ECLI:NL:RBMNE:2026:3990
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ondanks toekomstige bouwplannen
Eiseres is eigenaar van een bovenwoning uit 1900 met een oppervlakte van 210 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 vast op €1.032.000, welke na bezwaar werd verlaagd naar €980.000. Eiseres stelde beroep in tegen deze waarde en vorderde een verlaging van 20% vanwege toekomstige bouwactiviteiten tegenover haar woning.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze had vastgesteld met behulp van een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde buurt, die recentelijk waren verkocht. De heffingsambtenaar had voldoende rekening gehouden met verschillen tussen de woningen, waaronder een lagere liggingsindicatie vanwege de toekomstige bouwplannen.
De rechtbank overwoog dat toekomstige bouwactiviteiten die in april 2026 nog niet waren begonnen, niet tot een lagere WOZ-waarde per peildatum 1 januari 2023 leiden. De lagere liggingsindicatie en toelichting van de taxateur maakten aannemelijk dat de waarde van €980.000 niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €980.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.