ECLI:NL:RBMNE:2026:3773

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
C/16/602824 BE RK 25-50.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:195 BWArt. 4:203 lid 1 sub a BWArt. 71 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming van vereffenaars voor nalatenschap wegens verstoorde verhoudingen tussen erfgenamen

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 8 juni 2026 het verzoek van een bewindvoerder tot benoeming van mr. M.E.V. Maas en mr. R.P.G.H. Heijnen als vereffenaars van de nalatenschap van een overledene. De nalatenschap werd beneficiair aanvaard door drie erfgenamen, die tevens kinderen van de overledene zijn. Door ernstige verstoorde verhoudingen en wantrouwen tussen de erfgenamen bleek het gezamenlijk afwikkelen van de nalatenschap niet mogelijk.

De nalatenschap omvatte complexe juridische en feitelijke situaties, waaronder de afwikkeling van een ontbonden gemeenschap van goederen en een vordering op een stichting waarvan een erfgenaam UBO is. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 4:203 lid 1 sub a BW Pro een vereffenaar benoemd kan worden wanneer erfgenamen niet gezamenlijk kunnen vereffenen.

De tegenverzoeken van een erfgenaam tot ontslag van de beschermingsbewindvoerder en aanwijzing als mede-mentor werden door de rechtbank verwezen naar de kantonrechter. De rechtbank wees het verzoek tot benoeming van de vereffenaars toe en bepaalde dat de kosten van de procedure als vereffeningskosten in de nalatenschap worden aangemerkt, waarbij elke partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank benoemt twee vereffenaars voor de nalatenschap vanwege verstoorde verhoudingen tussen erfgenamen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Afdeling Toezicht
Bureau Erfrecht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/602824 / BE RK 25-50
Beschikking van 8 juni 2026
op het verzoek aan de rechtbank van
[bewindvoerder] B.V.,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
in diens hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van mevrouw
[verzoeker],
verzoeker,
hierna te noemen: [bewindvoerder] ,
advocaat: mr. A.H. de Jong te Doorn,
Belanghebbenden bij dit verzoek zijn:
1.
[belanghebbende 1],
wonende te [woonplaats 1] ,
mentor van [verzoeker] ,
hierna te noemen: [belanghebbende 1] ,
2.
[belanghebbende 2],
wonende te [woonplaats 2] ( [land] ),
hierna te noemen: [belanghebbende 2] ,
3.
[belanghebbende 3],
wonende te [woonplaats 3] ,
hierna te noemen: [belanghebbende 3] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het aan de rechtbank gerichte verzoekschrift van 7 november 2025, strekkende tot de benoeming van een vereffenaar;
  • het verweerschrift met tegenverzoeken van [belanghebbende 3] van 17 december 2025; strekkende tot ontslag van [bewindvoerder] als beschermingsbewindvoerder, het bewind aan de familie terug te geven en hemzelf naast [belanghebbende 1] als mede-mentor aan te wijzen;
  • de brief van mrs. M.E.V. Maas en R.P.G.H. Heijnen, beoogd vereffenaars van 27 februari 2026;
  • het verweerschrift van [bewindvoerder] van 6 maart 2026 op de tegenverzoeken van [belanghebbende 3] ;
  • het e-mailbericht met bijlagen van [belanghebbende 1] van 9 maart 2026;
  • de brief van [belanghebbende 3] van 12 maart 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling van de verzoeken heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. Daarbij zijn verschenen:
  • mw. [A.] namens [bewindvoerder] ;
  • mr. A.H. de Jong, advocaat van [bewindvoerder] ;
  • [belanghebbende 3] ;
  • [belanghebbende 1] ;
  • [belanghebbende 2] ;
  • mw. [B.] en mw. [C.] , toehoorders.
1.3.
Ter zitting heeft de rechtbank bij mondelinge beslissing de tegenverzoeken van [belanghebbende 3] op grond van artikel 71 lid 2 Rv Pro voor verdere behandeling in de stand waarin zij zich bevinden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. Redengevend hiervoor is dat niet de rechtbank maar de kantonrechter absoluut bevoegd is op deze tegenverzoeken te beslissen. De behandelend rechter heeft de tegenverzoeken, met instemming van alle betrokkenen, als kantonrechter verder ter zitting behandeld. Aangezien de behandeling van de tegenverzoeken van [belanghebbende 3] met gesloten deuren dient plaats te vinden is aan [B.] en [C.] in de kantonprocedure bijzondere toegang verleend. Op de tegenverzoeken van [belanghebbende 3] zal in een separate beschikking worden beslist.

2.De feiten

2.1.
Op [datum overlijden] 2024 is in [plaats] overleden de heer
[erflater], hierna te noemen: erflater. Hij woonde voor het laatst in [plaats] .
2.2.
Op het moment van overlijden was erflater gehuwd met mevrouw [verzoeker] , hierna te noemen: [erflater] . Dit huwelijk is door zijn overlijden ontbonden. Binnen het huwelijk zijn drie kinderen geboren, namelijk [belanghebbende 1] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 2] .
2.3.
Erflater heeft op 4 april 1989 voor het laatst een testament opgemaakt. In dit testament heeft hij [erflater] en zijn kinderen tot zijn erfgenamen benoemd, ieder voor een gelijk deel. Daarbij heeft hij bepaald dat de Ouderlijke Boedelverdeling geldt.
2.4.
De nalatenschap is door [erflater] , [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiaire aanvaarding).

3.Het verzoek, de tegenverzoeken en het verweer

3.1.
[bewindvoerder] verzoekt de rechtbank bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
I. mr. M.E.V. Maas en mr. R.P.G.H. Heijnen te benoemen tot vereffenaars van de nalatenschap van erflater, althans een vereffenaar te benoemen als door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
II. te bepalen dat de kosten van deze procedure als vereffeningskosten in de nalatenschap van erflater dienen te worden aangemerkt.
3.2.
[belanghebbende 3] voert verweer tegen het verzoek om benoeming van een vereffenaar.
3.3.
[belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] stemmen in met het verzoek van [bewindvoerder] om een vereffenaar te laten benoemen.
3.4.
De rechtbank zal hierna slechts op de stellingen van partijen ingaan voor zover deze relevant zijn voor de beoordeling van het geschil.

4.De beoordeling

Verzoek benoeming vereffenaar
4.1.
Door [bewindvoerder] wordt verzocht om een vereffenaar te benoemen van de nalatenschap van erflater. Ter onderbouwing van haar verzoek stelt [bewindvoerder] dat de nalatenschap van erflater als gevolg van de beneficiaire aanvaarding vereffend dient te worden. Dit moeten de erfgenamen gezamenlijk doen. Het blijkt echter niet mogelijk te zijn om hierin samen te werken, mede door het uitblijven van een reactie van [belanghebbende 3] . Daarnaast omvat de nalatenschap ook een aantal juridische en feitelijke complexe situaties. De ontbonden gemeenschap van goederen tussen erflater en [erflater] moet nog worden afgewikkeld. Onderdeel van deze gemeenschap is een vordering uit hoofde van geldlening op stichting [naam] , van welke stichting erfgenaam [belanghebbende 3] UBO (ultimate beneficial owner) is, waarvan onbekend is of hiervan nog een bedrag open staat en zo ja, wat de hoogte van dit bedrag is.
4.2.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen. Deze beslissing zal hierna toegelicht worden.
4.3.
Op grond van artikel 4:203 lid 1 sub a BW Pro kan de rechtbank na beneficiaire aanvaarding op verzoek van een erfgenaam een vereffenaar benoemen.
4.4.
Uit de overgelegde stukken en tijdens de zitting is het de rechtbank gebleken dat de verhouding tussen de broers ernstig verstoord is. Daarbij is er sprake van onderling wantrouwen. Dat de drie broers de nalatenschap gezamenlijk kunnen afwikkelen, zoals [belanghebbende 3] stelt, ziet de rechtbank dan ook niet in en wordt bovendien door [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] ontkend. Met zijn verweer gaat [belanghebbende 3] er bovendien aan voorbij dat op grond van artikel 4:195 lid 1 BW Pro
alleerfgenamen gezamenlijk de nalatenschap moeten vereffenen, waarbij ook [bewindvoerder] (namens [erflater] ) betrokken dient te worden.
4.5.
In aanmerking genomen dat de erfgenamen tezamen niet in staat blijken te zijn om de nalatenschap te vereffenen en af te wikkelen, acht de rechtbank het van belang om hiervoor een onafhankelijke vereffenaar aan te stellen. Dat een vereffenaar geld kost, zoals [belanghebbende 3] aanvoert, doet hier niet aan af. De hoogte van die kosten zal overigens mede afhangen van de wijze waarop de erfgenamen zich tegenover de vereffenaar opstellen.
4.6.
[bewindvoerder] heeft mr. M.E.V. Maas, notaris, en mr. R.P.G.H. Heijnen, kandidaat-notaris, bereid gevonden om als vereffenaars van de nalatenschap op te treden. Tegen de benoeming van deze personen is, behoudens dat zij geld kosten, geen verweer gevoerd. De rechtbank zal hen dan ook tot vereffenaars benoemen.
Proceskosten
4.7.
Voor wat betreft de proceskosten verzoekt [bewindvoerder] om te bepalen dat de kosten van deze procedure als vereffeningskosten in de nalatenschap van erflater worden aangemerkt. [belanghebbende 3] vraagt om te kosten te compenseren.
4.8.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van de hoofdregel dat, gelet op de familierelatie, iedere partij zijn eigen kosten draagt. Desgewenst kunnen partijen de facturen voor de door hen gemaakte kosten indienen bij de vereffenaars. Het is dan aan de vereffenaars om te beoordelen of deze kosten als vereffeningskosten zullen worden aangemerkt.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.9.
De rechtbank zal ten slotte de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dit betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als er hiertegen hoger beroep wordt ingesteld. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een beslissing heeft genomen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
benoemt:
mr. M.E.V. Maas, notaris, en
mr. R.P.G.H. Heijnen, kandidaat-notaris,
kantoorhoudende te 3962 CE Wijk bij Duurstede, Hogesteeg 1, tot vereffenaars van de nalatenschap van:
[erflater],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1926,
overleden te [plaats] op [datum overlijden] 2024,
laatst gewoond hebbende te [plaats] ,
5.2.
draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaars in het boedelregister in te schrijven;
5.3.
draagt de vereffenaars op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;
5.4.
compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat elke partij zijn eigen kosten draagt;
5.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026, in aanwezigheid van de griffier.