
V: En hoe kwam dat?
A: Omdat ik niet naar de wc mocht.
V: Jij mocht ook niet naar de wc, en waarom mocht dat dan niet van mama?
A: Omdat we heel veel vragen en dat dat dan niet mag.
V: En wat hadden jullie dan aan mama gevraagd?
A: Mama mag ik plassen want ik kan het echt niet meer ophouden.
V: En wat zei mama toen?
A: Niks. Moet je elke dag door blijven vragen maar toen hadden we op een gegeven moment geplast.
V: En dat slaan van mama was dat daarvoor of daarna gebeurd? Dat jullie op de grond hadden geplast?
A: Daarna nee en daarvoor.
A; Omdat hij ook had geslagen mama ook hij. [slachtoffer 1] .
V: maar hoe weet je dat mama [slachtoffer 1] had geslagen? Had je dat gezien of had je dat gehoord?
A: Dat had ik gehoord. [31] A: Dat tik van dat slaan.
V: Ok, want waarom sloeg mama jou dan?
A: Omdat ik aan de spikkels zat. Aan te pulken.
V: Ok, niet omdat je in je broek had geplast?
A: Ook dat.
V: En hoe was dat met [slachtoffer 1] ?
A: Wel een paar keer
V: Over jezelf dus mama heeft je ook op een andere dag geslagen begrijp ik dat?
A: Ja. [32]
Een proces-verbaal van bevindingen, chat tbv verhoor [verdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Uit de telefoon van [medeverdachte] is een chatgesprek naar voren gekomen tussen [medeverdachte] en [verdachte] . Dit betreft een gesprek wat grotendeels gaat over de kinderen van [medeverdachte] . Uit de context is op te maken dat [verdachte] en [medeverdachte] veel bellen tussendoor en [verdachte] meekijkt bij [medeverdachte] in de woning en dus ziet en hoort wat [medeverdachte] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] doen.
Op 29 juli 2024 hebben [verdachte] en [medeverdachte] een gesprek waarin [verdachte] verteld wat [medeverdachte] moet doen met betrekking tot de kinderen. [33]
[verdachte] : ja laat hem zo zitten[medeverdachte] : Ja hy heeft gepist[verdachte] : Ja en hij moet nee laat hem na zitten nu
Op 14 juli 2024 in de avond is er een gesprek waarin [verdachte] zegt wat [medeverdachte] bij haar kinderen moet doen.
[verdachte] : Wakker houden slaan anders
Niet zo op je tel zitten
[verdachte] : Geef hem niet zulke antwoorden zeggen antwoord
En zeggen bek houden anders geef ik nergens antwoord meer op tot ik jou antwoord heb
Nog uit leggen ook
Ben je gek
Niks uitleggen
[verdachte] : Ja dat deed k idd over dat niet slapen
[verdachte] : Ja weer die fout
Op 29 juli 2024 is er een gesprek tussen [medeverdachte] en [verdachte] waarin onder andere het volgende werd gezegd:
[verdachte] : Volgens mij moet hij zitten op z e kont en niet dit
[medeverdachte] : Nee dit zkr niet
Maar hy gaat ook gwn door
[verdachte] : Ja maar hoorje ook niet zeggen zitten mongool
Gepoep zeker
Val dood zeggen
Wat deed ie
[medeverdachte] : Hy schopte de plas weg
Ik trok hem er door heen
[verdachte] : Ja hoorde ik
[medeverdachte] : Hys nu also een baby om z'n vader aan het roepen maar heel zacht
[verdachte] : Ohh latenzo
[medeverdachte] : Ja drm
Hij zit me best
[verdachte] : Niet schoonmaken
Op 31 juli zegt [verdachte] tegen [medeverdachte] :
Klappen geven neem ik aan
Als ze doorgaat
Nee geen nieuw water [34]
Proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een proces-verbaal van bevindingen, analyse chats tussen [medeverdachte] en [verdachte] , voor
zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De telefoon van verdachte [medeverdachte] is in beslag genomen en uitgelezen. In deze telefoon is een grote hoeveelheid chatberichten aangetroffen tussen [medeverdachte] en medeverdachte [verdachte] . De meeste chats hebben betrekking op de kinderen van [medeverdachte] ( [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ), hun gedragingen, hoe [medeverdachte] daarmee omgaat en het instrueren van [medeverdachte] door [verdachte] . De chatberichten die het onderzoeksteam aan ons ter beschikking heeft gesteld en die wij hebben gebruikt voor deze analyse, beslaan de periode 2 juli 2024 tot en met 18 augustus 2024. Dit betreft in totaal 21304 chats. Het is opvallend hoe snel de chats elkaar opvolgen. De tijd tussen de chats bedraagt soms enkele seconden. ledere dag worden de eerste chats vaak al rond 7 uur in de ochtend verstuurd door [medeverdachte] en dat gaat meestal door tot ongeveer 23 uur’. Naast het chatten blijkt dat [medeverdachte] en [verdachte] ook vaak met elkaar (beeld)bellen en dat [medeverdachte] regelmatig foto's van haar kinderen verstuurt naar [verdachte] . [38]
In de weergave hierna volgt een selectie van chats die door [verdachte] zijn verzonden.
Een proces-verbaal van bevindingen, dossier VT, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
22 januari 2024 [verdachte] wordt contactpersoon voor [medeverdachte] .
Afspraak met hulpverlening dat [verdachte] de contactpersoon voor [medeverdachte] wordt. Er wordt afgesproken dat [medeverdachte] contact met [verdachte] opneemt als de emoties hoog oplopen en dat [verdachte] [medeverdachte] gaat helpen om afspraken na te komen. [50]

Voetnoten

1.Pagina 461.
2.Pagina 479.
3.Pagina 482.
4.Pagina 479.
6.Pagina 946.
7.Pagina 947.
8.Pagina 962.
9.Pagina 966.
10.Pagina 967.
11.Pagina 969.
12.Pagina 972.
13.Pagina 976.
14.Pagina 978.
15.Pagina 979.
16.Pagina 982.
17.Pagina 984.
18.Pagina 43.
19.Pagina 44.
20.Pagina 238.
21.Pagina 239.
22.Pagina 240.
23.Pagina 241.
24.Pagina 242.
25.Pagina 243.
26.Pagina 244.
27.Pagina 245.
28.Pagina 226.
29.Pagina 227.
30.Pagina 228.
31.Pagina 229.
32.Pagina 230.
33.Pagina 477.
34.Pagina 479.
35.Pagina 458.
36.Pagina 459.
37.Pagina 461.
38.Pagina 480.
39.Pagina 482.
40.Pagina 485.
41.Pagina 486.
42.Pagina 495.
43.Pagina 500.
44.Pagina 501.
45.Pagina 502.
46.Pagina 509.
47.Pagina 511.
48.Pagina 512.
49.Pagina 514.
50.Pagina 736.