ECLI:NL:RBMNE:2026:3764

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/16/611525 / JE RK 26-704
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en regie gecertificeerde instelling voor contactherstel tussen moeder en kinderen

De kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 26 juni 2026 besloten de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen te verlengen tot 28 juni 2027. De kinderen wonen bij de vader, die sinds kort het alleenouderschap heeft, nadat het gezamenlijke gezag is beëindigd. Zowel de vader als de moeder stemmen in met de verlenging, waarbij de moeder aandringt op een duidelijk plan voor het herstel van het contact met de kinderen.

Tijdens de zitting is gebleken dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn bereikt. De moeder heeft het contact met de kinderen verbroken, wat de situatie complex maakt, vooral omdat het oudste kind geen contact wenst, terwijl de jongere kinderen dat wel willen. De gecertificeerde instelling (GI) werkt aan een plan voor contactherstel, ondersteund door een kinderpsycholoog en kinderpsychiater.

De kinderrechter benadrukt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is en dat de GI de regie moet houden om passende hulp te bieden aan de kinderen en ouders. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. Tevens is een persoonlijke brief aan het oudste kind gestuurd om de beslissing en het vervolgproces op kindvriendelijke wijze toe te lichten.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wordt verlengd tot 28 juni 2027 met een uitvoerbaar bij voorraad verklaring.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/611525 / JE RK 26-704
Datum uitspraak: 26 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. Jozefzoon-Flipse,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 2] ,
advocaat mr. J.L. Vermeer.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 mei 2026, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
  • [A.] en [B.] namens de GI;
  • [C.] en [D.] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
1.3.
Het verzoek is tegelijk behandeld met het verzoek van de vader om alleen te worden belast met het gezag over de kinderen (bekend onder zaaknummer: C/16/608688 / FO RK 26-345).
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 26 juni 2026 is de vader alleen met het ouderlijk gezag belast over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Voor die tijd bestond er gezamenlijk gezag.
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 juni 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 28 juni 2026.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De vader is het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling.
4.2.
De moeder is het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij vindt wel dat er op korte termijn een duidelijk plan van aanpak moet zijn over het contactherstel tussen haar en de kinderen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar verlengen en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de stukken en het gesprek op de zitting volgt dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat alle doelen die in het kader van de ondertoezichtstelling door de GI zijn gesteld, nog niet zijn behaald. Daar moet in de aankomende periode verder aan gewerkt worden. De kinderrechter heeft grote zorgen over hoe het voor de kinderen is dat zij geen contact met de moeder hebben. De vraag is op welke wijze dat contact hersteld moet gaan worden, omdat misschien bij alle drie de kinderen een andere behoefte speelt. [minderjarige 1] geeft namelijk duidelijk aan, in zowel woorden als gedrag, dat zij absoluut geen contact wil met de moeder, maar dat geldt niet voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Het starten van de omgang met de twee jongste kinderen, kan dan weer tot weerstand bij [minderjarige 1] leiden en dat maakt de situatie complex. De GI is bezig met het maken van een plan voor het contactherstel tussen de moeder en de kinderen. Dat is ook de wens van de moeder. De GI heeft onlangs een consult gehad in aanwezigheid van een kinderpsycholoog, kinderpsychiater en een coach waarbij gekeken is welke stappen nu gezet moeten worden. Gelet op de problematiek van [minderjarige 1] is dat nog niet zo eenvoudig. Bovendien is het daarbij belangrijk dat de rust en de balans in het gezin van de vader wordt bewaard. Het gedrag van [minderjarige 1] heeft daar negatieve invloed op.
5.3.
De moeder heeft op de zitting verteld dat het goed met haar gaat en dat zij stabiel is. De moeder heeft echter wederom nagelaten om deze stelling met stukken te onderbouwden. De kinderrechter heeft op de zitting van de GI begrepen dat ook zij geen informatie daarover krijgt. De kinderrechter is het met de moeder eens dat het herstel van het contact met de kinderen op de weg ligt van de GI. De kinderrechter heeft er ook vertrouwen in dat de GI zich daar actief voor blijft inzetten, ook nu het gezag enkel bij de vader ligt. De kinderrechter vindt het wel belangrijk om op te merken dat de moeder zelf tot twee keer toe het contact met de kinderen heeft verbroken. De moeder heeft daar zo haar redenen voor, maar onder aan de streep is het resultaat wel dat de kinderen er niet op kunnen vertrouwen dat hun moeder blijft. Dat is de grootste zorg van de GI in het opstarten van het contact met de moeder. De kinderrechter maakt zich daar ook zorgen over.
5.4.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Het is nodig dat de GI de regie houdt om in deze complexe problematiek de juiste hulp voor zowel de kinderen als de ouders in te zetten. Zonder deze regie is de kinderrechter bang dat er niets van de grond komt. Hierbij weegt de kinderrechter mee dat de vader aangeeft dat hij nu nog niet zonder de hulp van de GI kan. Dit is belangrijk omdat de vader degene is die voor de kinderen zorgt en hij daarom geholpen moet worden om dit te kunnen volhouden.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Brief aan [minderjarige 1]
5.6.
De kinderrechter heeft met [minderjarige 1] afgesproken dat zij haar via een brief zou informeren over de beslissing. In die brief is de volgende tekst opgenomen:
“Beste [minderjarige 1] ,
Een poosje geleden hebben wij met elkaar gepraat in de rechtbank. Ik vond het gezellig dat je bent gekomen. Je was tijdens het praten lekker aan het stuiteren! Dat zal ik niet snel vergeten. We hebben het toen gehad over hoe het met jou en jouw zusjes gaat, over jouw papa en jouw mama en over de mensen die zich met jullie bemoeien en weleens met jou praten. Na het gesprek gaf je aan dat je mijn beslissing graag van papa wilde horen, maar ook van mij. Daarom schrijf ik je nu deze brief.
Inmiddels heb ik ook een gesprek gehad met jouw vader, jouw moeder en hun advocaten in de rechtbank. Zo’n gesprek heet een “zitting”. Je gaf mij aan dat ik niets tegen jouw moeder mocht zeggen over het gesprek, maar ik heb jou uitgelegd dat ik ook wel dingen tegen jouw moeder ga vertellen, omdat zij ook aanwezig zou zijn. Ik heb aan jouw ouders verteld dat jij jouw moeder niet meer wil zien.
Ik heb twee beslissingen genomen. De eerste beslissing is dat [A.] en [B.] nog een jaar bij jullie betrokken blijven en jullie gaan helpen. De tweede beslissing is dat jouw vader voortaan alleen de belangrijke beslissingen over jou, [minderjarige 2] en [minderjarige 3] mag nemen. Jouw moeder kan dit dus niet meer doen. Ik wil je wel graag uitleggen dat dit niet betekent dat jouw moeder helemaal niets meer mag weten. Jouw vader moet jouw moeder wel af en toe laten weten hoe het met jullie gaat. Het betekent ook niet dat jij en je zusjes jouw moeder niet meer hoeven te zien. [A.] en [B.] blijven kijken of dat wel of misschien niet mogelijk is. Iedereen weet dat jij het niet wil, maar we weten ook dat het voor kinderen bijna altijd heel belangrijk is dat zij contact hebben met hun vader en hun moeder. Dus dat maakt het best ingewikkeld. Het is het werk van [A.] en [B.] om te kijken hoe dit het beste opgelost kan worden en daarbij zullen ze ook goed kijken wat voor jou goed is en luisteren naar wat jij hierover zegt.
Ik hoop dat het voor jou duidelijk is hoe het nu verder gaat. Ik vond het heel knap dat je zo goed hebt verteld wat voor jou belangrijk is.”

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 28 juni 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van I.C. van Schip als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem -Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.