Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.Opmerking vooraf
4.De beoordeling
gas’, ‘
schoonmaakkosten’ en ‘
huismeesterkosten’ onterecht in rekening gebracht. Die kostenposten worden namelijk niet in artikel 7 als Pro servicekosten genoemd. Zij menen dan ook dat deze kosten op de betreffende afrekeningen op het gevorderde bedrag in mindering moeten worden gebracht.
gas’, ‘
schoonmaakkosten’ en ‘
huismeesterkosten’ betwist. Alle andere kostenposten (
‘onderhoud buitenruimte’, ‘glasverzekering’, ‘internet en tv’, ‘verbruik electra’en ‘
administratiekosten’) hebben zij niet betwist. Daarom moeten zij deze kostenposten betalen, wat neerkomt op de volgende bedragen:
- Onderhoud buitenruimte € 31,07
- Glasverzekering € 14,86
- Internet en TV € 106,38
- Verbruik electra € 692,04
- Administratiekosten € 88,65
- Totaal € 933,00
- Onderhoud lift € 0,18
- Onderhoud buitenruimte € 0,25
- Glasverzekering € 0,08
- Internet en TV € 0,99
- Verbruik electra € 0,34 -/-
- Administratiekosten € 7,50
- Totaal € 8,66
genoemde voorschotbedragen zijn gebaseerd op de te verwachte kostprijs van het product/de dienstverlening over een volledig kalenderjaar. Deze voorschotbedragen zullen indien nodig jaarlijks worden heroverwogen en geïndexeerd. Ook wanneer binnen een huurperiode een of meerdere posten (nog) niet van toepassing zijn (geweest), worden deze kosten naar rato in rekening gebracht bij alle huurder in het object.
gas’. Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is ‘
gas’ in hun huurovereenkomst doorgestreept en mogen die kosten om die reden niet bij hen in rekening worden gebracht. Zij willen dat de afrekeningen met € 1.091,03 worden verminderd. Daarnaast worden de ‘
schoonmaakkosten’ ende
‘huismeesterkosten’niet in artikel 7 als Pro servicekosten genoemd. Ook is er nooit over de
‘huismeesterkosten’gecorrespondeerd. Deze kosten moeten daarom ook in mindering worden gebracht, aldus [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .
gas’ in de huurovereenkomst is doorgestreept. ‘
Gas’ wordt verder niet als servicekosten en/of levering van diensten genoemd. Op de zitting heeft [eiseres] toegelicht dat geen sprake is van levering van ‘
gas’ in het complex waartoe het gehuurde behoort, maar dat in plaats daarvan ‘
stadsverwarming’ wordt geleverd (artikel 4.5. van de huurovereenkomst). Waar in de afrekeningen ‘
gas’ staat, wordt dus ‘
stadsverwarming’ bedoeld. Hoewel de kantonrechter deze uitleg kan volgen, onderbouwt [eiseres] haar uitleg niet met stukken.
schoonmaakkosten’ en ‘
huismeesterkosten’ worden niet als zodanig in artikel 7 genoemd Pro. In artikel 7 wordt Pro alleen ‘
schoonmaken goten en afvoeren’ genoemd. Onduidelijk is of de in rekening gebrachte ‘
schoonmaakkosten’ alleen zien op kosten voor ‘
schoonmaken goten en afvoeren’ of dat ook andere schoonmaakkosten in rekening zijn gebracht. Ook is onduidelijk wat onder ‘
huismeesterkosten’ valt. Op de zitting heeft [eiseres] weliswaar toegelicht dat het deels gaat om de standaardwerkzaamheden, zoals onderhoud van de cv-installatie, standaardkeuringen en het vervangen van filters, maar [eiseres] heeft dat op geen enkele wijze onderbouwd.
gas’, de ‘
schoonmaakkosten’ en ‘
huismeesterkosten’ juist zijn. De overgelegde afrekeningen zijn onvoldoende om vast te kunnen stellen of de betwiste kostenposten juist zijn, omdat de toelichting op en de onderliggende stukken van die betwiste kostenposten ontbreekt. Het is onbegrijpelijk dat [eiseres] deze stukken in aanloop naar de zitting niet alsnog in het geding heeft gebracht en vasthoudt aan haar standpunt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] volgens vaste jurisprudentie alleen een inzagerecht hebben. [eiseres] miskent hiermee dat de stukken nodig zijn voor de beoordeling van (de juistheid van) de vordering door de kantonrechter en dat terwijl [eiseres] aangeeft dat zij de stukken paraat heeft en deze kunnen worden ingezien en/of geraadpleegd.
gas’:
gas’ ziet op de levering van ‘
stadsverwarming’ en een toelichting op en onderbouwing van de stijging van deze kosten;
gas’ van het jaar 2022 en de onderliggende stukken. Uit de berekening moet volgen hoe het bedrag van € 17.480,39 aan ‘
energiekosten gas (vaste kosten 35% aantallen)’ en het bedrag van € 32.463,58 aan ‘
energiekosten gas (variabele kosten 65% VVO)’ zijn opgebouwd en welke verdeelsleutel van toepassing is. De bijbehorende onderliggende stukken (bijvoorbeeld facturen) moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen als de opbouw van de kostenberekening.
gas’ van het jaar 2023 en de onderliggende stukken. Uit de berekening moet volgen hoe het bedrag van € 21.008,50 aan ‘
energiekosten gas (vaste kosten 35% aantallen)’ en het bedrag van € 39.015,78 aan ‘
energiekosten gas (variabele kosten 65% VVO)’ zijn opgebouwd en welke verdeelsleutel van toepassing is. De bijbehorende onderliggende stukken moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen.
schoonmaakkosten’:
schoonmaakkosten’ valt en waar dat uit blijkt (de grondslag);
schoonmaakkosten’ van het jaar 2022 en de onderliggende stukken. Uit de berekening moet volgen hoe het totaalbedrag van € 9.814,28 aan ‘
schoonmaakkosten’ is opgebouwd. De bijbehorende onderliggende stukken van de gemaakte en door [eiseres] betaalde schoonmaakkosten (bijvoorbeeld facturen) moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen als de opbouw van de kostenberekening.
schoonmaakkosten’ van het jaar 2023 en de onderliggende stukken. Uit de berekening moet volgen hoe het totaalbedrag van € 8.450,15 aan ‘
schoonmaakkosten’ is opgebouwd. De bijbehorende onderliggende stukken van de gemaakte en betaalde schoonmaakkosten (bijvoorbeeld facturen) moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen als de opbouw van de kostenberekening.
huismeesterkosten’:
huismeesterkosten’ valt en waar dat uit blijkt (de grondslag);
huismeesterkosten’ van het jaar 2022 en de onderliggende stukken: uit de berekening moet volgen hoe het totaalbedrag van € 12.831,00 aan ‘
huismeesterkosten’ is opgebouwd. De bijbehorende onderliggende stukken (bijvoorbeeld facturen) moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen als de opbouw van de kostenberekening.
huismeesterkosten’ van het jaar 2023 en de onderliggende stukken: uit de berekening moet volgen hoe het totaalbedrag van € 5.759,60 aan ‘
huismeesterkosten’ is opgebouwd. De bijbehorende onderliggende stukken (bijvoorbeeld facturen) moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen als de opbouw van de kostenberekening.
gas’, ‘
schoonmaakkosten’ en de ‘
huismeesterkosten’ zullen worden afgewezen, omdat in dat geval niet vast is komen te staan dat [eiseres] op grond van de huurovereenkomst deze voornoemde kostenposten bij [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in rekening had mogen brengen.
5.De beslissing
woensdag 22 juli 2026 om 11.00 uurvoor akte uitlaten aan de zijde van [eiseres] zoals in r.o. 4.10. is bepaald;
woensdag 19 augustus 2026 om 11.00 uurvoor antwoordakte aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .
24 juni 2026.