ECLI:NL:RBMNE:2026:376
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens salarisbetaling niet rechtsgeldig verklaard
De werknemer was sinds 2 augustus 2025 in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden. Op 15 september 2025 ontving zij via WhatsApp bericht dat zij op staande voet was ontslagen wegens herhaaldelijk verzoek om salarisbetaling.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst geldig was en dat er geen proeftijd van toepassing was, omdat de overeenkomst niet langer dan zes maanden duurde. Het ontslag op staande voet werd vernietigd omdat de werkgever geen dringende reden had; het herhaaldelijk vragen om salarisbetaling is onvoldoende voor een dergelijk ontslag.
De arbeidsovereenkomst blijft van kracht totdat deze rechtsgeldig wordt beëindigd. De werkgever is veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf de aanvang van het dienstverband tot de dag van rechtsgeldige beëindiging, waarbij het loon wordt aangepast naar het geldende minimumloon. Tevens moet de werkgever wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 50% over het te laat betaalde loon betalen.
De proceskosten zijn voor rekening van de werkgever, die niet is verschenen en geen verweer heeft gevoerd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon, wettelijke rente, wettelijke verhoging en proceskosten.