Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
C/16/612247 / FO RK 26-736
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: de moeder.
1.De procedure
- het verzoekschrift van de vader (met bijlagen), binnengekomen op 28 mei 2026;
- de bijlagen bij de brief van de moeder, binnengekomen op 29 mei 2026.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder;
- de Raad, vertegenwoordigd door [A.] .
2.Waar de procedure over gaat
- bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de verblijfplaats van [minderjarige] hangende de procedure bij de vader zal zijn;
- in de bodemprocedure:
3.De beoordeling
5 november 2026 pro forma. De rechtbank verzoekt de advocaat van de vader en de moeder om voor die datum te laten weten hoe de hulpverlening verloopt.
4.De beslissing
5 november 2026 pro forma, in afwachting van de uitkomst van de hulpverlening, met het verzoek aan de advocaat van de vader en de moeder om tijdig voor die datum te laten weten:
- of meer uitstel nodig is en zo ja, voor hoe lang;
- of een nieuwe zitting nodig is;
- of de rechtbank een beslissing kan nemen zonder nieuwe zitting;