Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser en Rabobank zijn in geschil over een geldlening van 275.000 euro die in 2001 aan eiser privé is verstrekt. Eiser stelt dat de lening niet aan hem persoonlijk is verstrekt of al is afgelost door zijn bedrijf, maar de rechtbank oordeelt dat uit het financieringsvoorstel van 19 juli 2001 blijkt dat de lening aan eiser privé is verstrekt en dat deze niet is afgelost.
Eiser mocht geen aanvullend bewijs leveren voor zijn stelling dat de lening was afgelost. Zijn vordering tot terugbetaling van rente wordt afgewezen, waarbij een bedrag van 69.749,17 euro wordt verrekend met het openstaande saldo. Eiser krijgt ook geen inzage in gevraagde documenten omdat hij geen rechtmatig belang heeft.
In reconventie wordt eiser veroordeeld tot betaling van 236.312,47 euro aan Rabobank, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 22 maart 2025, en tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van 2.956,56 euro. Tevens moet eiser de proceskosten van Rabobank betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande saldo van de lening, rente, incassokosten en proceskosten aan Rabobank.