Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 31.
2.Waar de zaak over gaat
3.De verdere achtergrond van het geschil.
4.De beoordeling
- [eiser] heeft een cv ingediend waarin ten onrechte staat vermeld dat hij vanaf september 2021 voor het [organisatie 4] heeft gewerkt (terwijl het [organisatie 4] heeft bevestigd dat hij daar pas per april 2022 is begonnen, dus zes maanden later).
- In dat cv staat ook ten onrechte dat [eiser] bij het [organisatie 4] de (hbo-)functie Jeugdzorgwerker C Middenveld had (terwijl het [organisatie 4] heeft bevestigd dat hij de (mbo-) functie Jeugdzorgwerker D had.
- In dat cv staat ook ten onrechte dat [eiser] ook bij [organisatie 1] voornamelijk werkzaamheden op hbo-niveau heeft verricht (terwijl [organisatie 1] heeft bevestigd dat hij daar op mbo-niveau had gewerkt).
- [eiser] heeft vervalste stukken ingediend, nu in vier documenten die [eiser] ter onderbouwing van zijn werk voor [organisatie 1] had ingediend (twee bejegeningsplannen, gespreksnotulen en een behandelingsevaluatie) een datum in medio 2023 staat, terwijl [eiser] daar pas werkte vanaf 8 januari 2024; en
- [eiser] is ten onrechte toegelaten tot het ervaringstraject, omdat hij bij aanvang daarvan het ervaringstraject nog niet beschikte over ten minste één jaar relevante werkervaring in een hbo-functie (deze eis hierna: de ervaringseis).
als aan de aanvraag tot registratie onjuiste of onvolledige informatie ten grondslag heeft gelegen, waarvan de geregistreerde wist of behoorde te weten dat, indien de onjuistheid of ontbrekende gegevens bij de beslissing tot registratie bekend waren geweest, de aanvraag niet zou zijn ingewilligd”.
- dat inmiddels is gebleken dat [eiser] bij [organisatie 1] inderdaad op hbo-niveau heeft gewerkt;
- dat aannemelijk is dat de vier documenten niet zijn vervalst, maar dat kennelijk de datum dat het cliëntendossier is aangemaakt (dan wel de datum dat de behandeling is aangevangen) per abuis is blijven staan.