Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 7 januari 2026 met producties 1 tot en met 7;
- de aanvullende productie 8 van [gedaagde] van 12 mei 2026.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
de algemene indruk van de installatie matig is” en “
ook de installatiewijze kan van invloed zijn op het ontstaan van de klacht”. Ook uit het rapport van [deskundige 2] blijkt dat er meerdere oorzaken mogelijk zijn voor de problemen met de vloer. Bovendien is het hoe dan ook de verantwoordelijkheid van [gedaagde] dat er een nette vloer wordt gelegd. De vloer moet voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk en daar is door loskomende randen, kiervorming, opbollen en opkrullende tegels geen sprake van.
Daarbij dient echter opgemerkt te worden dat het in de praktijk zeer lastig zal blijken om een derde partij te vinden die besmet werk wil herstellen voor het totaal van de begrote herstelkosten.” en “
Ook wordt niet in alle gevallen het hersteladvies gevolgd zoals dat in het rapport beschreven staat en zal een derde, bij het offreren van de werkzaamheden, meerwerk begroten en mogelijk een andere methodiek volgen dan de hier beschreven werkwijze. Ook dat kan uiteraard leiden tot verschillen tussen onze calculatie en die van derden.” en “
Hoewel er sprake is van een marktconforme opgave zal dus in de praktijk kunnen blijken dat dit anders beschouwd wordt en in dergelijke gevallen is het verstandig om twee of meerdere hersteloffertes op te vragen.” [eiser] heeft in ieder geval twee offertes opgevraagd en de kosten van de gecombineerde offerte van [bedrijf 2] en [bedrijf 3] (€ 7.788,18) komen de kantonrechter redelijk voor. Daarom wordt dit bedrag toegewezen.