Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker,
[derde-partij] B.V.(vergunninghouder), uit [vestigingsplaats]
Rechtbank Midden-Nederland
Het college van burgemeester en wethouders van Urk heeft een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 29 appartementen met een ontmoetingsruimte. Verzoeker, wonend tegenover het perceel, maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van de vergunning en het staken van bouwwerkzaamheden. De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang omdat de bouw al is gestart.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat de overschrijding van de toegestane bouwhoogte met circa 60 tot 77 centimeter niet met toepassing van de 10%-regeling van het bestemmingsplan kan worden toegestaan, maar dat dit gebrek in bezwaar kan worden hersteld. De toets op evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) wijst uit dat de extra bouwhoogte geen onaanvaardbare schaduwwerking of verkeersveiligheidsrisico's oplevert.
Verder is vastgesteld dat niet volledig aan de eis van parkeren op eigen terrein wordt voldaan, omdat vijf parkeerplaatsen in openbaar gebied worden gerealiseerd. Dit is echter voldoende geborgd via een koopovereenkomst tussen vergunninghouder en gemeente, waarbij de gemeente de parkeerplaatsen binnen drie maanden na oplevering moet aanleggen. Verzoeker heeft ook aangevoerd dat hij niet betrokken is bij het participatietraject, maar de voorzieningenrechter stelt vast dat participatie niet verplicht is in deze situatie.
Gezien deze omstandigheden en het voorlopige karakter van het oordeel, weegt het belang van vergunninghouder om de bouw voort te zetten zwaarder dan het belang van verzoeker. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de omgevingsvergunning van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen, waardoor de vergunning in stand blijft en de bouw kan doorgaan.