Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift (met bijlagen) van de vader, binnengekomen op 2 maart 2026;
- het bericht (met bijlagen) van de vader van 12 maart 2026;
- het bericht (met bijlagen) van de moeder van 12 maart 2026;
- het verweerschrift (met bijlagen) van de moeder van 2 april 2026;
- het bericht (met bijlage) van de vader van 9 april 2026;
- het bericht (met bijlagen) van de moeder van 28 april 2026.
- de vader en zijn advocaat;
- de moeder en haar advocaat;
- [A.] , een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
2.Waar de procedure over gaat
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] .
- met ingang van 30 april 2021 zal tussen [minderjarige] en vader een zorgregeling gelden waarbij [minderjarige] één keer in de veertien dagen een weekend bij vader verblijft van vrijdag uit school (14:00 uur) tot en met dinsdagochtend naar school. In de week erop zal vader [minderjarige] op maandag op school halen en dan blijft hij bij hem tot dinsdagochtend naar school;
- de vakanties worden als volgt verdeeld: de vakanties van één week worden niet
- voor de meivakantie 2021 is afgesproken dat [minderjarige] de eerste week bij vader is en de tweede week bij moeder;
- ten aanzien van de zomervakantie en kerstvakantie geldt dat deze eveneens bij helfte worden verdeeld, met dien verstande dat ieder jaar [minderjarige] wisselend eerste kerstdag bij de ene ouder is, tweede kerstdag bij de andere ouder, ongeacht de week waarin de zorgregeling plaatsvindt. De jaarwisseling zal [minderjarige] doorbrengen bij de ouder waarbij hij eerste kerstdag heeft doorgebracht. Voor 2020 geldt dat [minderjarige] van 21 tot en met 27 december bij vader zal zijn, tweede kerstdag bij moeder, waarbij [minderjarige] om 11:00 uur bij de moeder zal zijn en op 27 december 12:00 uur weer bij de vader. De tweede week van de kerstvakantie (28 december tot en met 3 januari) zal [minderjarige] bij de moeder zijn, maar op Oudejaarsdag om 11:00 uur naar de vader gaan en op Nieuwjaarsdag om 12.00 uur weer bij de moeder zijn. Voor 2021 geldt het tegenovergestelde: [minderjarige] zal eerste kerstdag en de jaarwisseling bij moeder zijn en tweede kerstdag bij vader. De zomervakantie 2021 zal bij helfte verdeeld worden waarbij [minderjarige] de eerste drie weken bij moeder is in de laatste drie weken bij vader, het wisselmoment is vrijdag 14.00 uur. Als locatie voor de overdracht wordt de woning van moeder aangehouden;
- tijdens de vakanties die twee of meer weken duren, zal de ouder waar [minderjarige] verblijft hem in de gelegenheid stellen in ieder geval twee maal per week met de andere ouder te telefoneren. Die andere ouder zal de telefoon correct opnemen en als het moment van telefoneren niet uitkomt dat direct uitleggen. De oproep zal niet beëindigd worden zonder dat er verbinding lot stand is gekomen;
- ten aanzien van de vorderingen van [minderjarige] op school of op sport, zijn de vader en de
3.De verzoeken
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader te bepalen;
- te bepalen dat [minderjarige] – nadat contactherstelgesprekken tussen moeder en [minderjarige] hebben plaatsgevonden –één keer in de twee weken vanaf vrijdag 19:30 uur tot maandag 19:30 uur bij de moeder verblijft en de vakantie- en feestdagen bij helfte worden verdeeld;
- de kinderalimentatie op nihil wordt gesteld;
4.De beoordeling
- opbouwperiode:[minderjarige] verblijft voorlopig om de week van vrijdag na school tot dinsdag 19.30 uur bij de moeder en de overige tijd bij de vader;
- definitieve zorgregeling:[minderjarige] verblijft vanaf 16 augustus 2026 (dus: na de zomervakantie) voortaan in de even weken bij de moeder en in de oneven weken bij de vader, waarbij het wisselmoment op vrijdag om 19.30 uur plaatsvindt.
5.De beslissing
- opbouwperiode:[minderjarige] verblijft voorlopig om de week van vrijdag na school tot dinsdag 19.30 uur bij de moeder en de overige tijd bij de vader;
- definitieve zorgregeling:[minderjarige] verblijft vanaf 16 augustus 2026 (dus na de zomervakantie) voortaan in de even weken bij de moeder en in de oneven weken bij de vader, waarbij het wisselmoment op vrijdag om 19.30 uur plaatsvindt;
- of een nieuwe zitting nodig is;
- of de rechtbank een beslissing kan nemen zonder nieuwe zitting;