Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. A. Bakker;
- de advocaat van de verdachte: mr. R.J. Jager (hierna: de advocaat);
- de benadeelde partij: [aangever] ;
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. R.E.H. Jager.
2.Beoordeling door de rechter
: heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
3.Bewijs
Ik zag dat zij een vloeistof in mijn gezicht spoot. Ik voelde dat de vloeistof prikte in mijn gezicht. Ik zag dat [verdachte] twee messen in haar hand hield. Ik zag direct veel bloed en voelde direct veel pijn. [3]
4.Strafbaarheid van het feit en kwalificatie
(subsidiair) bewezen feit is in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld als:
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vordering benadeelde partij
niet-ontvankelijkis in de vordering.
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
nietstrafbaar en
ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging;
busje pepperspray(goednummer 3575894) en
de messen(goednummers 3575892 en 3575893)
onttrokken aan het verkeer;