ECLI:NL:RBMNE:2026:397
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Uitzendkracht krijgt loonbetaling en transitievergoeding na onrechtmatige opschorting
Een uitzendkracht was in dienst bij een werkgever en meldde zich ziek. Zonder toestemming vertrok hij naar het buitenland. De werkgever verzocht herhaaldelijk om medische informatie van de Arboarts, maar ontving deze niet, waarna zij het loon opschortte.
De uitzendkracht vorderde betaling van het opgeschorte loon met wettelijke verhoging, een transitievergoeding en correcte salarisstroken en eindafrekening, onder dwangsom. De kantonrechter oordeelde dat de opschorting onrechtmatig was omdat de werkgever geen voorafgaande waarschuwing gaf zoals vereist volgens artikel 7:629 lid 7 BW Pro.
De cao Uitzendkrachten was van toepassing, waardoor 90% loondoorbetaling tijdens ziekte geldt. De vordering tot betaling van 90% van het loon over de periode 18 augustus tot en met 30 november 2025 werd toegewezen, vermeerderd met 50% wettelijke verhoging. Ook de transitievergoeding van €750, correcte salarisstroken en eindafrekening werden toegewezen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van 90% van het loon tijdens ziekte met wettelijke verhoging, transitievergoeding en correcte salarisstroken.