ECLI:NL:RBMNE:2026:3780

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
16/170234-22 en 16/279485-25 (t.t.z. gevoegd); 18/325333-20 (vord. tul), 09/216338-19 (vord. tul) en 16/221730-14 (vord. tul)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak witwassen contant geld, veroordeling witwassen Rolex horloge

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 17 juni 2026 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van witwassen van contant geld, twee auto’s en een Rolex horloge. De verdenking van witwassen van het contante geldbedrag van € 15.450,- en de auto’s werd verworpen omdat de verdachte een concrete en verifieerbare verklaring gaf over de legale herkomst, ondersteund door verklaringen van derden en financieel onderzoek.

De rechtbank oordeelde echter dat het witwassen van het Rolex horloge ter waarde van € 10.000,- bewezen was, omdat de verdachte geen aanvaardbare verklaring kon geven over de legale herkomst en de verklaring van de vermeende eigenaar werd tegengesproken. De bijzondere opsporingsbevoegdheden waren rechtmatig ingezet op basis van voldoende concreet en specifiek TCI-informatie, waardoor geen vormverzuim werd vastgesteld.

De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur, met aftrek van voorarrest, rekening houdend met de ernst van het feit, persoonlijke omstandigheden en een ernstige overschrijding van de redelijke termijn. De in beslag genomen zilveren Rolex werd verbeurd verklaard, terwijl andere voorwerpen werden teruggegeven aan de verdachte of rechthebbende. Vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen werden afgewezen wegens het tijdsverloop.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van witwassen contant geld en auto’s, veroordeeld voor witwassen Rolex horloge met taakstraf van 50 uur.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16/170234-22 en 16/279485-25 (t.t.z. gevoegd); 18/325333-20 (vord. tul),
09/216338-19 (vord. tul) en 16/221730-14 (vord. tul);
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] (Marokko),
ingeschreven op het adres [adres 1] in [plaats] ,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. E. Wiersma;
  • de advocaat van de verdachte: mr. S.L.J. Janssen (hierna: de advocaat).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
in de zaak met parketnummer 16/170234-22:
op 7 juli 2022 in 's-Gravenhage samen met anderen € 15.450,- heeft witgewassen;
in de zaak met parketnummer 16/279485-25:
in de periode van 22 februari 2023 tot en met 1 november 2023 in Utrecht en/of 's-Gravenhage samen met anderen heeft witgewassen:
- een Audi A3 (kenteken [kenteken] ) en
- een Mercedes AMG CLA (kenteken [kenteken] ) en
- een Rolex-horloge.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de verdenking onder parketnummer 16/170234-22 heeft gepleegd. De officier van justitie vordert vrijspraak van het witwassen van de twee auto’s van de verdenking van parketnummer 16/279485-25. Het witwassen van het Rolex-horloge kan volgens de officier van justitie wel worden bewezen.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Inleiding
Naar aanleiding van explosies in Hoef en Haag en Tienhoven op 2 en 3 juli 2022 wordt een opsporingsonderzoek gestart (onderzoek Sfinx). Na informatie van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) wordt de verdachte op 7 juli 2022 aangehouden. Bij zijn insluitingsfouillering wordt een contant geldbedrag van € 2.500,- aangetroffen. Diezelfde dag wordt de woning van de verdachte doorzocht en daar wordt een contant geldbedrag van in totaal € 13.000,- aangetroffen. De verdenking onder parketnummer 16/170234-22 is dat de verdachte deze geldbedragen heeft witgewassen.
In 2023 wordt naar aanleiding van TCI-informatie over handel in cocaïne een onderzoek naar de verdachte gestart, waarbij meerdere bijzondere opsporingsbevoegdheden worden ingezet (onderzoek Epernay). In dat opsporingsonderzoek wordt door verbalisanten gezien dat de verdachte de dagelijkse gebruiker is van (eerst) een Audi A3 en (later) een Mercedes AMG CLA. Uiteindelijk wordt op 1 november 2023 de woning waar de verdachte op dat moment in verblijft, doorzocht. Hier wordt onder andere een Rolex-horloge met een waarde van € 10.000,- aangetroffen. De verdenking onder parketnummer 16/279485-25 is dat de verdachte de Audi, de Mercedes en dit Rolex-horloge heeft witgewassen.
3.3.2.
Gedeeltelijke vrijspraak
De rechtbank oordeelt dat de verdenking onder parketnummer 16/170234-22 niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.
Ook oordeelt de rechtbank dat de verdenking van witwassen van de Audi A3 en de Mercedes AMG CLA onder parketnummer 16/279485-25 niet is bewezen en zal de verdachte van dat deel van de beschuldiging vrijspreken. De officier van justitie en de verdediging komen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
3.3.3.
Bewijsmiddelen 16/279485-25
De rechtbank oordeelt dat de verdenking van witwassen van het Rolex-horloge onder parketnummer 16/279485-25 is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen: [1]
De verklaring van de verdachte op de zitting van 3 juni 2026:
Het Rolex-horloge dat op 1 november 2023 in beslag is genomen in de woning aan de [adres 2] in [plaats] , had ik op dat moment in mijn bezit.
Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van de [adres 2] te [plaats] :
Op 1 november 2023 werd door mij voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in woning, [adres 2] , [plaats] . [2] Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen: [3]
- Rolex staal incl garantiebewijs, serienummer: [nummer] . [4]
Een taxatierapport van [deskundige] van het Rolex horloge:
Een stalen polshorloge met blauw-zwarte wijzerplaat en zwarte lunet. Merk Rolex, type DeepSea Sea Dweller (2022). Geen doos, wel documentatie en reserveschakels.
Kastnummer [nummer] [5]
Handelswaarde € 10.000,-. [6]
3.3.4.
Bewijsoverwegingen
Vormverzuim
De advocaat voert aan dat de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden in het opsporingsonderzoek Epernay onrechtmatig was, omdat geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. De informatie in de TCI processen-verbaal is onvoldoende voor een dergelijke verdenking. Dit maakt dat sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering. Het in artikel 8 EVRM Pro gegarandeerde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is geschonden en er is een inbreuk is gemaakt op het recht op een eerlijk proces zoals vastgelegd in artikel 6 EVRM Pro. De advocaat stelt zich op het standpunt dat alle resultaten die zijn voortgekomen uit de onrechtmatige inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden moeten worden uitgesloten van het bewijs.
De rechtbank stelt vast dat de bijzondere opsporingsbevoegdheden pas zijn ingezet na het TCI proces-verbaal van 31 juli 2023, waarin staat dat ‘ [verdachte] ’ zich bezighoudt met de handel in blokken cocaïne. Uit onderzoek van het TCI is vervolgens gebleken dat met ‘ [verdachte] ’ de verdachte wordt bedoeld.
Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat een verdenking kan worden gebaseerd op informatie van een informant, mits deze informatie voldoende concreet en specifiek is. Een TCI proces-verbaal dat min of meer recente informatie bevat die voldoende concreet en specifiek is, kan zelfstandig een verdenking opleveren op basis waarvan bijzondere opsporingsbevoegdheden als een telefoontap of stelselmatige observatie kunnen worden toegepast, maar ook dwangmiddelen als een doorzoeking of aanhouding.
De rechtbank acht de door het TCI aan aangeleverde informatie, die als betrouwbaar is aangemerkt, voldoende concreet en specifiek om te komen tot een redelijk vermoeden van schuld en dus om de verdachte als verdachte aan te merken. Dat niet blijkt hoe het TCI heeft vastgesteld dat met de in de tip genoemde [verdachte] de verdachte werd bedoeld, maakt daarbij niet uit. Uit het oogpunt van bronbescherming wordt dergelijk onderzoek vaak niet kenbaar gemaakt. Doorgaans wordt dit door het TCI vastgesteld door algemene politie informatiesystemen en/of vertrouwelijke informatie te raadplegen. Er is geen reden om aan te nemen dat het in deze zaak anders is gegaan.
Verder merkt de rechtbank nog op dat het niet zo is dat alleen van een redelijk vermoeden van schuld kan worden gesproken, als de informatie waarop dat vermoeden is gebaseerd ook achteraf juist blijkt te zijn. Het ingestelde onderzoek is namelijk juist gericht op het bevestigen dan wel ontkrachten van de verkregen startinformatie. Dat gedurende het opsporingsonderzoek aanwijzingen zijn gevonden voor witwassen, heeft ertoe geleid dat ook de bevoegdheid van een doorzoeking toegepast mocht worden.
Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank het inzetten van de bijzondere opsporingsbevoegdheden vanaf het begin rechtmatig geweest en is geen sprake van een vormverzuim. Het verweer van de raadsman wordt verworpen en de rechtbank kan de informatie die door middel van de bijzondere opsporingsbevoegdheden is verkregen bij haar beoordeling betrekken.
Juridisch kader witwassen
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf”, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, toch bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of, ondanks de verklaring van de verdachte, het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo'n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
Gerechtvaardigd vermoeden van witwassen contant geld en Rolex horloge
De verdachte verklaart dat het contante geldbedrag van hem is en dat hij het Rolex-horloge in zijn bezit had. Bij het horloge zijn ook het taxatierapport, documentatie en reserveschakels gevonden.
De politie heeft onderzoek verricht naar de financiële positie van de verdachte. Uit dat onderzoek blijkt dat hij in 2019 en 2020 geen inkomsten had. Zijn inkomsten in de jaren 2021 tot en met 2023 bestonden alleen uit een bijstandsuitkering. Uit het onderzoek blijkt verder ook niet dat verdachte over enig ander vermogen, zoals bijvoorbeeld een spaarrekening beschikte. Er is dus geen legale inkomstenbron die het bezit van het grote contante geldbedrag en het waardevolle horloge kunnen verklaren.
Deze feiten en omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden dat het geldbedrag en de Rolex niet op een legale manier zijn verkregen en daarom uit enig misdrijf afkomstig zijn.
Concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring
Gelet op het bovenstaande mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het geldbedrag en het horloge niet van misdrijf afkomstig zijn. De verdachte verklaart over het contante geldbedrag uit zijn woning dat hij dit van familie heeft gekregen. Hij heeft onder andere van zijn moeder en zusjes geld gekregen. Zij hebben dit gedurende 10 jaar voor hem gespaard. Ook heeft hij contant geld gekregen van zijn ex-partner. Over het Rolex-horloge verklaart de verdachte dat dit niet van hem was, maar dat hij het had geleend van zijn vriend [getuige] .
De verklaringen die de verdachte geeft, zijn niet heel uitgebreid en gedetailleerd, maar voldoen naar oordeel van de rechtbank wel aan de eis dat deze concreet en verifieerbaar zijn. In die situatie is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar die verklaringen.
Vrijspraak witwassen contant geldbedrag – parketnummer 16/170234-22
Naar aanleiding van de verklaring van de verdachte over de herkomst van het geld is de ex-partner van verdachte gehoord bij de rechter-commissaris. Zij verklaart dat zij inderdaad rond de € 11.000,- à € 15.000,- in contanten aan de verdachte heeft gegeven of geleend. Zij bevestigt ook dat de verdachte geld van andere familieleden heeft gekregen. Er is onderzoek gedaan naar de rekening van verdachtes ex-partner. Hieruit blijkt dat zij in de periode van september 2021 tot en met 5 april 2022 een bedrag van in totaal € 18.300,- in contanten heeft opgenomen. Al met al wordt de verklaring van de verdachte dat het geldbedrag een legale herkomst heeft zodanig ondersteund, dat de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat dit van misdrijf afkomstig is, niet gerechtvaardigd is. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het witwassen van het geldbedrag van € 13.000,-.
De verdachte wordt verder nog beschuldigd van het witwassen van het contante geldbedrag van € 2.500,- dat de verdachte bij zich droeg ten tijde van zijn aanhouding. De enkele omstandigheid dat de verdachte een dergelijk contant geldbedrag bij zich draagt, rechtvaardigt naar oordeel van de rechtbank, mede gelet op wat hiervoor is overwogen over de contanten die aan verdachte zijn geleend of gegeven, niet langer een vermoeden van witwassen. De rechtbank zal de verdachte daarom ook vrijspreken van het witwassen van dat geldbedrag.
Bewezenverklaring witwassen Rolex horloge
[getuige] is gehoord bij de rechter-commissaris over het Rolex-horloge. [getuige] verklaart dat het Rolex-horloge niet van hem is en dat hij dit nog nooit heeft gezien. Hij heeft wel ooit een gesprek gehad met de verdachte, waarin de verdachte hem heeft beloofd hem een Rolex-horloge te geven, maar dit horloge heeft hij nooit gekregen.
De verklaring van de verdachte dat hij de Rolex van [getuige] had geleend, wordt door de verklaring van [getuige] niet bevestigd, maar juist tegengesproken. Daarbij komt dat de verdachte ook in het bezit was van de documentatie van de Rolex en de reserveschakels voor het horlogebandje. Ook dit sluit niet aan op de verklaring van de verdachte dat de Rolex niet van hem is. Bij gebreke van een aanvaardbare verklaring over een legale herkomst van de Rolex, komt de rechtbank tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat deze middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dat wist.
Vrijspraak medeplegen
Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte de Rolex samen met een ander voorhanden had. De rechtbank zal de verdachte van dat deel van de beschuldiging vrijspreken.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op 1 november 2023 te Utrecht een voorwerp, te weten een Rolex horloge, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
in de zaak met parketnummer 16/279485-25:
witwassen.
4.2.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken, met aftrek van het voorarrest.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om rekening te houden met de gevolgen die de zaak voor de verdachte heeft gehad. Door onderzoek Sfinx is hij via de media breed bekend geworden en voelt hij zich al jarenlang niet veilig. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten, zal een op te leggen straf overstijgen. Er is sprake van een zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn, wat een forse strafverminderende werking moet hebben.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf van 50 uur, met aftrek van het voorarrest op. Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft een Rolex horloge ter waarde van € 10.000,- witgewassen. Door witwassen wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast. Het witwassen van door misdrijf verkregen goederen stimuleert en faciliteert het begaan van deze misdrijven. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van criminaliteit.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het strafblad van de verdachte van 1 juni 2026 blijkt dat hij in de afgelopen jaren niet is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij momenteel in het buitenland ondergedoken zit, door de gevolgen van deze zaak. Hij heeft een Wajong-uitkering en wil graag een Nederlands paspoort aanvragen.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Er bestaat geen oriëntatiepunt voor witwassen, maar de rechtbank sluit aan bij het oriëntatiepunt voor fraudedelicten. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor fraude met een benadelingsbedrag tot € 10.000,- is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week tot 2 maanden of een taakstraf.
De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. De rechtbank heeft daarbij ook rekening gehouden met het belang van de verdachte om een Nederlands paspoort aan te kunnen vragen. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank het hierboven genoemde LOVS oriëntatiepunt als uitgangspunt genomen en ook gekeken naar de straffen die andere rechtbanken opleggen voor soortgelijke feiten. De rechtbank vindt in deze zaak een taakstraf van 60 uur passend.
Bij de strafvervolging is de redelijke termijn overschreden. Het uitgangspunt is een redelijke termijn van twee jaar waarbinnen een eindvonnis wordt uitgesproken. Deze termijn is in deze zaak gaan lopen op het moment dat de verdachte in verzekering is gesteld op 7 juli 2022. Dit betekent dat de redelijke termijn met bijna 2 jaar is overschreden. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding rechtvaardigen. De rechtbank is daarom van oordeel dat dit moet leiden tot een matiging van de op te leggen straf.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf van 50 uur op, met aftrek van het voorarrest.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de in beslag genomen geldbedragen en de zilveren Rolex verbeurd moeten worden verklaard. Het andere in beslag genomen Rolex-horloge kan terug naar de verdachte. De in beslag genomen Mercedes kan retour naar de rechthebbende.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat stelt zich op het standpunt dat de geldbedragen en de in beslag genomen Rolex-horloges terug moeten naar de verdachte. De in beslag genomen Mercedes moet retour naar de rechthebbende.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal het in beslag genomen zilveren Rolex-horloge (789827) verbeurd verklaren. Met betrekking tot dit voorwerp is het onder parketnummer 16/279485-25 bewezen verklaarde feit begaan.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
- € 1.000,- (729221);
- € 10.000,- (729221);
- € 2.000,- (729206);
- € 2.500,- (729325);
- een Rolex-horloge (729509).
Teruggave aan de rechthebbende
De rechtbank zal teruggave gelasten van de in beslag genomen Mercedes met kenteken [kenteken] (789838), aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van deze voorwerpen kan worden aangemerkt: [rechthebbende] .

7.Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen

De politierechter in Assen heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 18/325333-20 op 1 december 2021 een gevangenisstraf van 1 week voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 3 jaar.
De politierechter in Den Haag heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09/216338-19 op 20 december 2019 een geldboete van 500 euro voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar.
De politierechter in Lelystad heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16/221730-14 op 6 april 2017 een gevangenisstraf van 2 weken voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar.
7.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de rechtbank de vorderingen afwijst, omdat tenuitvoerlegging niet meer opportuun is.
7.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de vorderingen tot tenuitvoerlegging afwijzen. Gelet op het tijdsverloop acht de rechtbank de tenuitvoerlegging van deze straffen nu niet meer opportuun.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en de beslissingen op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 9, 22c, 22d, 33, 33a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart het feit van parketnummer 16/170234-22 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte het feit onder parketnummer 16/279485-25 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar;
straf
- veroordeelt de verdachte tot
een taakstraf van 50 uren;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 25 dagen hechtenis;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;
beslag
- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:
 een Rolex-horloge (789827);
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
€ 1.000,- (729221);
€ 10.000,- (729221);
€ 2.000,- (729206);
€ 2.500,- (729325);
een Rolex horloge (729509).
- gelast de teruggave van het volgende voorwerp aan de rechthebbende, [rechthebbende] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] :
 een Mercedes met kenteken [kenteken] (789838);
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 18/325333-20
- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging;
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 09/216338-19
- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging;

vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 16/221730-14

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mr. S. Ourahma en mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.I. van Balkom als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
De oudste rechter en jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
in de zaak met parketnummer 16/170234-22:
hij, op of omstreeks 7 juli 2022, te 's-Gravenhage, althans in Nederland tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een
geldbedrag (van in totaal ongeveer 15.450 euro), heeft verworven, voorhanden heeft
gehad, en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn
mededader(s) wist(en) dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren
uit enig (eigen) misdrijf;
in de zaak met parketnummer 16/279485-25:
hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 februari 2023 tot
en met 1 november 2023, te Utrecht en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meer
voorwerp(en), te weten
- een Audi A3 (kenteken [kenteken] ) en/of
- een Mercedes AMG CLA (kenteken [kenteken] ) en/of
- een Rolex horloge,
heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
daarvan gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -
onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.

Voetnoten

2.p. 184.
3.p. 185.
4.p. 186
5.Een geschrift, te weten een taxatierapport van [deskundige] , p. 188.
6.Een geschrift, te weten een taxatierapport van [deskundige] , p. 189.